Sinds vorige week dinsdag zijn er rellen in het Verenigd Koninkrijk nadat een jongen van 17 drie kinderen had doodgestoken. Rechts-extremistische actoren, zoals Channel3 Now, EDL, maar ook influencers zoals Tommy Robinson zorgden ervoor dat de dood gezien werd als een van de talrijke bewijzen van de mislukte multiculturele samenleving. Er werd door hen beweerd dat de dader een Syrische moslimman was. Vervolgens escaleerde het -mede dankzij deze leugenachtige radicaalrechtse figuren- tot anti-islamitische rellen. Migratiehistoricus, Leo Lucassen, herkent angstaanjagende historische parallellen. Net zoals tijdens de pogroms tegen Joden en gedurende de gewelddadigheden tegen zwarte mannen in de VS deed de werkelijkheid er niet zoveel toe: (een gedeelte van) de dominante groepering wilde kenbaar maken dat de kwetsbare minderheid absoluut geen recht heeft om te bestaan. Daarom merkt Lucassen deze rellen dan ook als een  ‘pogrom’  aan. Dat is op zijn minst een angstaanjagend gegeven. In dit artikel gaat het over de rol van de radicaalrechtse meningsvorming in deze kwestie. Zij beschuldigen de politieke elite en de ‘MSM’ ervan dat zij altijd wegkeken hebben van de multiculturele problematiek. In werkelijkheid heeft de elite niet weggekeken, radicaalrechts is ziende blind voor de maatregelen die de elite hieromtrent heeft genomen. Radicaalrechts daarenboven is dé veroorzaker voor de verdere polarisering in Europa, niet de elite. Zij zijn niet in staat om een evenwichtige, genuanceerde visie uiteen te zetten en men vervalt in populistisch, apocalyptisch gezever. En radicaalrechts heeft tot slot helemaal geen toereikende oplossingen: scanderen dat de grenzen gesloten moeten worden is pure kiezersbedrog.

Narratief radicaalrechts: de elite is blind en/of kijkt weg

Het narratief van de Nederlandse opiniemakers en politici van radicaalrechtse signatuur (denk aan Bart Nijman, Wierd Duk en Geert Wilders) is als volgt. De bestuurlijke kaste kijkt al geruime tijd weg van de problematiek rondom de multiculturele samenleving. Kritische geluiden werden immer gecanceld en zij werden gebrandmerkt met termen zoals ‘racist’ en ‘nazi’. Islamitische aanslagen werden altijd gereduceerd tot ‘incidenten’ die niets van doen hebben met de islamitische religie. De probleemanalyse is samengevat als volgt: de verfoeide elite die vervreemd is; die kritische geluiden op een onrechtmatige wijze muilkorft en die geen enkele empathie heeft voor het lot van de traditionele blanke arbeidersklasse. Vooral de eerder besproken historicus Lucassen is de belichaming van die wereldvreemde ‘kaste’. Vervolgens wordt er een teleologische geschiedkundige visie uiteengezet door hoofdzakelijk Bart Nijman: deze racistische rellen waren na twee decennia ‘wegkijken’ onvermijdelijk geworden, vroeg of laat zal het mislukte multiculturele project zich ontpoppen tot burgeroorlogachtige taferelen. Alsof het dus in de sterren geschreven stond. Bart Nijman zegt bijvoorbeeld dat we in een spreekwoordelijk fuik gezwommen zijn die je “twintig misschien wel dertig jaar geleden benedenstrooms kon zien hangen”.

Voor de eerder genoemde blanke arbeidersklasse moeten we vooral empathie opbrengen. Om deze ‘empathie’ te onderbouwen, worden quasi-sociologische verklaringen uit de kast gehaald: de blanke arbeidersklasse voelt zich ‘ongehoord’, de elite is niet instaat gebleken (of was niet van plan) om de ‘zorgen’ om te zetten in concreet beleid. Dat beleid -u raadt het denk ik al- houdt in dat we de grenzen zo spoedig mogelijk dienen te sluiten voor (illegale) asielzoekers. Voorts zou de gefaalde multiculturele samenleving opgelost kunnen worden indien kritische geluiden niet meer gemuilkorfd worden. Verder moeten anti-immigratie politici niet meer gestigmatiseerd worden: zij zouden de ruimte moeten krijgen om anti-immigratiebeleid te implementeren. Het komt er dus op neer dat de falende, gevestigde instituten moeten plaats maken voor nieuwe instituten en  voor nieuwe media.

Probleemanalyse: elite en haar instituten kijken weg

Ik vind deze visie onzinnig, en het schetst tevens een onjuist beeld van de werkelijkheid. Allereerst het idee dat de ‘laffe’ elite en haar gecreëerde/vormgegeven instituten wegkijken voor de radicale islam. Dat is gewoon feitelijk onjuist. In de jaarverslagen van de AIVD wordt er ieder jaar een gehele paragraaf gewijd aan de gevaren van het islamitisch terrorisme en radicalisme. De AIVD is van mening dat het jihadisme de voornaamste terroristische dreiging is in Nederland. De AIVD spreekt in haar jaarverslagen voornamelijk over de wahabis-salafistische beweging als een gevaar voor de Nederlandse samenleving. Deze beweging staat namelijk vijandig ten opzichte van niet-moslims en andersdenkende moslims.

De Nederlandse inlichtingendienst wijst erop dat er ongeveer vijftig informele wahabis-salafistische onderwijsinstellingen zijn. De lessen van deze onderwijsinstellingen zijn in strijd met de democratische waarden die we in Nederland zeggen te willen nastreven. Tegelijkertijd zien de inlichtingendiensten ook positieve ontwikkelingen binnen deze islamitische stroming. De financiering van deze onderwijsinstelling wordt voornamelijk door de eigen gemeenschap bekostigd, en de financiële lange arm van de Golfregio lijkt nauwelijks te bestaan. Daarnaast zegt de AIVD dat kopstukken binnen de beweging pragmatischer en gematigder in de wedstrijd zijn gaan staan, en zij lijken tevens geweld vaker af te wijzen.

Dit lijken Nijman en consorten helemaal vergeten te zijn; dat de monitoring en opsporing van de radicale islam gewoonweg geïnstitutionaliseerd is in Nederland. De AIVD is immers verantwoording verschuldigd aan het departement van Binnenlandse Zaken. De AIVD en andere Europese inlichtingendiensten hebben bovendien een flink aantal aanslagen weten te verijdelen de afgelopen tijd. De verfoeide links-liberale elite en haar instituten benoemen dus niet enkel de gevaren van de radicale islam, zij pakken deze ook nog eens hardhandig aan. Nijman en Duk kunnen deze rapporten ook inzien, maar in plaats daarvan geven ze blind af op de ‘elite’. Diezelfde elite die radicalisme keihard aanpakt en monitort. Daarvoor hoeven deze figuren overigens niet alleen de rapporten van de inlichtingendiensten in te zien. Terloops zijn er allerlei nieuwsberichten verschenen over de (succesvolle) pogingen van de AIVD, de politie en de justitiële macht om het radicalisme aan te pakken.

In sommige gevallen lijken de ‘links-liberale’ instituten zelfs de grenzen van de wet op te zoeken om de radicale vormen van de islam aan te pakken. In 2021 kwam de NCTV in opspraak nadat duidelijk werd dat een particulier bedrijf- op advies van de NTCV- werd ingezet om met behulp van undercoverpraktijken radicale tendensen op te sporen bij moskeebezoekers. En zo nu en dan stellen de ‘instituten’ moslims zelfs achter. De NOS berichtte afgelopen maart nog bijvoorbeeld dat moslims gediscrimineerd worden door financiële instellingen als gevolg van de anti-witwaswet. Voorts hebben we het nog niet gehad over het toeslagenschandaal waarbij mensen met een niet-westerse migratieachtergrond -zo ook moslims- onevenredig hard zijn aangepakt.

De links-liberale elite heeft sinds de moord op Pim Fortuyn en/of sinds 9/11 dus niet ‘weggekeken’. Radicaalrechtse opiniemakers zijn daarentegen blind voor wat de Nederlandse politiek sindsdien heeft gedaan om islamitisch terrorisme en radicalisme te verhinderen of uit te schakelen. Dat past immers niet bij hun opvatting van de vervreemde, moreel verheven, monoculturele witte elite. Het wordt benoemd, en er wordt naar gehandeld, daar is geen speld tussen te krijgen.

Multiculturele samenleving compleet gefaald?

Dan de assumptie dat de multiculturele samenleving compleet mislukt is. Er zijn inderdaad betreurenswaardige cijfers te vinden over de acceptatie van homo’s onder de islamitisch-Amsterdamse jeugd, en deze trend lijkt zich door te zetten op nationaal niveau. Tijdens de Pride-uitzending van AVROTROS afgelopen zaterdag werd dit benoemd door presentator en opiniepeiler Charlotte Nijs, die aangaf dat de homo-acceptatie tanende is, mede omdat de streng islamitische gemeenschap minder bereidwillig zou zijn om mensen met een andere seksuele geaardheid te tolereren. Over dit thema hebben de ‘gevestigde media’ ook verscheidene items gemaakt. Reeds in 2016 maakte NOS bijvoorbeeld het item ‘Moslims worstelen met homoseksualiteit’. Het zou om die reden waardevol zijn om met vertegenwoordigers van de moslimgemeenschap in gesprek te gaan over hoe zij, als rolmodellen, kunnen bijdragen aan het bevorderen van homo-acceptatie binnen de Nederlandse moslimgemeenschap. Tot slot moeten we ook waakzaam zijn dat we homoseksualiteit en de islam niet per definitie als onverenigbaar beschouwen, zo blijkt uit het onderzoek van sociologen Saskia Glas en Niels Spierings: ‘Rejecting homosexuality but tolerating homosexuals’. Hoewel veel moslims homoseksualiteit als een zonde beschouwen, blijkt hun houding tegenover homoseksuelen genuanceerder te liggen. 20% van de ondervraagde moslims (wereldwijd) wijst bijvoorbeeld homoseksualiteit an sich af, maar accepteert daarentegen wel homoseksuelen als buren. Het onderzoek doorbreekt het stereotype dat de islam per definitie leidt tot homo-intolerantie. Glas zegt dan ook het volgende: ‘Door te doen alsof de islam per se haaks staat op homotolerantie, verdrukken we juist alternatieve interpretaties van de islam en maken we het homoseksuele moslims niet makkelijker in hun zoektocht.’

Criminaliteit is een andere belangrijke indicator om de slagingskans van de multiculturele samenleving te kunnen inschatten. Immers, worden de normen die onze samenleving heeft opgesteld geaccepteerd door nieuwkomers? Voor de radicaalrechtse politicus is de oververtegenwoordiging van niet-westerse mensen een belangrijk gegeven om aan te tonen dat de multiculturele samenleving gedoemd is te mislukken. De radicaalrechtse politicus weet het dan ook sinds jaar en dag feilloos te benoemen: niet-westerse allochtonen zijn drie tot vier keer vaker verdacht van een misdrijf dan autochtone Nederlanders. Een diepgaande verklaring waarom dit het geval is, wordt nooit gegeven. De enige oorzaak die zij hiervoor kunnen geven zijn de immense culturele verschillen tussen Nederland en de niet-westerse/islamitische wereld. Maar het is veel complexer en genuanceerder dan men ons doet voorspiegelen. Allereerst is er een belangrijke demografische verklaring voor deze verschillen tussen bevolkingsgroepen. Mensen in een jonge levensfase (puberteit-jongvolwassenheid) maken zich vaker schuldig aan criminele feiten. Omdat niet-westerse bevolkingsgroepen over het algemeen een jongere demografische samenstelling hebben, is de kans groter dat een niet-westerse persoon verdacht is van een crimineel feit. En zo is er nog een aantal andere belangrijke omgevingsfactoren die een verklaring bieden voor de oververtegenwoordiging van niet-westerse personen in de criminaliteit, zoals het feit dat niet-westerse Nederlanders vaker woonachtig zijn in verloederde urbane wijken (broken windows theory). Deze ruimtelijke omstandigheden zorgen voor een lagere sociale controle, en het zorgt ervoor dat de buurtsamenstelling in negatieve zin afwijkt van het nationale gemiddelde (bijvoorbeeld meer praktisch opgeleiden) waardoor criminaliteit vaker voorkomt onder niet-westerse groeperingen.

Als je de ‘kale’ criminaliteitscijfers hiervoor corrigeert, dan worden de verschillen tussen niet-westerse bevolkingsgroepen en autochtone Nederlanders aanzienlijk kleiner, en voor sommige bevolkingsgroepen zelfs teniet gedaan (denk aan Turkse Nederlanders). Daar komt nog bij dat er de afgelopen jaren een trend te zien is waarbij de criminaliteitscijfers onder allochtonen dalende is. Daarnaast groeien de cijfers van de verschillende bevolkingsgroepen langzaam maar zeker richting het reguliere nationale gemiddelde toe. Tot slot moet er nog opgemerkt worden dat de ontvangende samenleving (de autochtone bevolking) eveneens een rol speelt in de oververtegenwoordiging van niet-westerse personen: denk aan etnisch profileren en de mate waarin de dominante bevolkingsgroep de andere bevolkingsgroepen het idee geeft dat ze ‘erbij horen’.

Ook arbeidsparticipatie en opleidingsniveau zijn belangrijke indicatoren voor de mate waarin de multiculturele samenleving kans van slagen heeft. Gaan niet-westerse Nederlanders een wezenlijke bijdrage leveren aan de Nederlandse kenniseconomie?

De werkloosheid en het opleidingsniveau van niet-westerse Nederlanders wijken nog altijd in negatieve zin af van het nationale gemiddelde. Er zijn echter ook allerlei positieve ontwikkelingen te constateren omtrent arbeidsparticipatie-gerelateerde zaken en opleidingsniveau. Uit de werkloosheidscijfers naar herkomst van het CBS valt namelijk een aantal dingen op. Allereerst valt op dat de werkloosheid onder niet-westerse Nederlanders (Marokko, Turkije, Indonesië en Suriname) van 2013 tot en met 2021 een dalende trend heeft ingezet. Ten tweede is het zo dat de werkloosheid onder bijvoorbeeld Turkse en Marokkaanse Nederlanders zich langzaam maar zeker ontwikkelt naar het nationale gemiddelde. Er is een duidelijke convergerende trend te zien.

Ook als het gaat om het opleidingsniveau zijn er positieve ontwikkelingen te ontwaren. Volgens het CBS volgde in 2011/2012 slechts 28% van de niet-westerse leerlingen de havo of het vwo. Tien jaar later is dit percentage gegroeid naar 35%. In het hoger onderwijs komen vergelijkbare trendmatige ontwikkelingen naar voren, het percentage niet-westerse studenten is in diezelfde periode gegroeid van 26% naar 34%. Als het gaat om opleidingsniveau en arbeidsparticipatie van niet-westerse Nederlanders, dan kun je dus stellen dat het nog altijd onder het nationale gemiddeld ligt, maar dat deze groepering wel met een flinke inhaalslag is aangevangen.

De these dat niet-westerse mensen nooit een volwaardig en erkentelijk onderdeel zullen worden van de Nederlandse samenleving is dus gebaseerd op gebakken lucht. Er zijn veel grijstinten op te merken, die niet makkelijk gevat mogen én kunnen worden in een populistische boodschap: ‘De multiculturele samenleving is mislukt en zal altijd een mislukt project zijn; het is wachten op apocalyptische tijden.’ Waar het ‘fout’ gaat, mag dat wel degelijk benoemd worden door de ‘gevestigde macht’. Echter, het moet niet vervallen in apocalyptisch gezwets. ‘Onze’ radicaalrechtse actoren doen dat wel, en mij bekruipt dan het gevoel dat zij helemaal niet willen dat onze samenleving, een ‘samen-leving’ is, zij willen de etnische verschillen exploiteren ten behoeve van electoraal gewin/ hun verdienmodel.  Daarbij wil ook ik ook nog opmerken dat zulke statistieken een verkeerd beeld geven van de werkelijkheid, individuen worden namelijk gereduceerd tot hun etnische achtergrond. Ik wil daarom markeren dat zulke cijfers ook een verraderlijk beeld geven van de werkelijkheid: het etnische hokjesdenken prevaleert.

Selffulfilling prophecy: oproeren vanuit de blanke arbeidersklasse zitten er vroeg of laat aan te komen

Dan het idee dat de racistische rellen vroeg of laat zich zullen voordoen in westerse steden, omdat de progressieve elite het na heeft gelaten om anti-immigratiebeleid door te voeren.

Uit alles blijkt dat radicaal-rechtse actoren hoofdverantwoordelijk zijn voor deze rellen. Zij hebben het Engelse volk in de arbeiderswijken opgezweept en misleid met hun onjuiste boodschappen over de moord op die drie kinderen: de dader had helemaal geen islamitische achtergrond! Het haatklimaat is, zoals reeds vermeld, ontstaan door extreemrechtse actoren, zoals Tommy Robinson. Zij hebben er hun levenswerk van gemaakt om immigranten en niet-westerse burgers te demoniseren. Doordat verderfelijke extremistische types angstbeelden propageren over asielmigranten, wordt de moordaanslag gepercipieerd als een collectieve daad: dé islamitische gemeenschap is in haar totaliteit een wezensvreemd en vijandig element in Europa.

Dit fenomeen zien we in Nederland ook ontstaan. Radicaalrechtse politici en media vergroten de tegenstellingen tussen verschillende etnische bevolkingsgroepen uit in de samenleving. Het wij/zij denken wordt versterkt en er wordt een boodschap verkondigd waar een zekere mate van urgentie in doorklinkt: ‘Als we nu niets doen tegen de ongebreidelde immigratie dan ‘Arabiseert’ of ‘islamiseert’ Nederland op korte termijn, en dan zijn we alle onze democratische verworvenheden kwijt.’ Zoals ik zojuist duidelijk heb gemaakt is de mate van integratie van etnische minderheden veel genuanceerder dan radicaalrechts beweert. En de ‘islamisering’ is een beangstigend waanidee waar ik nog geen steekhoudende argumenten over heb gezien. Alsof 5% en in de toekomst 9% (2050) ooit Nederland politiek, cultureel en sociaaleconomisch zou gaan domineren. Een minderheid die nota bene sinds jaar en dag wordt gediscrimineerd en gestigmatiseerd. Naast deze fatalistische retoriek wordt er een zondebok-theorie geformuleerd waarbij de moslim of de immigrant altijd de schuldige is, denk aan de woningmarkt of het sociale voorzieningenstelsel.

De radicaalrechtse integratie- en immigratieretoriek bestaat dus uit een zeker ongegrond urgentiegevoel en fatalisme. Thans deze racistische rellen in het Verenigd Koninkrijk plaatsvinden, doet radicaalrechts er nog een schepje bovenop. De geesten worden rijp gemaakt voor rellen en wellicht zelfs burgeroorlogen in Europa als gevolg van het ‘falende immigratiebeleid’. Allereerst geven Wilders en Duk quasi-sociologische verklaringen voor de rellen: mensen zijn terecht ‘bezorgd’ en ‘woedend’, vanwege de islamisering en de ongebreidelde immigratie. Dat deze woede en bezorgdheid onder andere te danken is aan hun onheilspellende waanbeelden over immigratie, wordt uiteraard niet vermeld. Vervolgens doet radicaalrechts een toekomstvoorspelling: vroeg of laat komt het tot een burgeroorlog als de politiek niet eindelijk daadkrachtig handelt.

Je kunt samenvattend spreken van een selffulfilling prophecy: allereerst voed je met weinig genuanceerde opmerkingen over asielmigratie en de islam haat en xenofobie. Vervolgens wordt er middels quasi-sociologische verklaringen onderbouwd dat we vooral veel begrip moeten hebben voor de bezorgde blanke arbeidsbevolking. En tot slot wordt er door radicaalrechts een gedetermineerd toekomstbeeld geschetst: racistische rellen en burgeroorlogachtige situaties zullen ook spoedig in de rest van Europa te zien zijn, daar kunnen we zeker van zijn. Duk en Nijman beseffen blijkbaar niet dat deze gecreëerde radicaalrechtse meningsvorming hét vliegwiel is voor toekomstige haat en geweld in onze straten. Zij legitimeren onbewust (?) deze gewelddadigheden door het primair te hebben over de ‘zorgen’ van burgers, zonder dat er in krachtige bewoordingen afstand wordt gedaan. Ja in bijzinnetjes wordt er soms afstand gedaan (zoals de Tweet van Wilders), maar dat is het dan ook wel. En zij zeggen er zeker van te zijn dat deze verschrikkelijke gebeurtenissen zullen gaan gebeuren, door dergelijke voorspellingen te doen gaan mensen er uiteindelijk naar handelen, de stap naar racistische rellen wordt dan genormaliseerd en als een vanzelfsprekendheid beschouwd; de weg naar deze racistische rellen wordt door hen als het ware geplaveid.

Voorgedragen oplossing radicaalrechts: anti-immigratie politici niet meer bashen en ruimbaan geven

Wat is dan de oplossing voor het ‘probleem’ volgens radicaalrechts? Dat is uiteraard dat Nederland/Europa zo snel mogelijk de grenzen sluit voor asielzoekers, uitgevoerd door onze messianistische radicaalrechtse politici. Los van de humanitaire bezwaren, is dit volstrekte illusiepolitiek. Het is volgens migratiedeskundige, Hein de Haas, onmogelijk om heel Europa af te grendelen voor asielzoekers. Vluchtelingen zullen komen, en zij zullen niet worden afgeschrikt door muren of hekwerk.

Nederland/Europa kan naar mijn mening slechts aan enkele ‘knopjes’ draaien om in de verre toekomst wat te doen aan de instroom. Nederland kan, wellicht in Europees verband, inzetten op duurzame ontwikkelingshulp zodat Afrikanen niet meer hoeven te emigreren om een fatsoenlijk bestaan op te  bouwen. Afrikaanse landen kunnen dan hun enorme menselijke kapitaal aanwenden als hun economieën -onder meer door ontwikkelingshulp- zijn gemoderniseerd. Nederland zou voorts in Europees verband kunnen pleiten voor een Europese spreidingswet, zodat Oost-Europa ook haar verantwoordelijkheid neemt aangaande de opvang van vluchtelingen. Tot slot kunnen migratiedeals (mits de mensenrechten worden geborgd) een uitweg zijn om immigratie richting Europa enigszins te beheersen. Maar: ‘Migratiebeleid is geen kraantje dat je open- of dichtdraait’, aldus De Haas. Daar komt nog bij dat ik vind dat Nederland een humanitaire plicht heeft om een deel van de vluchtelingenproblematiek voor zijn rekening te nemen. Dat hoort bij een beschaafde samenleving!

Conclusie: radicaalrechts heeft onjuiste probleemanalyse en geen toereikende oplossingen

Kortom, in dit stuk komt naar voren dat radicaalrechts de asielmigratie zodanig problematiseert zodat het ten onrechte lijkt alsof immigratie een existentiële bedreiging vormt. Vervolgens beweert radicaalrechts (wederom ten onrechte) dat de politieke elite al die tijd ‘laf’ is geweest en wegkeek, en tot slot heeft radicaalrechts geen realistische plannen om de problematiek op te lossen. Wat hebben we dan wel aan radicaalrechts? Helemaal niets. De radicale opvattingen over asielmigranten en niet-westerse burgers leiden enkel tot meer polarisering. Wat er wel gedaan moet worden is dat het zwaartepunt van het asiel- en integratiedebat verplaatst wordt naar ‘integratie’. Hierover wil ik een vervolgartikel schrijven. Ik zal in dat artikel een integrale benadering van integratie en burgerschap bepleiten. Opdat Nederland een sterke hechte nationale gemeenschap wordt, waarin er ruimte is voor verschillen en waarbij mensen zich verbonden voelen met hun Nederlandse vaderland, ook niet-westerse Nederlanders (inclusief nationalisme)!

Steun het anti-populistische geluid!

Wil je dit opiniërende platform maandelijks steunen met een bescheiden financiële bijdrage? Dat kan via deze link: Columns (stripe.com) Of steun het platform eenmalig met een bedrag naar keuze invullen: https://buy.stripe.com/00g176ce24rc3Cg3cc