Vorige week heb ik NSC behandeld. Deze partij blijkt niet bij machte de PVV te beteugelen. Ze benadert het populisme te veel vanuit een technocratisch-procedurele visie, terwijl het hier juist gaat om de informele machtsstructuren en de wijze waarop de PVV zich (ook historisch gezien) verhoudt tot onze instituties: het politieke socialisatieproces. Nu wil ik een bondig stuk wijden aan de andere ‘normale’ partij binnen de coalitie die de populistische krachten zou moeten beteugelen: de VVD. In dit artikel zal ik betogen dat de machtspolitieke VVD-top slechts lippendienst bewijst aan de humanistisch-liberale krachten binnen de partij. De VVD is in feite een ordinaire machtspartij die uit opportunisme (opiniepeilingen) over rechts is gegaan, voortgestuwd door de rechts-populistische factie binnen de partij: Klassiek Liberaal. De partij gokt erop dat de PVV, door zijn onervarenheid en incompetentie, wel in bedwang te houden is. Vervolgens hoopt men dat de rechtse kiezer inziet dat de VVD de redelijke, kundige partij is op rechts, die een fel anti-immigratiebeleid voorstaat. De VVD speelt dus met vuur als het gaat om onze democratische rechtsorde, om uiteindelijk als zegevierende partij uit deze ultrarechtse coalitie te komen.
Rita Verdonk versus Mark Rutte-taferelen: vrijwel een historische wetmatigheid
De VVD was tijdens de Rutte-jaren een gestroomlijnde partij, wat inhield dat er nauwelijks interne discussie was over de koers. Partijleden genoten van de aangeboden bitterballen en het bier vloeide rijkelijk. Alleen de provinciale rechtervleugel van de VVD, georganiseerd onder de noemer ‘Klassiek Liberaal’, had flinke kritiek. De VVD zou een ‘D66-kabinet’ mogelijk maken. Zo is er altijd een tweestrijd geweest tussen de liberaal-humanistische VVD’ers—ook wel het Van der Burg-kamp genoemd—en de populistisch-reactionaire flank, die hun heil vindt bij Klassiek Liberaal. Deze tweestrijd laait zo nu en dan op, meestal als de VVD haar politieke koers probeert te herijken. Maar er is nog een derde groep binnen de VVD die vaak onderbelicht blijft, en die zich meestal bevindt in de absolute top van de partij: de pragmatisch-machtspolitieke factie. Deze groep politici hoort niet per se bij een van de flanken, maar beweegt mee met de politieke wind die in Nederland waait. Zij zijn minder uitgesproken in het openbaar (eigenlijk gewoon onzichtbaar) en denken strategisch na over het partijbelang, waarbij het landsbelang vaak op de tweede plaats komt. Ik zal deze interne groeperingen nader behandelen en daarmee ook direct verklaren waarom de VVD geen betrouwbare ‘partner’ is om het populisme binnen de regering in te dammen.
De humanistisch-liberale VVD
De humanistisch-liberalen binnen de VVD zijn leden met principes die daadwerkelijk geschaard kunnen worden onder de liberale bloedgroep. Zij willen de VVD weer van het rechts-populistische pad afhelpen. Ik zal kort de belangrijkste groepen en personen bespreken die dit ‘kamp’ vertegenwoordigen.
Het meest tot de verbeelding spreken de JOVD-bestuurders, zoals Mauk Bresser. Zij vinden dat de VVD te veel vanuit onderbuikgevoelens handelt en dat vaak, om electorale redenen, uitspraken worden gedaan die niets met de werkelijkheid te maken hebben, maar wel scoren bij het potentiële kiezerspubliek. De ‘nareis-op-nareis’-leugen van Yesilgöz was volgens Bresser het ultieme voorbeeld van een partij die was afgegleden tot een leugenachtige, populistische partij die enkel voor electoraal winstbejag ging.
Volgens het JOVD-bestuur moeten de ware liberale waarden (verdraagzaamheid en verantwoordelijkheid) de boventoon voeren. Dit is volgens hen onmogelijk in samenwerking met de ‘racisten’ van de PVV, waardoor rechtsstatelijke beginselen in het geding komen. Deze jonge liberalen willen de partij hervormen van een populistische partij met liberale rafelrandjes naar een echt rechts-progressieve partij.
Naast de nieuwe generatie VVD’ers is er ook een aantal VVD-mastodonten dat zich tegen de samenwerking met de PVV heeft gekeerd. Frans Weisglas (oud-Kamervoorzitter) uitte tijdens meerdere partijcongressen zijn bezwaren. Ook Ed Nijpels bekritiseerde al vroeg de samenwerking met de PVV. Toen het akkoord op hoofdlijnen bekend werd, zei Nijpels dan ook: ‘Dit is geen centrumrechts akkoord, maar extreemrechts.’
In de Kamer kun je Eric van der Burg (VVD-Kamerlid, voormalig staatssecretaris) eveneens scharen onder het humanistisch-liberale kamp. Van der Burg was het boegbeeld van de Spreidingswet, die wet ging verder dan enkel het oplossen van de opvangcrisis rondom asielmigratie. Hierdoor verschoof het publieke debat van de instroom naar de opvangproblematiek, een kwestie die bovenal beschouwd moet worden als een managerial probleem. Opvallend was dat Van der Burg tevreden was dat Wilders niet de premier van Nederland zou worden: ‘Een uitstekende keuze van de onderhandelaars.’ Minder tevreden was hij echter over de inhoudelijke uitkomst van het formatieproces, aangezien ‘zijn’ Spreidingswet door de shredder zou gaan. Van der Burg heeft zich daarna opnieuw opgeladen voor zijn rol als Kamerlid en is vastberaden om een ‘liberaal tegengeluid’ te laten horen in de Kamer.
Tot slot is er een groep liberalen die zich heeft verenigd om tegenstand te bieden tegen de samenwerking met de PVV: de zogenoemde ‘nieuwe VVD’. Onder leiding van raadslid Eric Verweij werd een brief opgesteld met felle kritiek op de populistische koers van de partij. De manier van politiek bedrijven door de coalitiepartners, met name de PVV, zou haaks staan op de waarden van de VVD. Volgens hen heeft de VVD-top te weinig duidelijk gemaakt dat de PVV mijlenver afstaat van het liberale gedachtegoed. De PVV werd volgens hen te veel beschouwd als een reguliere politieke partner. Ook hebben VVD-mastodonten zoals Nijpels en Weisglas hun handtekening onder deze petitie gezet, en bemoedigend is dat ook Kamerleden uit recenter verleden, zoals Pim van Strien, zich bij dit statement hebben aangesloten.
Dit zijn dus de hoopvolle krachten binnen de VVD: de idealistische JOVD’ers die de partij een rechts-progressieve koers willen laten varen, de VVD-mastodonten die hun (interne) status en bekendheid gebruiken om de normalisering van de PVV terug te draaien, en een aanzienlijk aantal VVD’ers dat de inhoud van de brief van Eric Verweij onderschrijft. Toch blijkt deze factie binnen de VVD ondergesneeuwd te raken door de populisten binnen de partij.
De VVD als machtspolitieke machine: Klassiek Liberaal en de partijtop bundelen hun krachten
Deze idealisten worden door de partijtop van de VVD vrijwel genegeerd. Sinds vorig jaar heeft de VVD, onder leiding van Brekelmans en Yesilgöz, gekozen voor een anti-immigratiekoers. De partijtop zag in dat Nederland zeer kritisch is op de asielinstroom en dacht na de val van Rutte IV dat de partij hier electoraal van kon profiteren door hiervan een echt VVD-speerpunt te maken. De PVV zou als een onderschikte coalitiepartner (met 15-20 zetels) de weg vrijmaken voor een streng migratiebeleid.
In EW Magazine gaf Brekelmans voor het eerst openlijk aan dat een samenwerking met de PVV niet meer uitgesloten was. De VVD had zich echter duidelijk misrekend tijdens de nationale verkiezingen van afgelopen november, want de PVV is en blijft de agendasetter rondom migratie. De crisisachtige framing van de VVD, samen met de gepopuliseerde media zoals De Telegraaf, met voorbeelden als de “nareis-op-nareis”-leugen van Yesilgöz, waren voor de PVV een geschenk uit de hemel. De PVV werd dan ook door ‘de kiezer’ beloond met maar liefst 37 zetels.
Voor Klassiek Liberaal was deze verkiezingsuitslag een uitgelezen mogelijkheid om de VVD definitief de rechts-populistische kant op te sturen. Volgens hen moest er gebroken worden met het ‘D66-beleid’ en gekozen worden voor een ‘centrumrechts’ kabinet. Na verloop van tijd nam de VVD-top dit advies min of meer over. Tijdens talrijke mediaoptredens hoorden we het anti-parlementaire gezwets van Yesilgöz, die beweerde dat ‘de kiezer’ had gekozen voor een centrumrechtse koers, en dat daarom de formatieonderhandelingen met de PVV gerechtvaardigd waren. Maar de kiezer heeft uiteraard niet gekozen voor een centrumrechts beleid; de stem van de kiezer is uiterst pluriform en niet te vatten in een eenduidige politieke richting, zeker met ons meerpartijenstelsel.
Terwijl vanaf de zijlijn Klassiek Liberaal bleef aandringen op een samenwerking met de PVV, onderhandelde de VVD met de PVV, en uiteraard ook met NSC en BBB. Je kunt niet anders stellen dan dat de VVD uitstekend heeft onderhandeld. De post van minister van Financiën werd ‘gewoon’ bemand door een VVD’er. Ik zeg ‘gewoon’, omdat deze ministerspost normaliter toebehoort aan de tweede partij, maar aangezien de PVV ook al de post van minister-president niet bemachtigde, leek het logisch dat zij dit departement zouden claimen. Desondanks mag de ‘begrotingshavik’ Eelco Heinen (VVD) waken over de schatkist. Daarnaast zijn veel standpunten van de VVD in het Hoofdlijnenakkoord/Regeerprogramma terechtgekomen, zoals de typische VVD-agendapunten als belastingverlagingen voor de rijkere groepen.
Nu deze regering eenmaal is aangetreden, blijkt dat de VVD geen enkel probleem heeft met de autocratische intenties van minister Faber. De VVD geeft de PVV alle ruimte. De partij van Yesilgöz kan zich zo profileren als immigratiekritisch: ‘Wij stemmen in met crisismaatregelen om de asielcrisis te stoppen.’ De VVD gokt erop dat het onrechtstatelijke immigratiebeleid van de PVV niet al te veel schade aanricht aan de democratische rechtsorde, terwijl de partij toch door het kiezerspubliek wordt gezien als een partij die echt iets wil doen aan immigratie. De VVD hoopt bovendien dat de PVV-minister als zeer incompetent zal worden beschouwd, zodat de VVD dé immigratiepartij wordt. Faber zal namelijk weinig voor elkaar krijgen op dit dossier en zich beperken tot onbeduidende symboolpolitiek. Onze rechtsstaat wordt dus het slachtoffer van een vernuftige machtspolitieke strategie van de VVD, die zich graag wil presenteren als een anti-immigratiepartij. Het is naar mijn mening een levensgevaarlijke gok van de VVD om de PVV zo zijn gang te laten gaan, zeker omdat Wilders ook een zeer kundige strategische politicus is.
Daarnaast lijkt de VVD het allemaal wel prima te vinden dat het landbouw- en immigratiebeleid een complete chaos wordt, als daarmee aangetoond kan worden dat de VVD het enige redelijke alternatief op rechts is: ‘Niet BBB, niet de PVV, maar de VVD!’ Nederland wordt zo het slachtoffer van bestuurlijke crises en mogelijke schade aan de rechtsstaat, omdat de VVD weer een machtsfactor van formaat wil zijn in Nederland, althans volgens de partijstrategen. Het is niet alleen cynisch dat de partijbelangen voorop staan bij de VVD-top (en niet het landsbelang), maar het getuigt ook van weinig verantwoordelijkheidsgevoel.
Hoe wil de VVD zich dan profileren als de stabiele, redelijke partij op rechts die fel is op asielmigratie? Dat doet de pragmatisch-machtspolitieke factie binnen de VVD door – zoals reeds vermeld – enerzijds desinformatie te verspreiden over migratie, bijvoorbeeld door de opvangcrisis zo te framen alsof we in bijzondere tijden leven wat betreft de instroom van asielzoekers, om zo de rechtse kiezer aan zich te binden. Anderzijds is de VVD de afgelopen drie maanden nauwelijks betrokken bij politiek-bestuurlijke relletjes. Terwijl de PVV met minister Faber en de BBB met minister Wiersma vaak in het nieuws komen vanwege controversiële besluitvorming op hun beleidsterreinen, en NSC in interne wanorde verkeert, lijkt de VVD op zijn bemachtigde departementen nauwelijks media-aandacht te genereren. De partij maakt daardoor een stabiele indruk.
De VVD-ministers opereren dus geruisloos zonder betrokken te zijn bij al te veel mediarelletjes, in tegenstelling tot de andere coalitiepartijen. Daarnaast laat de VVD aan haar potentiële kiezers weten dat ze echt opkomen voor de hardwerkende middenklasse, wat blijkt uit het feit dat grote delen van het VVD-verkiezingsprogramma zijn overgenomen, ’80 tot 90%’ van het VVD-verkiezingsprogramma zou terug te vinden zijn in het recentelijk gepubliceerde Regeringsprogramma . De ‘begrotingshavik’ Eelco Heinen controleert vervolgens of de staatsuitgaven niet uit de hand lopen en of de belastingen voor ‘hardwerkend Nederland’ niet verhoogd hoeven te worden.
Humanistisch-liberale geluid mist echte massa
Dan vraagt u zich vanzelfsprekend af: waar is dat humanistisch-liberale geluid gebleven sinds de oprichting van de ‘Nieuwe VVD’? Allereerst moet worden vastgesteld dat dit tegengeluid keer op keer genegeerd wordt. Partijleider Yesilgöz doet tegenover deze groepering voorkomen alsof ze hun zorgen serieus neemt. Na de kritische opmerkingen van Weisglas, bijvoorbeeld, zei ze dat ze zijn zorgen ‘tot diep in haar vezels’ voelde. Maar deze zorgen zijn geenszins vertaald in concrete punten in het Regeerprogramma. De VVD lijkt namelijk geen enkel probleem te hebben met het feit dat Faber mag experimenteren met crisiswetgeving voor een onbestaande crisis.
Daarnaast lijkt de VVD weer te functioneren als de oude “applausmachine” van tijdens de Rutte-jaren. Tijdens de partijtop van afgelopen woensdag leken de rijen opnieuw gesloten te zijn. Dit komt omdat de humanistisch-liberale factie slechts een betrekkelijk klein deel van de VVD uitmaakt: de macht van het getal is simpelweg doorslaggevend. Bovendien lijkt het erop dat deze kritische flank het er inmiddels bij laat zitten en ervan uitgaat dat de VVD sterker uit deze radicale coalitie zal komen.
Conclusie
De VVD is dus geen betrouwbare partij als het gaat om het indammen van het populisme. Naast het feit dat de VVD zelf populistische retoriek over immigratie niet schuwt, wacht de partij rustig af tot de BBB- en PVV-bestuurders een bestuurlijke ramp veroorzaken. Vervolgens kan de VVD zich profileren als dé partij op rechts waarop men in de toekomst (weer) moet stemmen. Bestuurlijke crises en zelfs mogelijke schade aan de rechtsstaat worden vanuit machtspolitiek opportunisme geoorloofd om de partij weer te laten uitgroeien tot Rutteiaanse proporties. Dit alles wordt aangemoedigd door de populistische factie binnen de VVD, genaamd ‘Klassiek Liberaal’. De ‘Nieuwe VVD’ lijkt bovendien onvoldoende invloed te hebben om de machtsbundeling tussen Klassiek Liberaal en de machtspolitieke partijtop te doorbreken.
De VVD probeert daarnaast de indruk te wekken dat een stem op de partij waardevol is: de onderhandelaars hebben immers een groot aantal ‘echte’ VVD-standpunten weten te verwerken in het Regeerprogramma, waarbij begrotingshavik Heinen erop toeziet dat de VVD-kiezer niet te maken krijgt met lastenverhogingen, maar dat er juist bezuinigd wordt, denk aan de aangekondigde onderwijsbezuinigingen die aangekondigd worden als een soort natuurverschijnsel.
Ik hoop dat veel kiezers deze cynische partijstrategie zullen doorzien. De VVD heeft immers ook zijn handtekening onder het Regeerprogramma gezet en is daarmee medeverantwoordelijk voor de aanstaande ‘rampen’ op het landbouw- en immigratiedossier. De tijd zal uitwijzen of de VVD opnieuw een foute strategie heeft gekozen, net zoals in november 2023, toen de PVV met de verkiezingsoverwinning aan de haal ging.
Steun het anti-populistische geluid!
Wil je dit opiniërende platform maandelijks steunen met een bescheiden financiële bijdrage? Dat kan via deze link: Columns (stripe.com) Of steun het platform eenmalig met een bedrag naar keuze invullen: https://buy.stripe.com/00g176ce24rc3Cg3cc
