In het kort:
• Financiële zelfstandigheid: Boon (PVV) stelt dat migranten disproportioneel veel gemeenschapsgeld kosten. Hij baseert zich op de eenzijdige fiscale benadering van dr. Van de Beek. Hij negeert daarbij de bredere economische bijdragen van migranten, zoals hun rol in laaggeschoolde sectoren.
• Criminaliteit en framing: Boon benadrukt de oververtegenwoordiging van niet-westerse migranten in criminaliteitscijfers, zonder deze te corrigeren voor sociaaleconomische factoren. Hij suggereert hiermee een direct verband tussen etniciteit en crimineel gedrag.
• Assimilatie onder het mom van integratie: Boon koppelt integratie aan culturele assimilatie, met de eis dat moslims seculiere Nederlandse normen volledig omarmen. Er wordt de suggestie gewekt dat een substantieel deel van de moslims de Nederlandse cultuur wil vervangen, terwijl dit een doelbewuste misinterpretatie van de cijfers is.
• Blokkeren van verbeteringen: Boon wijst voorstellen van andere partijen af, zoals het investeren in inburgeringstrajecten en het direct laten werken van asielzoekers. Hij noemt dergelijke plannen onder andere ‘pamperen’. Hiermee laat de PVV de problematiek voortduren, zonder dat er een verbetering in zicht is.
Inleiding
Maikel Boon mocht namens de PVV het woord voeren tijdens het commissiedebat over integratie. De PVV had voor een succesvolle integratie twee criteria opgesteld. Enerzijds moesten migranten in staat zijn zichzelf te bedruipen, en anderzijds moesten de migranten het Nederlandse waardensysteem overnemen, zoals het omarmen van de vrijheid van meningsuiting en ‘niet antisemitisch zijn’. Ik zal beide criteria behandelen in dit stuk en daarbij zal al snel duidelijk worden dat de inbreng van Boon uitsluitend bestaat uit ongefundeerd alarmisme over de integratie van onze ‘niet-westers’ landgenoten. Verbeteringen voor het integratietraject, die door andere commissieleden worden aangedragen, worden door de PVV’er weggehoond. Dit tekent de modus operandi van de PVV: géén oplossingen, maar propagandistische alarmisme verkondingen.
Criteria één: financiële zelfstandigheid
Voor de financiële zelfstandigheid van migranten verwees de heer Boon naar het boek van dr. Van de Beek, waarin deze financiële autonomie zou zijn becijferd. Boon concludeert vervolgens, op basis van het boek Migratiemagneet Nederland, dat er zeven werkende autochtone Nederlanders nodig zijn per migrant, omdat deze in extreme mate uitkeringsafhankelijk zouden zijn. Deze fiscale benadering (wat draagt iemand bij aan de schatkist) van Van de Beek, die ten grondslag ligt aan de stellingname van Boon, is echter te beperkt. Mensen die laaggeschoold werk verrichten—werk dat migranten vanwege hun opleidingsniveau hoofdzakelijk doen—zijn afhankelijk van toeslagen om in hun levensonderhoud te voorzien; het reguliere loon uit arbeid blijkt zodoende niet toereikend te zijn. Hierdoor is laaggeschoold werk per definitie een beroepsgroep die een negatief effect heeft op ‘de schatkist’. Maar de economische baten van laaggeschoolde arbeid worden hiermee niet in ogenschouw genomen: de bijdrage aan de economische bedrijvigheid als gevolg van hun bestedingen én hun nuttige rol binnen de organisaties waarin zij werken. Kortom, de fiscale rekenmethode van Van de Beek heeft aanzienlijke tekortkomingen, waardoor laaggeschoolden per definitie slechter uitkomen.
Deze kanttekeningen heeft Boon vanzelfsprekend niet geplaatst. De nauwe fiscale rekenmethode van Van de Beek strookt immers volledig met het alarmistische beeld van de PVV dat ‘de ongebreidelde massa-immigratie’ de verzorgingsstaat zal uithollen.
Oververtegenwoordiging criminaliteit
Een ander fenomeen waar Boon het succes van integratie aan afmeet, is de oververtegenwoordiging van niet-westerse migranten in de criminaliteitscijfers. Het PVV-Kamerlid somt op met welke factor Afghaanse, Irakese en Eritrese adolescenten meer vertegenwoordigd zijn ten opzichte van autochtonen. Hieruit concludeert het commissielid opnieuw dat de integratie compleet is gefaald. Maar dit veronderstelde verband tussen etniciteit en crimineel gedrag is uiterst gevaarlijk en manipulatief. Hiermee wordt de suggestie gewekt dat etniciteit dé belangrijkste variabele is om crimineel gedrag te voorspellen. Echter, je moet dit criminele gedrag corrigeren voor andere achtergrondskenmerken, zoals opleidingsniveau, inkomensniveau en externe factoren zoals de leefbaarheid van een wijk of buurt. Dan worden de verschillen tussen migrantengroepen vrijwel tenietgedaan. Een andere belangrijke verklaring voor de oververtegenwoordiging is bovendien etnisch profileren.
Door de oververtegenwoordiging te corrigeren voor dergelijke achtergrondskenmerken, wordt het bovendien duidelijk wat er gedaan kan worden aan de oververtegenwoordiging van niet-westerse migranten. Dat brengt mij dan ook bij de oplossingen die de PVV per definitie wil uitsluiten, vanwege vage overwegingen. We zouden het inburgeringstraject bijvoorbeeld veeleisender kunnen maken dan nu het geval is. Ik zou het een goed idee vinden om jonge nieuwkomers (21-45 jaar) leerplichtig te maken voor bijvoorbeeld vijf jaar, waarin ze (parttime) hun kennis en vaardigheden verbeteren, zodat ze makkelijker kunnen worden ingepast op de arbeidsmarkt. Tijdens dit leerplichttraject zou het daarnaast van wezenlijk belang moeten zijn dat gediplomeerde migranten hun kwalificaties gemakkelijker geldig kunnen laten verklaren door het volgen van de nodige cursussen. Op dit moment belanden namelijk veel relatief hoogopgeleide statushouders uiteindelijk in laaggeschoolde sectoren, zoals de logistiek of de agrarische sector. Dit is echt een verkwisting van de persoonlijke kwaliteiten en vaardigheden van de nieuwe Nederlander. Kortom, investeer grondig in het menselijk kapitaal van de statushouder, en je zult als samenleving de vruchten ervan plukken.
Boon wil dit echter niet. Wanneer hij door Mikal Tseggai (GL-PvdA) wordt bevraagd over een vergelijkbare investering in het inburgeringstraject, krijgen we een klassiek populistisch verhaal: ‘Het zijn geen puppy’s, we moeten ze niet zo pamperen; ze moeten het zelf maar uitzoeken.’ Dit klinkt natuurlijk stoer, maar als we van een vluchteling verwachten dat hij zelfredzaam is zonder enige basale kennis van onze taal, en zonder dat we in hen hebben geïnvesteerd, bijvoorbeeld door middel van onderwijs, zal het integratieproces vertragen. Dit komt door het simpele feit dat ze niet zijn klaargestoomd om te functioneren binnen onze uiterst complexe, hoogtechnologische samenleving. Dat is geen pamperen (de migranten moeten immers nog altijd zelf presteren binnen dat onderwijssysteem); dat heet ‘investeren in mensen’. Met deze grondhouding zal de PVV dus contraproductieve resultaten bewerkstelligen: de oververtegenwoordiging in de criminaliteit blijft voortbestaan én nieuwe Nederlanders presteren niet conform hun werkelijke persoonlijke kwaliteiten.
Ik vermoed bovendien dat dit precies is wat de PVV wil, omdat een kunstmatige instandhouding van het probleem de partij een blijvende aantrekkingskracht geeft als agitator van de zogenaamd mislukte multiculturele samenleving. Een hechte nationale gemeenschap, ondanks onze verscheidenheid, lijkt niet hun werkelijke doel.
Deze opstelling blijkt ook uit de reactie van de heer Boon op het voorstel van Don Ceder (CU) om asielzoekers vanaf dag één te laten werken.
Hierdoor kunnen nieuwkomers vanaf dag één participeren in de Nederlandse samenleving en bied je ze zingeving, in plaats van dat ze gemiddeld een jaar in de asielketen praktisch niets kunnen doen (afgezien van de mogelijkheid om na enkele maanden te werken). Dit reduceert sociale problematiek die voortkomt uit het feit dat asielzoekers vrijwel niks om handen hebben en gefrustreerd raken. Kortom, het zou een enorme impuls zijn voor het integratieproces. Toen Ceder dit voorstel aan Boon voorlegde, werd duidelijk dat de PVV er niets voor voelt om dit plan te realiseren, uit vrees voor een ‘aanzuigende werking’. Een angst die wel vaker binnen uiterst rechtse kringen te constateren is, maar die nauwelijks met kwantitatief bewijsmateriaal hardgemaakt kan worden. Immers, Nederland is als land met een van de best werkende sociale stelsels een absolute middenmoter als het gaat om de opvang van asielzoekers. De aantrekkingskracht van omvangrijke sociale regelingen en sociaal-economische kansen op asielmigranten is dus betrekkelijk gering.
Opnieuw zien we dus dat de PVV verbeteringen van het integratieproces uit de weg gaat vanwege vage overwegingen die voornamelijk gegrond zijn op irrationele angsten.
Boon heeft sowieso geen enkele oplossing voor het integratieproces aangedragen. Hij vertrouwt volledig op de voorgenomen plannen van het huidige kabinet hieromtrent en zal in de toekomst eventueel bijsturen waar nodig. Dit is uiteraard typerend voor de modus operandi van de gemiddelde PVV-parlementariër in de Kamer: helemaal niets wezenlijks uitvoeren. De inbreng van dhr. Boon komt dan ook meer over als een uitvoerige column waarin een opinie doorklinkt over integratie, zonder dat er ook maar iets van een oplossing wordt voorgesteld. Op deze wijze zou je ook de handelswijze van de PVV kunnen duiden: het is een politieke meningenfabriek, zonder dat deze fabriek oplossingen fabriceert.
Oplossingen om eventueel religieus extremisme- wat dus marginaler is dan dat Boon ons doet voorspiegelen- heeft Boon niet, want de PVV is geen oplossingsgerichte partij. Ik heb die denk ik wel. Hoogleraar radicaliseringsstudies Tahir Abbas (Universiteit Leiden) heeft samen met andere academici onderzoek verricht naar de grondoorzaken van radicalisering. Het onderzoeksproject toont aan dat radicalisering wordt veroorzaakt door een samenspel van maatschappelijke structuren, discriminatie en marginalisatie. Wat de landelijke politiek dus zou kunnen doen, om radicalisering onder islamitische jongeren te voorkomen, is de structurele achterstelling van deze jongeren aan te pakken, op bijvoorbeeld de arbeidsmarkt én in het sociaal-maatschappelijk domein. Ook dit zal de PVV vanzelfsprekend niet bevallen, want de ‘partij’ zoekt het vooral in de individuele verantwoordelijkheid van mensen, en complexe sociaal-maatschappelijke structuren worden daarbij (doelbewust) genegeerd. Marginalisatie van islamitische groepen werkt de huidige PVV-regering juist in de hand, door generaliserende en discriminatoire uitspraken te doen over het islamitische volksdeel. Dat zagen we uiteraard twee weken geleden, toen de PVV en de uiterste rechtse regering de misdragingen van enkele islamitische jongeren projecteerden op de gehele moslimgemeenschap en daarmee hen in feite criminaliseerden. Op dit punt heeft de PVV dus niet enkel geen realistische oplossingen, het vormt een onderdeel van het probleem.
Tweede criterium: culturele integratie (=assimilatie)
Dan sluit ik af met het laatste criterium van de mate van integratie volgens de PVV: het waarden- en normenpatroon van Europese/Nederlandse moslims. Dit hoort eigenlijk niet helemaal bij het integratiedebat. Integratie gaat immers over de mate waarin migranten participeren in de samenleving en zich aan de wet- en regelgeving houden. Seculiere opvattingen, zoals de scheiding van kerk en staat, vallen eerder onder het assimilatieproces. Voor de PVV hoort dit echter wel bij ‘integratie’.
Dhr. Boon concludeert dat veel islamitische Nederlanders het Nederlandse cultuurgoed willen vervangen door een islamitische, exotische cultuur. Hij onderbouwt dit met surveyonderzoeken in naburige landen. Dhr. Boon stelt bijvoorbeeld dat iets meer dan de helft van de moslimpopulatie islamitische voorschriften belangrijker vindt dan seculiere regelgeving. Daarbij zou een derde van de Duitse moslims begrip hebben voor gewelddadigheden bij belediging van de profeet Mohammed. Volgens Boon betekent dit dat een aanzienlijk deel erop uit is om onze (seculiere) wetten te vervangen. Op deze manier schrijft hij een revolutionair karakter toe aan onze islamitische landgenoten.
Alvorens we deze cijfers nuanceren en ontleden, wil ik eerst stilstaan bij een klassiek staaltje framing dat vaak in de opiniërende journalistiek en de politiek wordt gebruikt (zoals door Maikel Boon). Dit heet ook wel ‘negatieve framing’. Boon presenteert het cijfermateriaal zodanig dat het zijn xenofobe, alarmistische agenda het beste ondersteunt. Het PVV-Kamerlid zegt niet dat ongeveer de helft van de Duitse moslims de seculiere wetten even belangrijk of belangrijker acht dan islamitische leefregels. Nee, hij zegt precies het omgekeerde: ‘Iets meer dan de helft stelt de islamitische regels boven de Duitse wet.’
Het andere statistische feit kun je eveneens anders uitleggen: 70% van de moslims heeft weinig tot geen begrip voor gewelddadigheden bij belediging van hun profeet. Deze uitleg van hoe framing werkt, biedt al een iets positiever of in ieder geval genuanceerder beeld van de assimilatie van islamitische Nederlanders.
Dan nu de statistische gegevens op basis waarvan Boon concludeert dat een aanzienlijke groep Nederlandse moslims wil rebelleren en de Nederlandse staat wil omvormen tot een islamitische republiek. Dat de meerderheid van de Duitse moslims (we gaan er gemakshalve vanuit dat Duitse moslims vergelijkbaar zijn met Nederlandse moslims) van mening is dat islamitische leefregels belangrijker zijn dan seculiere wetgeving, betekent niet noodzakelijkerwijs dat deze groep de democratische rechtsorde niet respecteert of de regels niet zal naleven. Het Europese Agentschap voor Fundamentele Rechten (FRA) heeft in 2017 (helaas geen recenter cijfermateriaal) onderzocht dat de Europese moslim meer vertrouwen heeft in democratische instellingen dan de gemiddelde Europeaan. Uiteraard zijn er extremistische moslimgroeperingen die de seculiere wetten willen vervangen door religieuze doctrines, en ik vind dat onze inlichtingendiensten zulke groeperingen nauwlettend in de gaten moeten houden. Maar op basis van het eerdergenoemde feit (de verhouding tussen religie en seculiere staat) kan Boon niet bewijzen dat we te maken hebben met een substantiële groep die hierop uit is. Dit lijkt eerder een alarmistische misvatting.
Tot slot het feit dat een derde van de moslims begrip heeft voor gewelddadigheden bij belediging van de profeet Mohammed. Begrip hebben voor iets is wezenlijk anders dan het rechtvaardigen ervan. Begrip betekent dat je de drijfveren van een individu of groep kunt volgen, maar het betekent niet dat je zoiets goedkeurt. Begrip kan natuurlijk overgaan in rechtvaardiging, maar het is niet hetzelfde. Dit blijkt ook uit het eerder aangehaalde onderzoek van FRA (2017), waaruit blijkt dat 85% geweld na religieuze beledigingen niet gerechtvaardigd vindt. Het percentage dat geweld als iets legitiems ziet, is zodoende niet een derde, maar 15%. Nog altijd 15% te veel, maar wel een factor twee kleiner dan wat Boon suggereert.
Oplossingen om eventueel religieus extremisme – dat marginaler is dan Boon doet voorkomen – tegen te gaan, heeft Boon niet. De PVV is namelijk geen oplossingsgerichte partij. Ik heb die oplossingen wel. Hoogleraar radicaliseringsstudies Tahir Abbas (Universiteit Leiden) heeft samen met andere academici onderzoek gedaan naar de grondoorzaken van radicalisering. Dit onderzoek toont aan dat radicalisering wordt veroorzaakt door een samenspel van maatschappelijke structuren, discriminatie en marginalisatie. Wat de landelijke politiek dus zou kunnen doen om radicalisering onder islamitische jongeren te voorkomen, is de structurele achterstelling van deze jongeren aanpakken, bijvoorbeeld op de arbeidsmarkt en in het sociaal-maatschappelijk domein. Dit zal de PVV vanzelfsprekend niet bevallen, want de partij legt de nadruk vooral op individuele verantwoordelijkheid. Complexe sociaal-maatschappelijke structuren worden daarbij doelbewust genegeerd. Sterker nog, marginalisatie van islamitische groepen wordt juist in de hand gewerkt door generaliserende en discriminatoire uitspraken, zoals we twee weken geleden zagen. Toen projecteerden de PVV en de extreemrechtse regering de misdragingen van enkele islamitisch-Amsterdamse jongeren op de gehele moslimgemeenschap, waarmee ze deze gemeenschap in feite criminaliseerden. Op dit punt heeft de PVV niet alleen geen realistische oplossingen; ze vormt zelfs een onderdeel van het probleem.
Conclusie
De inbreng van dhr. Boon kan dienen als lichtend voorbeeld van de algehele werkwijze van de PVV-fractie. De problematiek (in dit geval met betrekking tot integratie) wordt schromelijk overdreven, terwijl er geen oplossingen worden aangedragen. Dit getuigt van pure intellectuele luiheid en radicalisme. Deze modus operandi – tezamen met de frequente afwezigheid van PVV-Kamerleden tijdens belangrijke debatten – schaadt het functioneren van ons parlement, vooral omdat de PVV nu ongeveer een kwart van de zetels in handen heeft.
Steun het anti-populistische geluid!
Wil je dit opiniërende platform maandelijks steunen met een bescheiden financiële bijdrage? Dat kan via deze link: Columns (stripe.com) Of steun het platform eenmalig met een bedrag naar keuze invullen: https://buy.stripe.com/00g176ce24rc3Cg3cc
