Dagelijks zien we de populistische uitwassen in onze politiek aan ons voorbijtrekken. Een fractieleider in de Tweede Kamer die zich gedraagt als minister-president en minister van buitenlandse zaken tegelijk, een minister van Immigratie die dag na dag daadkrachtig dingen roept maar eigenlijk niets presteert, een minister van LNV die meer begaan lijkt met de reinheid van haar nieuwe pumps dan met het oplossen van de stikstof-problematiek. Wat moeten wij met uit de spruitjeslucht voortgekomen populisten-lethargie? Hoe krijgen we het midden opnieuw in positie?

De goede oude tijd

“Vroeger was alles beter”. “In mijn tijd……”. U kent deze zinnetjes wel. Teruggrijpen naar vroeger, naar iets dat vertrouwd is, en vooral beter lijkt. Er is echter meer aan de hand. Kijk naar een TV-programma als VT-wonen. Je ziet inrichtingen langskomen die “retro” zijn, ofwel teruggrijpen op modetrends van jaren her. Dan zijn er nog de mensen die verzot zijn op “vintage”, ofwel young antiques en mid century antiques. Is dat nieuw? Nee, en eigenlijk ja. De antiekmarkt heeft een hele tijd op zijn gat gelegen zogezegd, en vindt nu nieuwe inspiratie in deze schijnbaar moderne trends. En wat heeft dat met populisme te maken?

Alles. Het duidt op een ontwikkeling die we breder in de maatschappij zien. De maatschappelijke en technologische ontwikkelingen van de laatste vijfentwintig jaar hebben geleid tot een enorme versnelling van ons leven, maar ook tot een verkilling van onze onderlinge relaties. Dat laatste zien we terug in toenemende eenzaamheid onder ouderen, maar ook in de toegenomen angst onder de mensen. Men is bang voor anderen, en vertaalt dat in een roep om ‘meer veiligheid’. Die ‘veiligheid’ kan niemand bieden, want die ligt diep in onszelf begraven. De mensen voelen zich ontworteld.

Dan wordt het logisch om naar iets terug te verlangen waar we een geromantiseerd beeld van hebben: de aangeharkte jaren ‘50 van de vorige eeuw. Verhoudingen tussen mensen waren helder en leken niet ter discussie gesteld te worden, iedereen was min of meer even rijk of arm, men werkte samen aan de opbouw van het land, en de sociale ordening van het gezin was eveneens duidelijk: vader was de baas en ging uit werken, en moeder voedde de kinderen op en zorgde voor het huishouden. De morele en zedelijke normen waren rechtlijnig en duidelijk.

Dat dit geromantiseerde beeld weinig met de realiteit van die tijd te maken heeft, mag duidelijk zijn. Lonen werden kunstmatig laag gehouden met behulp van de zogenaamde geleide-loonpolitiek. Om prijzen laag te houden moest de prijs van arbeid laag blijven. Dat leverde voor ondernemers het geld op om te kunnen investeren en daardoor werkgelegenheid voor mensen te scheppen. Om dat nog een beetje te helpen werden vrouwen als ze trouwden ontslagen – één betaalde baan per gezin werd voldoende gevonden. Echtscheiden kon niet, want vrouwen zouden zonder inkomen raken – de Algemene Bijstandswet werd pas in de jaren ‘60 ingevoerd. Daarnaast konden vrouwen niet eens zelfstandig een bankrekening openen, want ze waren handelingsonbekwaam. De geromantiseerde jaren ‘50 waren een toonbeeld van grote ongelijkheid tussen man en vrouw, maatschappelijke klassen en eigenlijk onderdrukking onder een dun laagje verf.

Sindsdien

Nu, zeventig jaar later, is de inwoner van Nederland gemiddeld gesproken goed af. Wie rond modaal verdient kan er redelijk van leven. Het probleem is echter dat modaal hetzelfde betekent als ‘in het midden’. Er zijn dus veel mensen die (veel) minder goed af zijn, maar ook veel mensen die (veel) beter af zijn.

De maatschappelijke ordening is sterk veranderd. Mannen en vrouwen zijn voor de wet gelijk, ofschoon sommige werkgevers nog steeds vrouwen minder betalen dan mannen die hetzelfde werk doen. Het koloniale verleden van Nederland is zichtbaar op straat, en er leven mensen van allerlei afkomst in Nederland. Van velen zijn vaders en moeders hierheen gehaald om het tekort aan arbeid aan te vullen, van anderen zijn vaders en moeders hier als vluchtelingen gekomen, van nog weer anderen zijn vaders en moeders hierheen gekomen omdat ze het beter wilden hebben en meer kansen op een goed leven zagen. Dat is overigens niet nieuw – de economische voorspoed van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden in de zeventiende eeuw is grotendeels het gevolg geweest van mensen uit het ons omringende buitenland die zich in Amsterdam vestigden. Dat wij daar in onze geschiedschrijving mee zijn omgegaan alsof het onze eigen verdienste was doet daar weinig aan af.

Welvaart heeft effecten op de onderlinge verhoudingen tussen mensen. Veel mensen hebben zich door de welvaart van de laatste zestig jaar laten wijsmaken dat iedereen iets moet doen aan problemen, behalve zijzelf. Die houding zien we terug in de afnemende aantallen leden van vakbonden, politieke partijen en ook in de houding van leden van veel sport- en andere verenigingen: mensen komen om te tennissen, en niet om baanonderhoud te doen of de bar te bemannen. Hetzelfde geldt voor hoe we in Nederland met ouderen en zieken omgaan: “zo lang mogelijk zelfstandig wonen” is vooral een zaak van die mensen zelf, en anders van de thuiszorg – vaak is familie niet in de buurt of ook niet heel erg bereid om voor het familielid te zorgen. De afnemende betaalbaarheid heeft geleid tot de invoering van concepten zoals de “participatiemaatschappij”, ofwel de privatisering van de zorg voor ouderen en chronisch zieken. We zijn er zelf van, maar wel zonder verplichtingen en machtsmiddelen. Tenslotte is er nog het probleem van de individuele bijdrage aan de samenleving. Belasting betalen vinden we al te erg, en als er dan ook nog in ons zicht een windmolen wordt gebouwd of Defensie herrie komt maken in het kader van oefeningen is de vraag: “Kan dat niet ergens anders?”. Een vraag die gesteld wordt zonder even te bedenken dat verplaatsen betekent dat iemand anders hetzelfde veronderstelde probleem heeft.

De welvaart zorgde ook voor een grotere afstand tussen burger en politiek. Het politieke engagement nam niet af, maar de organisatiegraad wel. Steeds minder mensen werden lid van een vakbond, en lang gold dat ook voor politieke partijen.

Vandaag de dag

Sinds vijfentwintig jaar is de verharding van de maatschappij duidelijk zichtbaar in hoe we politiek bedrijven. De verschijning van Pim Fortuyn met zijn LPF in 2001 veroorzaakte een schok binnen de gevestigde orde. De LPF liet voor het eerst zien hoe groot het protest-aandeel in het electoraat was: het simpele feit dat de LPF zich tegenover het politieke establishment opstelde zorgde voor een eclatant succes. Woede die de gevestigde orde niet had opgemerkt of wilde opmerken kwam in één klap aan de oppervlakte én in de Tweede Kamer.

Intussen rommelde het binnen de VVD. Fractielid Wilders kwam in conflict met de fractieleiding toen hij zich openlijk verzette tegen het lidmaatschap van Turkije van de EU. Uiteindelijk werd Wilders uit de fractie gezet en ‘begon voor zichzelf’. Wilders kreeg succes met zijn anti-islamstandpunten en wist volgers aan zich te binden. Zijn partij is geen partij, want een stichting met precies één lid, Wilders zelf. Op die manier trachtte hij interne twisten te voorkomen en wist hij inderdaad te bereiken dat een deel van het electoraat deze abberatie als acceptabel ziet. Wilders deed met succes een beroep op de onderbuik van veel Nederlanders: Nederland is een land waar zeer dicht onder de oppervlakte gedachten gekoesterd worden die niets te maken hebben met het zorgvuldig opgebouwde beeld van vrijheid en tolerantie.

In de afgelopen twintig jaar zijn eerst ‘integratie’ en daarna ‘migratie’ geproblematiseerd.Dat integreren in Nederland niet gemakkelijk is weten we allemaal. Maar hoe dat komt willen de meesten niet accepteren: Nederlanders integreren namelijk niet, los van hoeveel een nieuwkomer zich inspant. Op het eerste gezicht lijkt dit een vreemde stelling: Nederlanders integreren niet. Dat is het allerminst. In Nederland leggen we stelselmatig de last van ‘integreren’ bij de nieuwkomer. Terwijl de nieuwkomer zich in een inburgeringstraject stort gaat de Nederlander gewoon door met de andere kant uit kijken, onder meer door deze mensen in feite te negeren. Die zogenaamde autochtone Nederlanders vragen gewoon iedere dag aan mensen met een niet-Europees uiterlijk waar ze oorspronkelijk vandaan komen, al wonen de families van die mensen al tientallen en misschien honderd jaar in Nederland. Nederlandse werkgevers nemen doodleuk geen mensen aan wier achternaam ze menen te herkennen als niet oorspronkelijk Nederlands. Makelaars ‘helpen’ aanbieders van woningen doodgemoedereerd met het buiten de deur houden van mensen die schijnbaar niet Nederlands genoeg zouden zijn. Dat zijn praktijken die weliswaar in opspraak zijn geraakt, maar die onverkort plaatsvinden. En in die omgeving wordt integratie geëist…

Het onvriendelijke, buitensluitende sentiment is diep in de Nederlandse samenleving ingebed. De laatste jaren komt het steeds gemakkelijker en steeds vaker onweersproken aan de oppervlakte. Herinnert u zich nog het verkiezingsprogramma van de BBB, voor de Tweede Kamerverkiezingen van 2020? Daarin kon u lezen dat de boer de drager is van de Nederlandse cultuur en alleen al daarom beschermd moet worden. Die bescherming zou vorm moeten krijgen door een verbod op uitingen die boeren kritiseren, positieve verhalen over boeren in het onderwijs en een meldpunt waar men docenten kon melden die nare dingen over boeren zeiden. Als u wat dieper in de geschiedenis graaft, en dan vooral die van het Duitse nationalisme van de 20e eeuw, dan komt u soortgelijke fraseologie tegen. De “Blut und Boden Bewegung” was erop gefundeerd. Soortgelijke uitlatingen kunt u bij FVD vinden – van die partij staat inmiddels vast dat het onversneden fascisten zijn. De PVV verpakt haar onfrisse ideeen in anti-islam frasen, wetsvoorstellen die de islam materieel in Nederland verbieden en strafbaar maken (dat wetsvoorstel zit nu in Wilders’ ijskast) of in platte beledigingen zoals “Minder Marokkanen”. Er zijn nu dus bijna drie partijen waar iets is met de frisheid van opvattingen.

Het is inmiddels bijna normaal dat mensen zoals Keizer en Van der Plas van BBB verklaren dat mensen uit het Midden-Oosten als antisemieten geboren worden. Een stelling die in verschillende vormen over de televisie-praattafels ging uit de monden van deze dames. Dan is er nog de reactie op de rellen in Amsterdam op 7 oktober 2024, waar jongeren zich flink misdragen hebben evenals de hooligans van Maccabi – de Haagse reacties waren onversneden anti-islamitisch, in de kern racistisch en brachten de burgemeester van Amsterdam ernstig in de problemen. Een staatssecretaris met een Marokkaanse achtergrond vond het genoeg en stapte op. In de dagen erna putten bewindslieden zich uit om vooral te verklaren dat de staatssecretaris het bij het verkeerde eind had. Die heeft gelukkig de moeite genomen dat te weerspreken. Het toppunt van discriminerende actie werd gepleegd door VVD-kamerlid Benthe Becker, die een motie indiende én aangenomen zag worden die van de regering vraagt van moslims (ja, alleen van moslims) te gaan onderzoeken en registreren in hoeverre zij democratische waarden onderschrijven en respecteren. Zulke registraties zijn niet alleen stigmatiserend (want betreffen volgens de motie alleen moslims) maar ook levensgevaarlijk. Het was precies zo’n registratie die meer dan 100.000 Joden in Nederland noodlottig werd. Dan zijn er nog de PVV-bewindslieden op het ministerie van Infrastructuur. Aldaar is er sinds hun aantreden sprake van een meer openlijk vijandig klimaat jegens mensen van kleur, mensen met een moeilijke achternaam, mensen met een godsdienst die men niet pruimt en ga zo maar door. Het gaat hier wel om een Nederlandse overheidsinstantie, u weet wel, een instantie die van ons allemaal is.

Onder al deze ontwikkelingen ligt een grote zorg, namelijk die van buitenlandse inmenging in onze politiek. FVD heeft aantoonbaar relaties met Putin’s regime onderhouden en waarschijnlijk zelfs geld aangenomen. Van Wilders’ PVV wordt ook een dergelijke relatie vermoed gezien zijn sympathie voor het regime en het feit dat zijn Franse vrienden van Rassemblement voor miljoenen bij Moskou in het krijt staan. Dan hebben we nog de recente ontwikkelingen in de Verenigde Staten, waar het aantreden van Trump zorgt voor internationale opschudding die overigens door zowel FVD als PVV omarmd wordt.

Wat dit betekent

Schijnbaar vinden we het normaal en toelaatbaar dat we zo met elkaar omgaan. Dat politici moslims geboortige antisemieten noemen, dat ze streven naar onderzoek en registratie van gedragingen van moslims, dat we accepteren dat fundamentalistische christenen homoseksuelen openlijk discrimineren en onderwerpen aan conversie-therapie (men durft een verbod van die ‘therapie’ schijnbaar niet aan) en dat extreem-rechtse partijen vrouwen behandelen als minderwaardig. Volgens partijen die zich stelselmatig sterk maken voor ‘vrijheid van meningsuiting’ geldt dat ze de vrijheid om dit soort zaken te beweren en uit te dragen graag beschermd zien worden, maar graag zien dat anderen dat recht ontnomen wordt.

Populisme en rechts-radicalisme bevorderen verruwing van omgangsvormen. Als die omgangsvormen vervolgens problematisch voor populisten worden eisen ze bescherming of wijzen ze zondebokken aan: moslims, LHBTQI-ers, vrouwen, ‘linkse types’, corrupte ambtenaren, huisvrouwen, vuilnismannen, supermarktmedewerkers et cetera. Het punt is niet wie er zogenaamd schuldig is, maar dat er iemand de schuld kan krijgen. Het kan zomaar zijn dat ú morgen aan de beurt bent.

Door dit gedrag verdwijnt de wil om naar elkaar te luisteren. Het gaat immers niet meer om argumenten, maar om wie er het hardst kan schreeuwen of wie de meest grove beschuldigingen durft te uiten. Als argumenten er niet meer toe doen, dan is het vinden van oplossingen voor serieuze problemen onmogelijk. Ter illustratie is de discussie over stikstof interessant. Feit is dat er teveel stikstof wordt uitgestoten en dat er een forse vermindering nodig is, wil dit land leefbaar blijven. In de discussie is de boer, als grootste bijdrager aan de uitstoot, centraal komen te staan. Omdat de BBB een aantal mogelijke maatregelen a priori uitsluit ontstaat er een patstelling. De BBB tracht in Europa afgesproken maatstaven te veranderen, terwijl iedereen weet dat daar weinig van verwacht mag worden. Intussen gebeurt er niets, en raken boeren steeds dieper in de problemen. Het persoonlijke leed dat daarvan het gevolg is lijkt door politici van de BBB op de koop toe genomen te worden – boeren worden letterlijk op het altaar van het BBB-gelijk geofferd.

Dan hebben we nog de PVV die graag het ‘meest strenge asielbeleid ooit’ wil invoeren. De maatregelen die Faber solistisch want zonder enig overleg neemt of nalaat te nemen zijn dusdanig dat mensen die in opvanglocaties verblijven hier serieuze risico’s door lopen. Dat zijn geen risico’s zoals een sneetje in een vinger, maar serieuze gezondheidsschade, ontwikkelingsachterstanden bij kinderen, ziekmakende leefomstandigheden en meer van die dingen waarvan we in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van hebben gezegd dat we ze niet wensen te accepteren. Faber en Wilders wel – asielzoekers worden geofferd op het altaar van het PVV-gelijk.

Mensen die sociaal-economisch klem zitten en daarom hun hoop hebben gevestigd op de PVV zijn meestal ook niet de mensen die erg de weg weten in de overvloed aan informatie die er is. Ook hebben ze er geen tijd voor, want ze moeten zien dat ze het hoofd boven water houden. Dat is een uitdaging van de eerste orde in dit land, als je het niet breed hebt. Deze mensen kunnen dus eenvoudig voorgelogen worden, en dat is precies wat partijen zoals de PVV, FVD en JA21 doen. Gelikte verhalen die feitelijk onjuiste oorzaken van problemen aanwijzen, schuldigen aanwijzen, eenvoudige oplossingen suggereren en mensen wijsmaken dat andere partijen alleen voor de belangen van hun eigen achterban opkomen.

Wat nu?

Het populisme is een gevaarlijk fenomeen geworden, omdat het de politiek van het redelijke midden aanvalt en onmogelijk maakt. Het tast respectabele partijen aan, zoals bijvoorbeeld op dit moment de VVD. De VVD heeft zich laten verleiden om met de PVV te concurreren op migratie, en daar een prijs voor betaald. Het CDA heeft al eerder geleerd dat populistische frasen en ideologische armoede geen electoraal succes opleveren.

Als we niet willen dat angst, discriminatie, uitsluiting en angst voor zaken die we niet goed kennen ons leven en onze vrijheid gaan bepalen, dan moeten we stoppen met het in het zadel helpen en houden van partijen met dubieuze ideeen zoals FVD, PVV, JA21 en een deel van BBB. BBB kan dan wel de meest abjecte zaken uit haar programma hebben behaald, maar kritische beschouwing leert dat de gedachten er nog steeds zijn. U kunt ze gewoon horen in debatten en media-commentaren van met name Vermeer en Van der Plas.

We hebben behoefte aan betere regelgeving over de eisen waaraan politieke partijen moeten voldoen om toegelaten te worden tot ons systeem. Hetzelfde geldt voor partijfinanciering. Daar zijn wel regels voor, maar het ontbreekt nog aan goed handhavingsinstrumentarium.

We zullen allemaal goed op moeten letten, en niet de fout maken voor het aantrekkelijke verhaal van pseudo-oplossingen te kiezen. Anderzijds zijn problemen die geschetst worden vaak helemaal niet of veel minder aan de orde dan men ons wil doen geloven. Het gaat om feiten, feiten en nog eens feiten.

Onze nieuwsmedia moeten natuurlijk kritisch benaderd worden, maar dat is niets nieuws. Vroeger lazen verstandige mensen minstens twee verschillende kranten, en nu is dat door internet gemakkelijker geworden. Als we elkaar helpen om digitaal vaardig te worden en te blijven dan is geïnformeerd zijn heel eenvoudig.

Het enige dat echt in de bestrijding van populisme helpt is bij de feiten blijven. Populisten slingeren hun versie van feiten de wereld in, en die spinsels blijken steevast eenvoudig te weerleggen. Het probleem is alleen dat de gemiddelde luisteraar of lezer de stap naar het controleren van feiten niet zet. Eigenlijk is dat vreemd, want nog nooit hadden we zo gemakkelijk toegang tot zoveel informatie.

De oplossing voor het probleem populisme zijn we dus gewoon zelf. Gemakkelijke oplossingen die te mooi lijken om waar te zijn zijn dat meestal ook. Als wij, het redelijke midden, met zijn allen kritisch blijven jegens mensen die beweringen doen, dan moet het goed kunnen komen!

Steun het anti-populistische geluid!

Wil je dit opiniërende platform maandelijks steunen met een bescheiden financiële bijdrage? Dat kan via deze link: Columns (stripe.com) Of steun het platform eenmalig met een bedrag naar keuze invullen: https://buy.stripe.com/00g176ce24rc3Cg3cc