Het kabinet-Schoof heeft weer een week overleefd. De Voorjaarsnota leek een moeilijk te overbruggen obstakel te zijn voor dit kabinet, maar de waarde die er de afgelopen maanden aan werd toegekend, bleek niet overeen te komen met de realiteit. Maandenlang hebben we debatten mogen aanschouwen die feitelijk niet in concrete besluitvorming resulteerden; de bewindspersonen en de coalitie-Kamerleden verwezen allemaal naar de Voorjaarsnota: dát zou het moment zijn waarop kabinet-Schoof eindelijk de politiek-financiële puzzel zou leggen. Grotendeels is dat niet het geval gebleken. De coalitiepartijen hebben de Voorjaarsnota gebruikt om een pr-stunt te organiseren, waarbij kortzichtige zoethoudertjes werden gepresenteerd. Het staatkundige en bestuurlijke verval werd bovenal opnieuw gedemonstreerd; sinds het aantreden van dit kabinet functioneert het conform omgekeerde monistische principes. Het is al met al een zeer betreurenswaardige week, voor onze parlementaire democratie en voor het openbaar bestuur. En mijn bedroevende stemming over deze zaken wordt verergerd doordat het mijn overtuiging is dat dit kabinet, ondanks alle interne crises, heel lang zal blijven zitten. De wekelijkse relletjes, het geruzie en de levensgrote ideologische verschillen wegen niet op tegen een mogelijke electorale neergang na een kabinetsval. In het vervolg zal ik het verval van de Nederlandse politiek en het bestuur uiteenzetten, deze week illustreert immers in elk denkbaar opzicht het verval en de stilstand van ons geliefde land.

Bestuurscultuur: omgekeerd monisme en begin van het einde van de democratie

Allereerst wil ik de huidige bestuurscultuur en de machtsverhoudingen in Den Haag onder de aandacht brengen. Parlementair historicus Bert van den Braak merkte reeds in januari het kabinet-Schoof aan als een ‘ultraparlementaire kabinet’, een verbastering van het voorgenomen ‘extraparlementaire kabinet’. Bert van den Braak stelt in dat stuk dat de coalitiefractievoorzitters vanuit de Kamer regeren, terwijl de regering slechts reageert. Dit is een kwalijke ontwikkeling, omdat het dan onduidelijk is wie de Kamer controleert wanneer diezelfde Kamer feitelijk het beleid uitwerkt. De regering is daardoor verworden tot een soort veredeld uitvoeringsorgaan. Om met Faber te spreken: de regering is een ‘stempelmachine’.

Deze conceptuele voorstelling van zaken van historicus Van den Braak doet opnieuw recht aan wat we afgelopen week hebben gezien. De vier fractievoorzitters van BBB, PVV, NSC en VVD hebben in een 24-urige onderhandelingsmarathon het begrotingsbeleid naar hun hand gezet. Eelco Heinen keek vervolgens als een strenge boekhouder of de sommetjes wel klopten, en de partijloze Dick Schoof was een soort procesbegeleider die zo nu en dan werd geïnformeerd over de voortgang en, indien nodig, de vier ‘ultraparlementaire’ minister-presidenten bijstond. De bewindspersonen hebben niets te vertellen; hun enige machtsmiddel is dreigen met opstappen. Zo dreigde Van Hijum (NSC) met opstappen omdat hij niet de nodige miljoenen kreeg voor de WIA. Volgens Van Hijum en NSC zou dit namelijk tot een tweede toeslagenaffaire kunnen leiden. Maar over het algemeen zijn de bewindspersonen dus uitvoeringsambtenaren, marionetten van Van der Plas, Van Vroonhoven, Yesilgöz en Wilders. Voorafgaand aan de ministerraad zagen we lange gezichten bij Coenradie (PVV; Justitie), Keijzer (BBB; Wonen) en Agema (PVV; Zorg). Allemaal kregen ze te maken met bezuinigingen of ongewenste maatregelen. Ik heb het niet met hen te doen – integendeel. Zij zijn onderdeel van het probleem: zij laten zich reduceren tot deze quasi-ambtelijke positie. Zij stappen niet op, omdat het ministerschap als zodanig een te eervolle baan is om zomaar op te geven.

Een andere verwerpelijke ontwikkeling binnen de Haagse bestuurscultuur, is de minachting jegens de kiezer. Eerst wordt er met het spreekwoordelijke zoet campagne gevoerd: ‘Kijk eens wat wij ten behoeve van de boeren/Henk & Ingrid/bestaanszekerheid/internationale veiligheid hebben gerealiseerd.’ Hiervoor wordt het ‘zuur’ doelbewust verdoezeld, ook als journalisten hen daar expliciet over bevragen. En op de eigen sociale mediakanalen triomferen de verscheidene fractievoorzitters met dat wat ze voor hun eigen achterbannen hebben binnengesleept. Overigens zie je daar ook aan dat het algemene belang niet in veilige handen is bij deze partijen; de coalitie komt niet met een coherent verhaal naar buiten; de partijen representeren enkel de deelbelangen van hun ogenschijnlijke achterbannen. Het logische gevolg is dat het enkel gaat om kortstondige electorale profileringsdrang, lange termijn problematiek wordt uitbesteed aan toekomstige generaties politici. Als deze problemen tot een kookpunt komen, hebben de huidige generatie politici al lang en breed de politiek de rug toegekeerd, Pieter Omtzigt heeft die beslissing deze week al genomen. Deze propagandistische modus operandi weerspiegelt eveneens de wijze waarop deze ‘charismatische’ volksmenners kijken naar kiezers: ze moeten als één man blindelings de leider volgen, want de leider is de belichaming van het volk, hij (of zij) weet véél beter wat goed is voor het vaderland. Het volk dient daarom een rooskleurig beeld voorgeschoteld te krijgen van de charismatische leider om de achterban volgzaam te houden. Het populisme (hoewel de term an sich iets anders doet vermoeden) bevat dus de nodige dosis arrogantie en neerbuigendheid richting het volk dat zij zouden belichamen.


Het laatste aspect van de Haagse bestuurscultuur in zichtbaar verval, sluit naadloos aan bij het alarmerende bericht van de Raad van State. Het instituut waarschuwt voor een afbrokkeling van de democratie: ‘Democratie is veel meer dan 50+1.’ Het gaat om een vitale, open samenleving waarin de macht evenwichtig is verdeeld tussen verschillende beleidsactoren. Kortom: een krachtig maatschappelijk middenveld, florerende wetenschap, en een gezaghebbende rechterlijke macht.

Dat lijken de populistische partijen in binnen- en buitenland niet te begrijpen. Zij staan een niet-duurzame variant van democratie voor: het toebedelen van buitensporige macht aan zelfverklaarde vaderlandslievende leiders. Deze buitensporige macht leidt tot een overheid die geheel buiten juridische kaders mag handelen, dit wordt gerechtvaardigd omdat zulke leiders de volkswil zouden vertegenwoordigen. Of de leider in kwestie roept niet-bestaande crises uit waarmee hij het beschikbare autoritaire beleidsinstrumentarium legitimeert. En deze onrechtmatige handelswijze van de overheid leidt uiteindelijk tot tirannieke toestanden, want er treedt willekeur op; de overheid verleent geen rechtszekerheid en -gelijkheid meer aan haar burgers.

Als we door onze oogharen heen kijken, zien we het begin van het einde van onze parlementaire democratie — zelfs als we enkel de nieuwsfeiten van de afgelopen politieke week in ogenschouw nemen. De financiële stromen van verschillende actoren binnen het beleidsveld, die enige tegenmacht organiseren tegen de Haagse politieke klasse en de nodige ‘zuurstof’ aan de democratie toedienen door kritisch burgerschap te bevorderen, worden vakkundig afgeknepen. Het (hoger) onderwijs moest al een bezuiniging van €1,2 miljard slikken. Daar komt nu nog een half miljard euro bovenop. En wat te denken van de behandeling van maatschappelijke organisaties die datzelfde onderwijs vertegenwoordigen? De besluitvorming wordt over hen uitgestort; zij kunnen na de Voorjaarsnota-onderhandelingen in de krant vernemen welk lot hun doelgroep beschoren is. Zo werd Onderwijskansenregeling (€177 miljoen) geschrapt, bestemd voor leerlingen die ondersteuning nodig hebben. De voorzitter van de VO-raad (koepelorganisatie voortgezet onderwijs) was ook furieus op het kabinet toen hij hoorde van de bezuinigingen op de meest kwetsbare leerlingen: “Er is helemaal niet gesproken met de sector, het is zomaar even bedacht.” Deze regering — of beter gezegd: de vier fractievoorzitters — ontwerpt beleid vanuit de Haagse kaasstolp, zonder ook maar enig idee te hebben van de uitvoerbaarheid van hun bezuinigingspolitiek. Daarmee lijkt het poldermodel morsdood te zijn, en zien we langzaam maar zeker het machtszwaartepunt (geheel) verschuiven naar de vier partijleiders.

Inhoudelijke resultaat van de Voorjaarsnota-onderhandelingen

Voorjaarsnota-onderhandelingen bleken in bestuurstechnische zin niets voor te stellen. Er wordt wat geschoven met geld als het gaat om de koopkrachtpolitiek. Opvallend is daarbij dat de partijen die zeggen op te komen voor de middenklasse – in het bijzonder de VVD – een nivelleringsprogramma voorstaan waarbij geld van de middenklasse naar de lagere inkomensgroepen vloeit. Maar zoals ik in het vorige stuk al betoogde, is die koopkrachtdiscussie van secundair belang, gezien het feit dat we te maken hebben met een reeks aan langslepende hoofdpijndossiers waar nu (!) structureel een oplossing voor gevonden moet worden. Dat gebeurt niet. Ik zal bondig die kortzichtige werkwijze van kabinet-Schoof opsommen.

Het ravijnjaar (de dreigende financiële problemen voor gemeenten) is met drie miljard verlicht. Dit probleem is echter slechts voor twee jaar opgelost. Na 2027 dreigen gemeenten alsnog in een diep financieel ravijn te belanden. Er wordt dus geenszins gekozen voor een structurele oplossing; de vier coalitiepartijen schuiven de problemen simpelweg voor zich uit.

Voor het stikstofdossier worden er geen miljarden bijgestort om eindelijk tot voortvarend beleid te komen. De BBB is bovendien één grote kiezersbedrogmachine. Vorig jaar heeft deze partij eigenhandig het stikstoffonds van 15 miljard leeggeplunderd, en nu verkondigt partijleider Van der Plas triomfantelijk dat er 600 miljoen euro wordt bijgeplust voor de boeren. Een demagogisch cadeautje dus van -14,4 miljard euro. En dan hebben we het nog niet eens gehad over de andere plunderactie van deze zelfverklaarde partij voor de regio. Het geld voor de Lelylijn wordt namelijk gealloceerd voor de aanleg van de Nedersaksenlijn. Daarmee is de BBB niet de partij vóór ‘de regio’, maar de partij van het tegen elkaar opzetten van (achtergestelde) regio’s.

Voor Defensie wordt 1,1 miljard euro structureel uitgetrokken om aan de NAVO-norm van 2% te voldoen. Maar deze zomer staat een NAVO-top op de agenda (nota bene in ons eigen land), en naar alle waarschijnlijkheid wordt die norm verhoogd naar 3 à 4%. We hebben dus minimaal (!) het tienvoudige nodig. Maar partijleider, Dilan Yesilgöz, berichtte jubelend dat er dik een miljard extra is vrijgemaakt voor Defensie: de VVD kon zich profileren als dé partij die levert op Defensie; bij deze partij is het dossier ‘internationale veiligheid’ in veilige handen.

Tot slot staan twee financiële keuzes wat mij betreft symbool voor het kortzichtige populisme van kabinet-Schoof. Allereerst de greep uit het Klimaatfonds. Dat fonds is bedoeld om energie van eigen bodem te realiseren en zo onze concurrentiepositie te versterken – het zorgt ervoor dat Nederland minder afhankelijk wordt van peperdure LNG uit Qatar en de VS. In plaats daarvan wordt het nu ingezet om de energierekening met twee tientjes te verlagen. Geen investering in de toekomst van Nederland, maar een minimale verbetering van de koopkracht. Een koopkrachtmaatregel die bovendien uiterst kosteninefficiënt is, want het is een inkomensonafhankelijke maatregel.

De tweede keuze betreft de bevriezing van de huren. Een typisch PVV-plan waarbij er niet wordt nagedacht over de gevolgen. Woningcorporaties hebben deze huurinkomsten nodig om te investeren in de kwaliteit en kwantiteit van de volkshuisvesting, maar door het bevriezen van de huren lopen zij tot wel 50 miljard euro mis. Tienduizenden woningen zullen niet gebouwd worden. Maar de PVV kan nu wel schermen met het feit dat het iets gedaan heeft voor de koopkracht van Henk & Ingrid. De woningzoekenden hebben het nakijken. De PVV is daarmee hoofdverantwoordelijk voor het verergeren van de wooncrisis; niet het ‘asieltuig’, maar de PVV is hét probleem voor woningzoekenden. Bovendien zullen de woonlasten op termijn stijgen als de politiek niet afdoende handelt aan de aanbodkant van de woningmarkt. Ondanks dat de sociale huurmarkt een sterk gereguleerde sector is, zal ook daar indirect prijsdruk ontstaan.

Heinen is harstikke tevreden met het eindresultaat van de Voorjaarsnota-onderhandelingen: er worden geen schulden doorgeschoven naar volgende generaties. Die nauwe financieel-economische focus op het principe ‘geen schulden doorgeven aan volgende generaties’ gaat ons opbreken. Het zal tot welvaartsverlies (en gemiste staatsinkomsten) leiden als innovatieve startups niet kunnen opereren in ons land, omdat het bedrijf niet aangesloten kan worden op het stroomnet (netcongestie) of als er geen stikstofruimte is. Maar dan zijn Van der Plas, Wilders, Yesilgöz en Van Vroonhoven al lang en breed niet meer politiek verantwoordelijk: wie dan leeft wie dan zorgt. En zo geldt dat ook voor de staat van onze democratische rechtsstaat: na ons de zondvloed!

Steun het anti-populistische geluid!

Wil je dit opiniërende platform maandelijks steunen met een bescheiden financiële bijdrage? Dat kan via deze link: Columns (stripe.com) 

Of steun het platform eenmalig met een bedrag naar keuze invullen: https://buy.stripe.com/00g176ce24rc3Cg3cc