Op 4 en 5 mei heb ik met stijgende verbazing gekeken naar de morele verhevenheid van de politici van de coalitie. Tijdens het vrijheidsfeest op 5 mei in Wageningen werd de toespraak van minister Brekelmans (VVD; Defensie) onderbroken door pro-Palestinademonstranten. Daarna werden premier Schoof en de premier van Polen, Donald Tusk, bekogeld met vuurwerk. Er trok roodkleurige rook op, die de afwezige rode lijn moest symboliseren van het kabinet-Schoof inzake het misdadige optreden van Israël. De coalitiepolitici buitelden over elkaar heen om dit te veroordelen. Fractievoorzitter van de VVD, Dilan Yesilgöz, tweette het volgende: “Echt. Schaam je. Vandaag vieren wij onze bevrijding. Als je dat moedwillig verstoort, kies je niet alleen het verkeerde moment om je punt te maken, je kwetst moedwillig mensen die willen vieren hoe tachtig jaar geleden voor onze vrijheid gevochten is.” Tijdens de talkshow Renze mocht ze haar verhaal nog eens dunnetjes overdoen. Daar zei ze, met zoveel woorden, dat het van weinig respect getuigt — in het bijzonder voor de veteranen — om op dat moment te protesteren. Deze demonstranten hebben volgens Yesilgöz dan ook weinig knowhow van wat vrijheid daadwerkelijk inhoudt. Caroline van der Plas vond dat wij het ‘lachertje van deze wereld’ waren, nadat Tusk ternauwernood de rookbom kon ontwijken. Wilders spande (uiteraard) de kroon met zijn verontwaardiging over hetgeen er gebeurde tijdens Bevrijdingsdag. Volgens de PVV-voorman moest “het linkse, antisemitische en radicaal-islamitische tuig” harder worden aangepakt. En hij riep Van Weel (VVD; Justitie en Veiligheid) en premier Schoof op om harder op te treden. Dat deze politici ongekend veel boter op hun hoofd hebben, realiseerde men zich niet, want zij zijn uiteindelijk medeverantwoordelijk voor deze maatschappelijke onrust door het internationale recht te negeren en medeplichtig te zijn aan de oorlogsmisdaden van de Israëlische regering. Dan is het logische gevolg dat burgers, uit onmacht, tot zulke acties overgaan.
Coalitie normeert burgerbevolking slechts selectief
In de context van 4 en 5 mei waren de politici dus voornemens om bepaalde delen van de burgerbevolking te normeren. Ze hadden het dan specifiek gemunt op burgers die voor de Palestijnse zaak staan — oftewel burgers die fundamenteel anders denken over dit vraagstuk dan deze coalitie. Als burgers met radicaalrechtse sympathieën zich misgedragen, dan is de grondhouding van deze politici echter geheel anders. Vorige maand gingen burgers in de gemeenten Uden, Best en Berlicum namelijk over de schreef, nadat bekend werd dat er azc’s geplaatst zouden worden. Sterker nog: dit wangedrag was van veel grotere proporties dan bijvoorbeeld het verstoren van een toespraak van een minister. In Uden gooiden burgers tijdens een informatiebijeenkomst met stenen en flessen en werd er illegaal vuurwerk afgestoken. In Best werd met geweld een sporthal binnengedrongen, en in Berlicum werd het gemeentehuis bekogeld met eieren en werden er varkenspoten aan een hek gehangen. Bovendien werden de verantwoordelijke gemeenteraadsleden en wethouders veelvuldig bedreigd.
Wilders, Van der Plas en Yesilgöz keken toen vooral stilzwijgend toe. Toen bleken superlatieven opeens onnodig. Enkel het VVD-Kamerlid Rajkowski wijdde er een bericht aan: “Als je het niet eens bent met lokaal beleid, dan ga je stemmen, praten of demonstreren. Intimidatie, vuurwerk afsteken en met eieren gooien is nooit ok en niet goed te praten.” Maar van de VVD-fractievoorzitter hebben we niks vernomen — klaarblijkelijk waren er andere prioriteiten.
De coalitiepolitici voelden zich kennelijk evenmin verantwoordelijk voor het haatklimaat jegens vluchtelingen dat zij zelf hebben gecreëerd, waarbinnen deze uit de hand gelopen protesten mogelijk zijn. Volgens politicoloog Saskia Bonjour zijn de racistische spreekkoren en spandoeken die tijdens deze protesten te zien en te horen zijn het gevolg van de controversiële uitspraken van politici over het asiel- en migratiethema: “Uit onderzoek blijkt dat politici een belangrijke rol spelen in wat mensen denken én durven te zeggen. Zij zetten de toon. Je ziet nu ook in de Tweede Kamer dat andere politici zich aanpassen aan de toon van Geert Wilders.” De politici van de uiterst rechtse coalitie zijn dus niet enkel buitengewoon selectief met het normeren van burgers, zij zijn verantwoordelijk voor de verwaarlozing van waarden en normen binnen de burgerbevolking.
Coalitie is bang om eigen achterban te normeren
De coalitie is dus hoofdzakelijk verontwaardigd over non-existente fatsoensnormen wanneer die als stok kunnen worden gebruikt om maatschappelijke tegenstanders te slaan. De achterban van deze partijen worden daarbij zoveel mogelijk uit de wind gehouden. Dat getuigt van buitengewoon weinig lef. Immers, het normeren van de eigen achterban wordt achterwege gelaten om een mogelijke aanvaring met delen van diezelfde (potentiële) achterban te voorkomen. De angst voor de eigen achterban wordt het best geïllustreerd met een foto van eind april, waarop BBB-fractievoorzitter Caroline van der Plas vrolijk poseert met vooraanstaande leden van de geradicaliseerde boerenorganisatie FDF (Farmers Defence Force), een organisatie die verantwoordelijk is voor totaal ontspoorde boerendemonstraties waarbij trekkers het halve land op slot zetten. Op die foto is FDF-voorman Mark van den Oever te zien. Van den Oever staat erom bekend politici te bedreigen en op te roepen tot agro-revolutionaire toestanden. Van der Plas legitimeert dus de ene dag burgerbelangenorganisaties die politici bedreigen en de gehele samenleving ontwrichten met agroterreur, en de andere dag stelt ze zich op als een politicus die burgers attendeert op basale fatsoensnormen. Dit is totaal niet met elkaar te rijmen — het is de reinste schijnheiligheid.
Coalitiepartijen normeren elkaar zelf nauwelijks
Waarden en normen zijn dus een politiek wapen dat ingezet kan worden om specifieke, onwelgevallige maatschappelijke groeperingen aan te pakken. Aan andere burgers die wangedrag vertonen, wordt niet of nauwelijks (in casu de VVD) aandacht besteed. Bovendien corrigeren de coalitiepartijen elkaar zelf nauwelijks indien er basale waarden en normen niet gehandhaafd worden. Mevrouw Faber (PVV) scoort een zware onvoldoende als minister (peperdure asielopvang, slechte wetgeving in de maak, slechte betrekkingen met het beleidsveld, etc.), maar ze excelleert in het bedenken van kleinzielige symboolpolitiek. Eerst bedacht ze de terugkeerborden, vervolgens weigerde ze te tekenen voor lintjes voor een handvol vrijwilligers die verdienstelijk werk hebben gedaan voor asielzoekers (het geven van taallessen bijvoorbeeld), en nu probeert ze een einde te maken aan uitjes voor asielzoekers. Deze schofterige symboolpolitiek wordt getolereerd door de coalitie. De VVD riep Faber, naar aanleiding van de lintjes-affaire, op om ‘volwassen’ te gaan acteren en haar werk te gaan doen. Dat kan deze minister niet — dat ziet iedereen. Alleen acht de VVD het continueren van dit kabinet belangrijker dan het kiezen voor een principiële koers waarbij schofterige ministers met parlementaire middelen genormeerd en gesanctioneerd worden (een motie van wantrouwen). Dat Faber enkel kleinzielige symboolpolitiek kan bedrijven, blijkt bovendien uit het feit dat er dus alweer een nieuwe affaire is: de uitjes-affaire. Over dit beschamende plan blijft het overigens muisstil bij de coalitiepartijen.
Ook het basislijnakkoord over de rechtsstaat blijkt vrijwel niets waard te zijn. De rechtsstaat kan in feite gezien worden als geïnstitutionaliseerde waarden en normen: fundamentele regels voor hoe de maatschappij en politiek zouden moeten handelen. Maar deze geïnstitutionaliseerde waarden en normen worden geenszins geëerbiedigd door de coalitiepartijen. De grondwettelijke verplichting om de internationale rechtsorde te bevorderen wordt niet belangrijk geacht. Vooral bij Wilders lijken alle genocidale acties en oorlogsmisdaden geoorloofd te zijn onder het mom van ‘zelfverdediging’ en ‘terreurbestrijding’ — alsof er geen morele en rechtsstatelijke grenzen verbonden zijn aan zelfverdediging en terreurbestrijding. Verder zijn tweets en uitspraken in het parlement over het deporteren van allochtone Nederlanders en het aanmoedigen van een harde aanpak van demonstranten met een onwelgevallige mening allemaal prima voor de andere coalitiepartijen. Dat blijkt geen enkele aanleiding, ook niet in cumulatief verband, om de stekker uit het kabinet te trekken. Of wat te denken van Wilders’ debatinbreng tijdens het Vragenuurtje van afgelopen februari, waarbij hij ordinaire xenofobie aan het aanwakkeren was door een incidenteel moordincident — waarbij de moordenaar toevallig een migratieachtergrond had — aan te wenden om een feitenvrij integratiedebat aan te zwengelen. Ook tijdens dit debat werd er wederom opgeroepen om Nederlanders (met een migratieachtergrond) maar te deporteren. Allemaal helemaal geen probleem. De VVD komt dan soms met van die nietszeggende kreten, zoals dat Wilders’ uitspraken ‘vermoeiend’ zijn, of dat het gaat om een stuk roodvlees dat in de arena wordt gegooid en waar we vooral niet al te veel aandacht aan moeten geven.
Het boegbeeld van deze regering, namelijk premier Dick Schoof, hoeven we helemaal geen normerende rol van te verwachten. Vanaf dag één heeft hij al besloten dat Wilders alles mag roepen en zeggen in de Kamer en op sociale media. Om aan zijn normerende rol te ontkomen — en daarmee Wilders niet tegen de schenen aan te schoppen — zegt Schoof steevast dat hij ‘niet gaat reageren op tweets van individuele fractievoorzitters’. Radicaalrechts gedachtegoed wordt door deze wegkijk-tactiek gewoonweg genormaliseerd; Wilders kan met allerlei walgelijke teksten gewoon aan de macht blijven. Wellicht wordt er een keer ‘foei’ gezegd, en dat is het dan wel.
Normerende functie van coalitiepartijen, maar welke waarden en normen dan?
Het is eigenlijk nog erger, want het bovenstaande wekt de suggestie alsof bijvoorbeeld de VVD, gezien haar liberale achtergrond, een normerende factor zou moeten zijn binnen de coalitie. Maar de VVD is zelf een principeloos vehikel (geworden). De partij heeft anderhalf jaar lang niet tot nauwelijks iets gezegd over de schendingen van het internationale recht door Israël; evenmin is kabinet-Schoof kordaat opgetreden (pas afgelopen week zien we daarin enigszins een verschuiving). Voorts is een samenwerkingsconstructie met de PVV überhaupt een bewijs dat (liberale) principes naar het tweede plan zijn verschoven. De VVD profileert zich op een harde aanpak van criminelen, waarbij de borging van privacy geen rol lijkt te spelen. Over de plaatsing van beveiligingscamera’s en gezichtsherkenning om criminelen op te pakken, zei Yesilgöz: “Gewoon gezichtsherkenning, geen gelul meer.” Helemaal geen mitsen en maren over welke gevolgen het heeft dat de staat zulke vergaande machtsmiddelen tot haar beschikking krijgt; niks over hoe zich dit verhoudt tot de burgerrechten van Nederlanders — maar dus ongenuanceerde hardrechtse retoriek. En wat te denken van die misselijkmakende zondebokpolitiek waar vluchtelingen voor worden gebruikt: jarenlang wordt er niet voldoende geïnvesteerd in de opvangcapaciteit, om zodoende het idee te creëren dat de instroom niet te behappen is — waarmee het beeld geschapen kan worden dat niet de overheid, maar asielzoekers verantwoordelijk zijn voor de verschraling van sociale voorzieningen. Tot slot zijn alarmistische en generaliserende uitspraken over de staat van de integratie ook de norm geworden binnen VVD-kringen. Vooral staatssecretaris Jurgen Nobel (Integratie) en VVD-Kamerlid Bente Becker zijn van deze quatsch het boegbeeld, terwijl het SCP juist laat zien dat de integratie zeer voorspoedig verloopt, kijkend naar bijvoorbeeld de schoolprestaties van allochtone Nederlanders.
Laffe, selectieve politici zonder een moreel kompas hebben nul moreel gezag: Nederland smacht naar politici met een ruggengraat
Kortom, de politici van de coalitie normeren slechts selectief delen van de burgerbevolking: alleen burgers die onwelgevallige meningen uitdragen. Een bijkomstig feit is dat de regerende partijen elkaar nauwelijks wijzen op basale normen, maar wel denken met het vingertje te kunnen wapperen richting burgers. En de partijen waarvan je, gezien hun ideologische achtergrond, zou verwachten dat ze zouden normeren, zijn zelf principeloze partijen geworden die stevig inhakken op asielzoekers en mensen met een migratieachtergrond. Daardoor ontbreekt het morele gezag om burgers aan te spreken: het komt hypocriet over en is ronduit ongeloofwaardig. Het wordt tijd dat we politici aan het roer krijgen die basale waarden en normen geïnternaliseerd hebben, de burgerbevolking consequent aanspreken op eventueel wangedrag, en dat niet enkel doen bij delen van de bevolking die zij verachten. Dat vereist een moedige vorm van politiek bedrijven — maar zulks hoeven we van de huidige partijen niet te verwachten: daar staat electoraal winstbejag op één.
Steun het anti-populistische geluid!
Wil je dit opiniërende platform maandelijks steunen met een bescheiden financiële bijdrage? Dat kan via deze link: Columns (stripe.com)
Of steun het platform eenmalig met een bedrag naar keuze invullen: https://buy.stripe.com/00g176ce24rc3Cg3cc
