Joost Eerdmans loopt al geruime tijd rond in de Nederlandse politiek. Zijn politieke carrière begon omstreeks 2002. Daarvoor vervulde hij functies bij onder meer de CDA-fractie in de Tweede Kamer. In die jaren was hij betrokken bij vele partijen, waarin hij prominente rollen vervulde of trachtte te vervullen.
Wat opvalt aan Eerdmans is zijn wellevendheid. Hij weet zijn standpunten en commentaren steevast fraai te formuleren, en dat maakt dat velen hem waarderen. Als we echter naar de inhoud van zijn betogen kijken en proberen inzicht te krijgen in het denkwerk dat erachter zou moeten zitten, dan zien we iets heel anders. Kritische beschouwing laat zien dat Eerdmans, behalve een politieke dwaalgast, een mooiprater is die niet goed lijkt te weten wat hij eigenlijk zegt.
Eerdmans als politieke dwaalgast
Een veelgehoorde opmerking is dat Eerdmans meer partijen heeft toebehoord dan wie dan ook. Hij doet wat denken aan een dwaalgast in de vogelwereld: die komt in het gebied (lees: partij) waar hij wordt opgemerkt normaal niet voor, maar verliet door bijzondere omstandigheden zoals kou, ziekte, droogte, storm of voedselgebrek (lees: gebrek aan levensvatbaarheid) zijn habitat. In zijn studententijd in Rotterdam was hij, naar verluidt, lid van de VVD. Dat weerhield hem er niet van om in de tweede helft van de jaren ’90 voor de CDA-fractie in de Tweede Kamer te werken. Later werd hij secretaris van de Rotterdamse burgemeester Ivo Opstelten, een VVD’er.
Nadat Pim Fortuyn zich losmaakte van Leefbaar Nederland, meldde Eerdmans zich bij hem om kandidaat te worden op de Lijst Pim Fortuyn. Het stembussucces van de lijst leidde ertoe dat Eerdmans in de Tweede Kamer kwam. Bij de verkiezingen van 2002 bleef Eerdmans in de Kamer, zij het dat hij in 2006 uit de fractie werd gezet toen duidelijk werd dat hij zich zou kandideren voor Eén NL. Dit is het begin van de rondreis van Eerdmans door de Nederlandse politiek en bestuurslagen.
Van Eén NL ging hij naar Leefbaar Rotterdam, waarvoor hij wethouder werd. Later sloot hij zich aan bij Forum voor Democratie, een partij waarvan inmiddels bekend is dat deze door en door fascistisch is. Eerdmans trad er pas uit toen, bij een (overigens door de coronaregels verboden) diner in Tiel, Baudet zich uitgesproken homofoob en antisemitisch uitliet. Hij richtte vervolgens JA21 op met Annabel Nanninga, die eveneens FvD de rug toekeerde. Nanninga staat ook niet erg positief bekend vanwege haar antisemitische en racistische uitlatingen. Door afsplitsingen van de FvD-fractie groeide de JA21-fractie, om na de laatste verkiezingen tot een eenmansfractie gereduceerd te worden.
Eerdmans is nu lid van zijn zesde partij. We kunnen veel van hem zeggen, maar niet dat hij honkvast is. De vraag is daarnaast hoe beginselvast hij is: hij claimt ‘Fortuynist’ te zijn en te staan voor het bevorderen van no-nonsensepolitiek en daadkrachtige besluitvorming. Het lijkt dan minder belangrijk te zijn welke partij daar op enig moment bij hoort, maar de vraag is vooral hoe no-nonsense en daadkrachtig hij in de praktijk is. Misschien raakt hij door een gebrek aan werkelijke inhoud overal uitgerangeerd?
Eerdmans: inhoud van zijn standpunten
Van Eerdmans kan niet worden beweerd dat hij slecht is opgeleid – hij voltooide een doctoraalstudie aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Als we echter wat nauwkeuriger kijken naar zijn standpunten, dan kunnen we wat vraagtekens zetten bij de kwaliteit van zijn denkwerk.
Zijn economische standpunten, bijvoorbeeld, zijn onrealiseerbaar. Hij staat voor lagere belastingen en een kleine overheid, maar wil wel graag dat er voor iedereen goed gezorgd wordt – behalve voor criminelen en asielzoekers dan. Als we vervolgens de vraag stellen hoe dat betaald moet worden, dan wordt het stil. Lage belastingen genereren ten enenmale onvoldoende opbrengsten om dergelijk beleid mogelijk te maken.
Eerdmans staat bekend om zijn strenge ‘law and order’-opvattingen; een belangrijk kenmerk van het populisme, waarin hij bijvoorbeeld ook PVV, FvD en zelfs de VVD aan zijn zijde vindt. Veroordeelde criminelen mogen het niet te goed hebben in de gevangenis, straffen kunnen niet lang genoeg zijn, en van vervroegde vrijlating mag het liefst geen sprake zijn. Het probleem met deze standpunten is dat ze op drijfzand gefundeerd zijn. Onderzoek laat zien dat langere straffen niets opleveren, dat strenge gevangenisregimes criminelen onverbeterlijk en recidivistisch maken, en dat de uiteindelijke kosten voor de samenleving van toepassing van de opvattingen van Eerdmans uiteindelijk hoger zijn dan van een humaner en op rehabilitatie gericht justitieel beleid.
In algemene zin kan worden gesteld dat de politiek van Eerdmans gericht is op het oplossen van het probleem van vandaag, echter zonder rekening te houden met de dagen van morgen en overmorgen. Er zit geen doortimmerde visie op de toekomst van Nederland en haar bevolking achter.
Eerdmans als motie-schrijver
Eerdmans produceert ongemeen veel moties die ook in stemming worden gebracht. Hier wordt zijn gebrek aan een visie – langetermijn of anderszins – pijnlijk duidelijk.
In Nederland wordt geëxperimenteerd met zogenaamde burgerberaden, een methode van besluitvoorbereiding die burgers nauwer betrekt bij de oplossing van vraagstukken op gemeentelijk of regionaal niveau. Dat experiment vraagt inspanningen van alle betrokkenen, en vooral financiële injecties om mensen die alleen met ondersteuning kunnen deelnemen ook daadwerkelijk een rol te laten spelen. Eerdmans is daar fel tegen gekant, zeker tegen de burgerberaden die zich richten op het voorbereiden van klimaatmaatregelen. Immers, volgens Eerdmans is klimaatverandering niet iets waar Nederland veel aan kan doen – laat staan maatregelen tegen moet nemen. Daarom gooit hij het kind Burgerberaad met het klimaatbeleid-badwater weg. Hij verzet zich tegen een op zich veelbelovend instrument, omdat het zich bezighoudt met een in zijn ogen verkeerd onderwerp.
De meest prominente recente blunder van Eerdmans was de motie waarmee premier Schoof, direct voorafgaand aan een Europees overleg over de facilitering van defensie-uitgaven, zodanig werd klemgezet dat Nederland in Brussel in de problemen kwam. Eerdmans mist ook hier nadrukkelijk het grotere plaatje: namelijk dat Europa veiligheidstechnisch haar eigen broek beter moet ophouden, en dat daar overleg en manoeuvreerruimte voor nodig zijn. Overigens was het zonder meer beschamend dat de motie door de coalitiepartijen BBB en NSC werd gesteund.
Zo zijn er nog veel meer voorbeelden te noemen. Eerdmans valt stelselmatig het verkeerde aan en lost daarmee ogenschijnlijk een probleem op, maar maakt intussen het écht oplossen van het probleem vreselijk moeilijk.
Neem de situatie in het asielzoekerscentrum Budel. Sinds dat enkele jaren geleden een aanmeldcentrum werd, ontstonden er problemen in het nabijgelegen stadje door zich wangedragende asielzoekers – en dan met name veiligelanders die hierheen komen om letterlijk hun slag te slaan. Een naar en bekend probleem, dat ten onrechte vluchtelingen in het algemeen een slechte naam heeft bezorgd. Om een indruk te geven: in 2023 dienden 38.377 mensen een eerste asielaanvraag in. Slechts ca. 1.100 van hen – 3 procent – kwam uit een land dat als veilig wordt beschouwd, terwijl historisch gezien slechts ca. 47% van alle asielzoekers een verblijfsvergunning krijgt. Eerdmans adresseerde die ‘problematiek’ toen duidelijk werd dat de IND meer mensen in Budel wilde gaan opvangen. De motie van Eerdmans van eind januari 2025 slaat aan op het afzien van de uitbreiding – zoals gebruikelijk komt hij niet met suggesties over een andere, in zijn ogen betere oplossing.
Zo ook de kruistocht van Eerdmans tegen windmolens voor energieopwekking. In een debat in januari 2025 gaat het met name om het ontbreken van afstandsnormen voor windmolens op land. Die afstanden moeten genormeerd worden om het hoofd te bieden aan de overlast die omwonenden zeggen te ervaren. Na een specifieke discussie, gevolgd door een tweeminutendebat in de Kamer, worden er moties ingediend – zo ook door Eerdmans. Daar waar de moties van nagenoeg alle andere partijen nuances bieden en ook oplossingen, komt hij niet verder dan een voorstel om geen enkele vergunning voor windmolenprojecten (dus inclusief die op water) meer te verlenen tot er afstandsnormen zijn vastgesteld. Wederom een slag ver bezijden de plank.
In het debat over de begroting Justitie en Veiligheid 2025 kwam Eerdmans opnieuw met zijn standaardoplossing voor alle gepleegde strafbare feiten: keihard aanpakken, straffen en meer van dat voorspelbaars. Hij trok nogal van leer tegen de onveiligheid van Joodse mensen op Nederlandse universiteiten, betrok bijna de stelling dat pro-Palestijnse uitingen bevorderd en gefaciliteerd worden, en ga zo maar door. Het feit dat er op universiteiten een hevig debat gaande was en is, ontgaat hem geheel – evenals de onderliggende oorzaken: het aanhoudende humanitaire wangedrag van Israël in de Gazastrook, dat maar niet door de regering veroordeeld wordt (het kwam pas zéér recent tot een stellingname van het kabinet bij monde van Veldkamp), en de indirecte en impliciete steun die Nederlandse universiteiten die samenwerken met Israëlische instellingen daaraan zouden geven. Zoals altijd is Eerdmans bezig met het bestrijden van de symptomen, en niet van de onderliggende oorzaken – een stellingname van hem daarover kan niet gevonden worden.
Wie de moeite neemt om de uitlatingen van Eerdmans te bestuderen, ziet het patroon: hij oogt misschien prettig genoeg en is vlot gebekt, maar het is inhoudelijk geen licht.
Moties als middel, maar waarvoor?
Dan is er nog een ander punt dat van belang is: moties zijn geen manier om een land te regeren. Nederland wordt geregeerd met en door wetten, en dat wil zeggen dat het recht van initiatief van de Tweede Kamer daar nadrukkelijk voor bedoeld is. Kamerleden worden geacht wetsvoorstellen of voorstellen tot wijziging van wetten in te dienen. Wie gaat zoeken naar dergelijke voorstellen waar de naam Eerdmans op staat, is snel klaar: die zijn er niet. Voor het échte handwerk in de Kamer lijkt Eerdmans zichzelf te goed te vinden, of hij is er simpelweg te lui voor. Hij komt niet verder dan een gestage stroom van moties, maar wetsvoorstellen lijken zijn kiezers en de Nederlandse burger — in dienst van wier algemeen belang hij heeft beloofd zijn werk goed te zullen doen — van hem niet te mogen verwachten. Terwijl die wel de output vormen die echt zoden aan de dijk kan zetten.
Een aangevoerde reden voor deze oorverdovende stilte op het wetgevingsfront is dat Eerdmans als eenmansfractie daar de mogelijkheden niet toe heeft. Dat kan zo zijn, maar vergeet niet hoeveel moeite het kost om een motiestroom als die van Eerdmans te genereren en in stand te houden. Al die energie zou hij veel beter kunnen steken in dat wat hij mag worden geacht te doen: wetsvoorstellen opstellen en indienen die daadwerkelijk helpen de spreekwoordelijke koe bij de horens te vatten — in plaats van hem een beetje in de rondte te duwen. Dat dit samenwerken met andere fracties eist, is niet meer dan logisch – dan ontstaat er meteen iets van het noodzakelijke draagvlak.
Eerdmans als media-figuur
Eerdmans’ eloquentie maakt hem een graag geziene gast aan talkshowtafels. Nu Caroline van der Plas behoorlijk heeft afgedaan, is Eerdmans een populair alternatief. Onze altijd strak in het pak gestoken gladde prater heeft altijd en overal een mening over — al is die flinterdun en meestal slecht onderbouwd. Door dicht bij eenvoudige logica te blijven, weet hij het rechtse, en bepaald soort, tv-publiek aan zich te binden: “Die Eerdmans zegt verstandige dingen.” Dat dit niet het geval is, mag uit het voorgaande duidelijk zijn gebleken. Maar omdat het doorsnee Nederlandse praatprogramma onveranderlijk wordt geleid door slechte interviewers, die alleen geïnteresseerd lijken te zijn in gemakkelijk bekkende standpunten en ophef die de volgende uitzending mogelijk marginaal hogere kijkcijfers oplevert, wordt hier aan Eerdmans onterecht een podium geboden. De man heeft gewoon niet zoveel verstandigs te melden.
Conclusie
Eerdmans’ eindeloze stroom moties wiegt zijn schare aanhangers in slaap: “Kijk mij eens lekker druk bezig zijn?” Intussen bereikt hij niet veel, en wat hij dan wél bereikt, is precies het verkeerde. De positie van bewindslieden in het buitenland wordt ondergraven, de oorzaken van problemen treedt hij onophoudelijk tegemoet met meer symptoombestrijding, en het eloquente gewauwel snijdt niet alleen geen hout, maar levert ook niets op.
Mijn conclusie is dan ook dat Eerdmans niet in de Kamer thuishoort. Hij slaagt er niet in waarde te leveren voor het vele geld dat hem maandelijks betaald wordt, net zomin als hij een inhoudelijk stevige bijdrage aan het debat levert om problemen écht op te lossen. Mijn vraag is dan ook wat er komt ná Eerdmans’ JA21. MISSCHIEN26? Laten we alstublieft hopen dat de kiesdrempel ditmaal net te hoog blijkt, en de legitimiteit van zijn ‘partij’ ook door de Nederlandse kiezer wordt ingetrokken.
Steun het anti-populistische geluid!
Wil je dit opiniërende platform maandelijks steunen met een bescheiden financiële bijdrage? Dat kan via deze link: Columns (stripe.com)
Of steun het platform eenmalig met een bedrag naar keuze invullen: https://buy.stripe.com/00g176ce24rc3Cg3cc

Er kwam een mooi, wat ouderwets woord in me op, naar aanleiding van de beschrijving van Eerdmans aan het begin van dit stuk: kletsmajoor. Zit hem als gegoten!
LikeLike
Bijna een belediging voor een op zich zeer smakelijk koekje….
LikeLike
Bijna een belediging voor een op zich zeer smakelijk koekje….
LikeLike
Bijna een belediging voor een op zich zeer smakelijk koekje….
LikeLike