Soms gaat een krant te ver met berichtgeving die niet is gebaseerd op objectieve nieuwsfeiten. De Telegraaf maakte zich daar eerder deze week schuldig aan met een artikel over immigratie, dat wel heel opzichtige desinformatie bevatte en daarvoor verwees naar zogenaamde cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Martin Jansen ontleedt in deze bijdrage het bewuste artikel en de aaneenschakeling van onwaarheden die het bevat.

De geschiedenis van De Telegraaf is er één met, voor een krant, heel wat zwarte pagina’s. Waar het dagblad zich in de beginjaren van de oorlog nog weleens kritisch uitliet over de bezetter, veranderde dat vanaf 1942. In opdracht van de nazi’s werden er anti-Joodse artikelen en andere pro-Duitse teksten geplaatst. In Nederland, en ook in andere landen in Europa, weigerden de grote kranten dit. Mede hierdoor werd De Telegraaf na de oorlog door de rechter een verschijningsverbod van dertig jaar opgelegd. Omdat de collaboratie met de Duitsers onder dwang en dreiging met geweld had plaatsgevonden, werd dit verbod al in 1949 opgeheven. Toch kon dat niet verhullen dat, in de ogen van veel Nederlanders, de journalisten van de krant hun collaborerende stukjes tijdens de bezetting zonder terughoudendheid en met schijnbare overtuiging schreven.

De Telegraaf behield misschien mede daardoor ook in de overlevering zijn imago van ‘foute krant’. Door de jaren heen werd de krant door de Raad voor de Journalistiek – het zelfregulerende orgaan binnen de mediawereld dat klachten over journalistiek werk onderzoekt op de vraag of grenzen van de journalistieke ethiek zijn overschreden – geregeld gekapitteld, omdat zij haar berichtgeving niet kon of wilde baseren op objectieve nieuwsfeiten. Daarop gaf de krant, onder de toen net aangetreden en sinds 2015 voormalige hoofdredacteur Sjuul Paradijs, in 2008 aan de Raad niet meer te erkennen.

Het is misschien flauw om wie of wat dan ook een verleden tachtig jaar na dato nog na te dragen. Maar het geluid dat De Telegraaf laat horen, nu Nederland wordt geregeerd door een radicaal-rechtse, populistische coalitie met illiberale, proto-fascistische neigingen, zal haar imago niet helpen verbeteren. Vind ergens een manier om ‘rechtse macht’ te tonen, en De Telegraaf springt erop en omarmt het alsof zij de erfgenaam is van de uitvinder van de massapropaganda zelf. Vrijwel dagelijks papegaait de krant het ongenuanceerde en ontmenselijkende geluid van Wilders, Yesilgöz en Van der Plas na, en is de nuance in de eigen ‘journalistieke’ voortbrengselen niet zelden zoek.

Het artikel in de krant van 19 mei, voorafgegaan door een voorspelbaar schreeuwerige kop op de voorpagina, over de immigratiecijfers in Nederland, is daarvan een uitgelezen voorbeeld. In ons land zouden in twaalf maanden per saldo 130 duizend immigranten zijn binnengekomen – een hele stad! Hel en verdoemenis! Wat De Telegraaf, de krant van ‘wakker’ Nederland, alleen niet deed, is de feiten cijfermatig onder elkaar zetten. Dat deed Anti-Populista wel. Hoe zit het nu écht? In het onderstaande lees je de feiten en een uitgebreide ontleding van dit tendentieuze en misleidende Telegraaf-artikel. Per alinea een confrontatie van de fabeltjes met de feiten.


“Als gevolg van immigratie heeft Nederland het afgelopen jaar evenveel inwoners als de stad Maastricht of Leiden erbij gekregen. Sinds april 2024 kwamen er per saldo ruim 130.000 immigranten bij, blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Als net zoveel immigranten naar Nederland blijven komen als het afgelopen jaar, groeit de bevolking de komende decennia met miljoenen mensen. Demografen vragen zich af: wat is de wake-upcall voor het kabinet dat beloofde om grip op migratie’ te krijgen?

Een jaar na de aankondiging van het hoofdlijnenakkoord, met daarin het strengste migratiebeleid ooit’, lijkt er bar weinig te zijn veranderd. Nog altijd is Nederland heel populair bij mensen van buitenaf: het migratiesaldo (het aantal nieuwe immigranten min degenen die het land juist verlieten) toont de afgelopen 12 maanden een plus van ruim 130.000 mensen.

Het eerste dat opvalt, is dat De Telegraaf slechts aan heel summiere bronvermelding doet; in de inleiding wordt alleen, zeer algemeen, het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vermeld. Doorgaans verschijnen artikelen over nieuwe migratiecijfers op de dag dat ze door het CBS worden gepubliceerd, en betreft het specifieke, vaak periodieke rapportages waarnaar kan worden verwezen. Echter, waar de meeste landelijke dagbladen op 19 mei kozen voor een voorpagina met de demonstratie voor de burgerbevolking in Gaza en/of het landskampioenschap Eredivisie-profvoetbal van PSV, verdeelde De Telegraaf liever de aandacht tussen dat laatste en migratiecijfers die door het CBS al op 1 mei werden gedeeld. Moest de aandacht misschien worden afgeleid van een grootschalig signaal tegen het huidige regeringsbeleid, en lag daarvoor nog wel iets al ruim twee weken op de plank? (Over ‘wakker’ gesproken…)

Overigens is het volstrekt ongebruikelijk om CBS-jaarcijfers te analyseren of vergelijken op basis van gebroken jaren – bijvoorbeeld zoals De Telegraaf doet van april tot april – maar dat kwam voor het doel blijkbaar prima van pas.

Het is een mix van asielmigranten, arbeidsmigranten, kennismigranten en (in kleinere aantallen) internationale studenten. Ook is er steevast een forse groep gezinsmigranten’, mensen die in het kielzog van eerdere migranten naar Nederland komen.

Het is de toon die de muziek maakt. De Telegraaf begint haar opsomming met de door haar achterban waarschijnlijk meest verafschuwde categorie – niet met de grootste – en over één categorie, de gezinsmigranten, insinueert zij – met het afzonderlijk vermelden, apostrofjes en de negatief geladen term ‘in het kielzog’ – dat die minder legitiem of acceptabel zou zijn. Subtiel en mogelijk perfide, want wat is er met gezinsmigranten aan de hand? Moeten Nederlanders die zich voor hun werk vanuit het buitenland weer in Nederland vestigen hun gezinsleden dan maar achterlaten? Om die vragen te beantwoorden is het nuttig om goed naar het geheel én de genoemde categorieën afzonderlijk te kijken.

De bevolkingsgroei in Nederland bedroeg in 2024 102.600 personen (2023: 131.700). Dat cijfer is een optelsom van de natuurlijke aanwas (levendgeborenen minus overledenen) enerzijds, en het migratiesaldo (immigratie minus emigratie) anderzijds. Daarover publiceerde het CBS voor het laatst (voorlopige) cijfers op 30 januari 2025. Op 1 mei volgde een publicatie waarin dezelfde cijfers voor het eerste kwartaal van 2025 en 2024 met elkaar werden vergeleken. Het vergt dan een beetje combineren, optellen en aftrekken, maar daaruit volgt dat de Nederlandse bevolking van april 2024 tot april 2025 met 103.500 personen groeide. De natuurlijke aanwas was, zoals sinds 2022 gebruikelijk, negatief: min 9.100. Het immigratiesaldo bedroeg 112.600. Bij lange na geen 130 duizend in de afgelopen twaalf maanden, dus.

De grootste fout die de foute Telegraaf maakte, was dat ze waarschijnlijk het eerste kwartaal van 2025 optelde bij de jaarcijfers van 2024 – vijftien maanden dus. Journalistiek van likmevestje, vooral als je bedenkt dat de ‘journalisten’ van De Telegraaf bijna drie weken de tijd hadden om de cijfers te bestuderen. Echter, PVV-leider Geert Wilders kwam dit uiteraard prima uit om er op X maar weer eens een bericht in spierballentaal uit te kunnen gooien, en voor de camera’s te kunnen dreigen de stekker uit het kabinet te trekken als het Hoofdlijnenakkoord niet wordt opengebroken vanwege ‘de migratiecijfers’. Waarom zou hij zich nog laten hinderen door de feiten, die hij zonder enige twijfel ook al bijna drie weken kende, als De Telegraaf de weg vrijmaakt voor leugens? Misschien keek hij dit zelfs wel een beetje af van Yesilgöz’ ‘nareis-op-nareis’-leugen – u weet wel, die “duizenden” die uiteindelijk 10 tot 20 personen per jaar bleken te zijn.

Als je opschrikt van een bevolkingsgroei van meer dan 100 duizend mensen, kun je jezelf overigens nauwelijks wakker noemen. Dan ben je eerder ‘niet wakker te krijgen’. Een dergelijke groei is immers niet alleen iets van de laatste jaren: tussen 1950 en 2000 groeide de Nederlandse bevolking met gemiddeld 118 duizend mensen per jaar. In die periode kwam de groei vooral door natuurlijke aanwas: er werden veel meer baby’s geboren dan er mensen overleden. Het migratiesaldo (immigratie minus emigratie) speelde een kleinere rol en kwam zelden boven de 50 duizend uit. Vanaf halverwege de jaren ’60, en opnieuw na 2000, nam het aantal geboorten af, terwijl de sterfte door de vergrijzing bleef toenemen. Sinds 2022 overlijden jaarlijks meer mensen dan er geboren worden. Inmiddels komt de bevolkingsgroei daardoor volledig door migratie: er komen meer mensen naar Nederland dan er emigreren.

Vooral van 2014 tot 2019 nam het migratiesaldo sterk toe, met name door stijgende trends in zowel de arbeidsmigratie – zowel van binnen EU- en Europese Vrijhandelsassociatie-landen (EU/EFTA) als van daarbuiten – als de asielmigratie, met name als gevolg van de oorlog in Syrië en andere conflicten in de regio, en economische onzekerheid in andere regio’s. Corona leidde vanaf 2020 tot een tijdelijke daling in alle categorieën, maar in 2024 lijken de aantallen zich te hebben gestabiliseerd op of rond het niveau van 2019. Alleen gezinsmigratie vertoont in 2024 een stijging – zeer voorstelbaar als na-ijleffect van de asielzoekersinstroom tot 2019.

Vervolgens is het interessant om deze categorieën nog wat nader onder de loep te nemen. Mensen komen om uiteenlopende redenen in Nederland wonen: arbeidsmigranten om te werken – waarvan een deel als kenniswerker –, studiemigranten om een opleiding te volgen, asielmigranten om bescherming te zoeken, en gezinsmigranten voor aansluiting bij partner, ouders en/of kinderen. Het beeld dat uit de cijfers naar voren komt, is dat arbeidsmigratie de grootste categorie vormt, op de voet gevolgd door gezinsmigratie, daarna asielmigratie, en vervolgens studie en overige redenen. [1]

We hebben het, kortom, over een zeer gemengde groep mensen, waarvan een groot deel hier komt om werk te doen. Werk waarvoor in Nederland de handen of de hoofden niet beschikbaar zijn – of niet wíllen zijn. Rechtmatig mogen zij hier komen, en in veel gevallen ook hun gezinnen meenemen, tenzij Nederland de studie- en arbeidsmigratie wettelijk sterk gaat inperken. Overigens vertrekt een groot deel uit eigen beweging ook weer.² Buitenlandse studenten zullen met het nieuwe beleid mogelijk wat worden ontmoedigd, maar dat dit grote aantallen migratiebeperking zal opleveren, valt sterk te betwijfelen. Omdat bovendien geen van de coalitiepartijen het bedrijfsleven wezenlijk lijkt te willen beperken in het aantrekken van arbeidsmigranten, of groepen arbeidsmigranten lijkt te willen discrimineren, blijft asielmigratie als enige beïnvloedbare groep over.

Omdat het CBS asielzoekers pas meetelt in het migratiesaldo en de bevolkingsstatistieken nadat zij een verblijfsvergunning hebben gekregen, dienen hier de officiële cijfers van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) als uitgangspunt.³ Over de relativiteit van die aantallen in de werkelijkheid later meer. Maar twee zaken zijn nu alvast van belang om te constateren. Ten eerste komt meer dan 60% van de asielzoekers uit landen waar sprake is van oorlog, gevaarlijke situaties of politieke vervolging – zoals Syrië, Eritrea, Afghanistan, Jemen, Irak, Iran, Turkije en Nigeria. Zij zijn gevlucht; opvang in de regio was (nog) niet aanwezig, niet mogelijk of niet aantrekkelijk, en zij hebben het recht om asiel aan te vragen – los van de vraag of dat uiteindelijk wordt verleend.

Ten tweede heeft iedereen, ook een asielzoeker, recht op gezinsleven. Dit is vastgelegd in internationale verdragen, en terecht: het is een basisrecht dat fundamenteel is voor de ontwikkeling en het welzijn van zowel individuen als de samenleving als geheel. Het gezinsleven biedt bijvoorbeeld een stabiele en zorgzame omgeving waarin kinderen kunnen opgroeien en hun potentieel kunnen ontplooien. Maar door oorlog of een vlucht kunnen gezinnen uit elkaar worden gerukt. Waar de wachttijd voor de behandeling van een asielaanvraag maximaal enkele maanden hoort te zijn, kan deze inmiddels oplopen tot twee jaar – doordat er te weinig personeel wordt ingezet bij de IND en/of beschikbaar is binnen de Rechtspraak. Zo staat het leven van vluchtelingen die in Nederland bescherming vragen onaanvaardbaar lang op de pauzestand. De Nederlandse overheid is hiervoor al diverse malen gekapitteld, onder andere door mensenrechtenorganisaties en de VN, maar lijkt zich daar weinig van aan te trekken. Krijgt een vluchteling vervolgens, op basis van het geldende recht en de verdragen waaraan Nederland zich heeft gecommitteerd, en de strenge criteria die het hanteert, bescherming in ons land? Dan kan hij of zij de partner en kinderen op een veilige manier laten overkomen. De procedure in Nederland daarvoor kan momenteel echter tot zes jaar in beslag nemen. Uiteindelijk wordt het gezin op deze manier rechtmatig herenigd.

Nederland maakte in het recente verleden afspraken in Europees verband en ging verplichtingen aan ten aanzien van op te vangen aantallen. Als opeenvolgende kabinetten-Rutte bereid én zo integer waren geweest om in lijn daarmee de capaciteit in de opvang en de rechtspraak op- en af te schalen bij de jaarlijks door deskundige ambtenaren voorspelde (en periodiek redelijk accuraat voorspelbare) schommelingen in de asielzoekers­aantallen, was er nu nauwelijks sprake geweest van een probleem of crisis. Een uitzondering daarop vormen landen van herkomst – vooral in Afrika – die weigeren mensen terug te nemen, hetgeen internationaalrechtelijk tamelijk lastig op te lossen is. Daarnaast zal er helaas altijd een percentage overlastgevende asielzoekers zijn, evengoed als er overlastgevende Nederlanders zijn, en verdienen die een streng en rechtvaardig lik-op-stukbeleid. Maar als de zaken van asielzoekers voortvarend zouden worden behandeld en uitgeprocedeerde asielzoekers vlot zouden worden uitgezet, zouden kansloze asielzoekers niet zo lang in het proces blijven steken – en hun navolgers mogelijk effectiever worden ontmoedigd om hier überhaupt nog naartoe te komen.

Nederlandse bevolking groeit [in 2025] met 140.000 mensen

Voor dit jaar is mijn prognose dat er ongeveer 140.000 mensen bijkomen, bijna evenveel als in 2023 en meer dan in 2024”, stelt wiskundige en demograaf Jan van de Beek. Oftewel: het huidige kabinet behaalt op de belofte – ‘grip op migratie’ – vooralsnog  heel weinig resultaat’.

Terwijl het ‘essentieel’ is dat Nederland de bevolkingsgroei binnen de perken houdt, stelde de Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen vorig jaar. Nederland kan maximaal 19 à 20 miljoen mensen in 2050 aan, klonk het van Richard van Zwol, voorzitter van de commissie en later (in)formateur van het kabinet. Anders komt de ‘brede welvaart’ in het geding.”

Als wiskundige en demograaf Van de Beek hier gelijk heeft, zou de bevolking met bijna 40 duizend mensen méér toenemen dan in 2024. Maar we hebben al kunnen constateren dat De Telegraaf een deskundige aan het woord laat die zich baseert op onjuiste cijfers. De trend in het eerste kwartaal, in vervolg op april tot en met december 2024 – of zelfs het gehele afgelopen jaar – ondersteunt ten eerste niet wat Van de Beek beweert. Sterker nog: ze laat, ten opzichte van de kwartaalgemiddelden in 2024, een daling zien van bijna vijfduizend personen. Daarbij moet worden aangetekend dat de kwartaalgemiddelden historisch iets hoger liggen van april tot en met september – voorstelbaar mede vanwege het hogere geboortecijfer en het warmere weer (en betere risicocondities).

Waarschijnlijker is dat De Telegraaf hier bevolkingsgroei en migratiesaldo door elkaar haalt. Het migratiesaldo (immigratie minus emigratie) was over de drie maanden van het eerste kwartaal gemeten (30.600) 3.500 personen hoger dan in 2024. Daarbij verwacht het CBS ten eerste niet dat de natuurlijke aanwas in 2025 plotseling positief zal uitvallen. Ten tweede laat de asielinstroom, inclusief gezinshereniging, mede door terugkerende Syriërs voorzichtig een dalende beweging zien. Ten derde neemt het aantal studenten in Nederland niet drastisch toe. De vraag die daaruit volgt, is: waar ziet Van de Beek dan plotseling veel grotere aantallen arbeidsmigranten (inclusief gezinsmigratie) vandaan komen én aan de slag gaan dan vorig jaar? Voor de snelle rekenaars: inderdaad, circa 8 duizend per resterend kwartaal méér – terwijl de Nederlandse economische groei geen hockeystick laat zien die die verwachting zou kunnen rechtvaardigen, laat staan een versnelling naar bijna een tienvoud per jaar in vergelijking met het eerste kwartaal. Maar zo gis om die vraag te stellen was Telegraaf-journalist Emile Kossen niet.

Waar De Telegraaf doorgaans niet weet hoe snel zij zich moet scharen achter ministers en politici die menen uitspraken van rechters, adviezen van de Raad van State en de Grondwet naast zich neer te kunnen leggen, omarmt het dagblad in dit geval de Staatscommissie-Van Zwol zonder enige reserve. Helaas lijkt dat eerder een teken van onversneden opportunisme dan van gezond verstand.

22 miljoen inwoners in 2050

“Met het huidige tempo zou het land doorgroeien naar ongeveer 22 miljoen inwoners in 2050”, schetst Van de Beek. De recente bevolkingsgroei komt ‘volledig’ door buitenlandse migratie, aldus het CBS, omdat het aantal geboren baby’s iets kleiner is dan het aantal oudere inwoners dat overlijdt.

De nieuwste cijfers zouden reden moeten zijn om extra op de immigratierem te trappen”, stelt Jan Latten, oud-hoofddemograaf bij het CBS. Alle alarmbellen zouden moeten gaan rinkelen in Den Haag.”

Hij schetst hoe de migratiedruk van buitenaf groot blijft. Andere EU-landen willen de deuren wagenwijd openzetten voor arbeidsmigranten, Portugal geeft klimaatvluchtelingen een status en Turkije wil dat inwoners visumvrij naar de EU kunnen reizen. Dat kan allemaal gevolgen hebben voor immigratiestromen naar Nederland. De politiek zou nu al tegendruk moeten bieden.”

De Telegraaf luidt graag alarmbellen, omdat dat sensatie geeft en advertenties verkoopt. Niettemin kunnen we het in Nederland over één ding snel eens zijn: je kunt je bij de huidige bevolkingsomvang moeilijk voorstellen dat daar in 2050 nog meer dan een kwart bij zal zijn gekomen. Maar konden we ons in 1996 wel voorstellen dat we op dit moment met een vijfde van 15 miljoen mensen zouden zijn gegroeid naar 18 miljoen?

Er zijn zeker grenzen aan het aantal mensen dat ons land kan herbergen, maar het venijn van de uitspraken zit hier in de staart. Door de term “wagenwijd openzetten” te gebruiken en klimaatvluchtelingen te bestempelen tot een nieuw probleem – in plaats van een gedeelde Europese verantwoordelijkheid – speelt Latten de fear, uncertainty and doubt-kaart. Mensen bang maken, en in de beste populistische ‘wij/zij’-traditie alvast een nieuwe gemeenschappelijke vijand benoemen.

Ja, het kán allemaal gevolgen hebben voor immigratiestromen naar Nederland, maar Nederland heeft bijvoorbeeld in 2040 tienduizenden extra handen nodig in de zorg – handen die er nu niet zijn. Sterker nog: er is geen plan voor hoe we kinderen nú al geïnteresseerd gaan krijgen voor die banen, en hoe we de opleidingscapaciteit gaan inrichten om hen daarop voor te bereiden. De politiek zou, in plaats van blind tegendruk te bieden tegen een gefabriceerde angst, misschien iets moeten doen aan strategisch arbeidsmarktbeleid. In plaats van te leven in de illusie dat de markt een belang heeft om alles op te lossen – en zich daarbij ook nog eens ecologisch, sociaal én economisch rechtmatig en rechtvaardig te gedragen. Over ‘brede welvaart’ gesproken.

Veertien jaar wanbeleid heeft inmiddels aangetoond dat marktwerking in vele gevallen – zoals de woningmarkt en volkshuisvesting, de elektriciteitsvoorziening, de zorg en de kinderopvang, om er slechts een paar te noemen – niet leidt tot de gewenste resultaten. Klimaatvluchtelingen vormen daarnaast een reëel vraagstuk voor Europa, aangezien zij afkomstig zijn uit regio’s waar menselijke en economische activiteit als gevolg van permanente droogte of herhaaldelijke overstromingen daadwerkelijk steeds onmogelijker wordt. Daarvoor zullen (geo)politieke, humanitaire en maatschappelijke oplossingen moeten worden gevonden, omdat ‘tegendruk’ geen levens redt of bootjes zal tegenhouden. Dáár moet de politiek inderdaad hoognodig mee aan de slag. Maar breng dat een regering van op fabeltjes sturende populisten maar eens aan het verstand.

Grotere woningnood, wachtlijsten in zorg

Nog meer inwoners betekent een nog grotere woningnood, verdere problemen met elektriciteit en drinkwater of langere wachtlijsten in de zorg. En wat te denken van het integreren van grote aantallen immigranten met andere voorkeuren en culturen”, stelt Latten.

Het gaat in Den Haag sinds het aantreden van het kabinet vooral veel over asiel. Op wetgeving is het wachten: twee strenge asielwetten moeten de komende maanden worden goedgekeurd door het parlement, het intrekken van de Spreidingswet staat voor volgend jaar op de planning. Wel klinken er tevreden geluiden over de recente asielinstroom: in het eerste kwartaal meldden zich een kwart minder asielzoekers aan de poort. Het aantal nareizigers is overigens nog steeds fors.”

Eindelijk hebben we hier dan één alinea die raakt aan het grootste probleem dat Nederland op dit moment kent: een regering die aantoont niet te beschikken over de competenties om werkelijk voortvarend iets te doen aan de grote uitdagingen waarvoor ons land nu staat. In de energietransitie, de mobiliteitstransitie, de digitale transitie, in de zorg en met effectief arbeidsmarktbeleid – maar ook ten aanzien van de specifieke internationale, geopolitieke en klimatologische bedreigingen van dit moment – blijft het vanuit Den Haag al een jaar lang oorverdovend stil.

Latten, echter, ziet vooral de ‘grote aantallen immigranten’ met een andere levensbeschouwelijke en culturele achtergrond als concreet probleem. Maar dat verbaast, na het voorgaande en in deze krant, allang niet meer. Heel vervelend, ja – die Polen die houden van hun eigen soort supermarkten, Duitsers die nog veel met contant geld betalen, Britten met hun ponden, Italianen die niet meer dan één euro willen betalen voor een espresso, Fransen met hun rauwmelkse kazen en woke ‘vrijheid, gelijkheid, broederschap’, en die katholieke Spanjaarden. Of wacht – zou dat niet zijn wat Latten bedoelt? Toch vertegenwoordigen die nationaliteiten historisch bijna twee derde van de arbeidsmigratie vanuit de EU/EFTA, en daarmee bijna de helft van de totale arbeidsmigratie – de grootste categorie migranten.

Als het om het totale aantal asielaanvragen gaat, staat Nederland in Europa op plek zeven, achter landen als Duitsland, Spanje en Italië. Kijk je naar het aantal aanvragen per duizend inwoners, dan schuift Nederland naar plek vijftien (van de 27). Nog interessanter is dat de asielinstroom van, tot 2023, maximaal circa 48 duizend mensen per jaar nog geen 3 promille (0,265%) van de bevolking uitmaakt. Gemiddeld gaat het zelfs maar om net 1,3 promille (0,133%). Toch ook voor een oud-CBS-hoofddemograaf als Jan Latten geen ‘demografische ontwikkeling’ in de normale zin van het woord. De gezinsherenigingen – het ‘kielzog’ waarover De Telegraaf zich zulke zorgen lijkt te maken – zijn dat nog minder: afgerond 0,7 promille (0,066%) van de bevolking.³

We hebben het met die aantallen en promillages zelfs niet over mensen die tellen als inwoners met een woning en werk. Nederland sluit asielzoekers immers op in centra, en een rol in de samenleving krijgen ze niet. Een veel beter beeld krijg je wanneer je kijkt naar de gemiddelden over negen jaar (2014–2022), op basis van cijfers zoals de Nederlandse overheid die rapporteert aan VN-organisatie UNHCR. Gemiddeld kwamen er in die negen jaar zo’n 24 duizend asielzoekers (eerste aanvraag en nareis) per jaar naar Nederland. Gemiddeld 11.230 van hen ontvingen van de IND een verblijfsvergunning. Gemiddeld genomen mocht dus zo’n 47% van alle asielzoekers uiteindelijk in Nederland blijven wonen. Afgerond vormen zij 0,6 promille (0,062%) van de bevolking – iets meer dan één asielzoeker per tweeduizend inwoners per jaar.

Huidige daling komt door externe factoren

De recente daling is niet echt reden tot juichen, denkt Van de Beek. “De cijfers vallen waarschijnlijk vooral lager uit vanwege externe oorzaken, zoals het beleid van Meloni in Italië en het einde van de Syrische Burgeroorlog. Dat toont aan dat we op asiel nog steeds afhankelijk zijn van anderen.” Niet bepaald ‘grip’ dus, voor als er weer een nieuwe golf vluchtelingen op gang komt. Waar elke controverse over asielzoekers wordt aangegrepen door Den Haag, sneeuwt een andere grote groep onder: arbeidsmigranten.

Van de Beek somt allerlei ideeën op waardoor de vraag naar buitenlandse werknemers kan dalen. Het kabinet zou aan belasting- en toeslagenknoppen kunnen draaien, om Nederlandse werklozen en part-timers ertoe te bewegen (meer) te gaan werken. Werkgevers en universiteiten een soort borgsom laten betalen voor iedere persoon die ze naar Nederland halen. Of de lonen verhogen, zodat bedrijven andere opties gaan overwegen dan nog meer personeel aantrekken.”

De Telegraaf wil uiteraard nog even doorzagen over de aantallen asielzoekers. In een positie waarin Nederland – vanwege Europese afspraken en verdragen die zelfs deels onze Grondwet overstijgen – altijd mede afhankelijk zal zijn van andere EU-landen en van de veiligheids- en mensenrechtensituatie in landen die grenzen aan Europa, wil Van de Beek blijkbaar ‘grip’. Hier wordt het betoog dan ook flinterdun.

Na Yesilgöz’ ‘nareis-op-nareis’-leugen in 2023, bijvoorbeeld, legden D66, CDA en CU omwille van ‘grip’ voorstellen voor strenge maatregelen op tafel om de VVD te sussen, voordat die desondanks alsnog de stekker uit Rutte IV trok. Met die plannen zou het aantal familieleden dat asielzoekers uit de categorie nareizigers mogen laten overkomen, jaarlijks worden beperkt tot 2.400 – ofwel tweehonderd per maand. Overigens viel nog te bezien of die plannen zouden – en zullen, nu ze door het kabinet-Wilders/Schoof van de plank zijn gehaald en in aangepaste vorm als wet worden voorgesteld – standhouden voor het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Gerenommeerde rechtsgeleerden en andere deskundigen geven aan dat de kans daarop uiterst gering is.

In elk geval had het voor 2022 betekend dat 5.700 mensen minder zouden zijn toegelaten. Ter vergelijking: in datzelfde jaar dat er 8.100 familieleden van mensen die zijn gevlucht voor oorlog of geweld naar Nederland kwamen, kwamen er ook 108 duizend ontheemden door de oorlog in Oekraïne voor tijdelijke bescherming naar Nederland, en nog eens 129 duizend migranten uit landen binnen de Europese Unie die verhuisden voor werk of gezin. Tot zover de ‘grote’, impliciete rekenkundige bijdrage van wiskundige Van de Beek aan ‘grip op asielmigratie’ als oplossing.

Zijn ideeën voor het verminderen van de arbeidsmigratie getuigen zo mogelijk van nóg minder inzicht: blijven aanmodderen met een achterhaald belasting- en toeslagenstelsel, waar heel politiek Den Haag vanaf wil, maar waarin we als land afhankelijk zijn geworden van het geringe verandervermogen van de Belastingdienst. Of: werkgevers en universiteiten financieel straffen voor capaciteitsproblemen in het onderwijs en op de arbeidsmarkt – problemen die veertien jaar lang zijn gecreëerd door regeringen zonder visie op de toekomst van een volhoudbaar en toekomstbestendig Nederland, allemaal onder leiding van de VVD als machtigste partij. En als laatste ‘idee’: het verhogen van de lonen, zodat er niet nóg meer arbeidsmigranten bijkomen – maar zeer voorstelbaar wél de productiviteit afneemt en de inflatie tot nieuwe recordhoogtes stijgt. Dan zou je De Telegraaf eens moeten horen, over de koopkracht van Henk en Ingrid.

Arbeid importeren

Mogelijk gaan werkgevers zo veel meer innoveren en zetten ze robots neer om asperges te telen. Of ze kiezen ervoor om een nieuw distributiecentrum in Hongarije te bouwen, in plaats van nóg eentje in Nederland”, zegt Van de Beek. “Dat we nu massaal arbeid importeren om maar spullen te kunnen exporteren, is een rare situatie. Politici weten dat, maar hebben heel lang de gemakkelijkste weg gekozen.”

Latten is het daar mee eens. “Natuurlijk zijn er ook invloedrijke groepen die helemaal niet willen dat er minder buitenlanders worden aangetrokken, van werkgevers tot universiteiten. Wat nodig is, is een discussie die veel meer uitgaat van de belangen van onze bestaande samenleving: wie voegt veel toe aan de economie, welke mensen omarmen onze normen en waarden?” Lastige gesprekken die beter vroeger dan later worden gevoerd, denkt hij. “Maar veel haast lijken ze niet te hebben in Den Haag, dat is nou juist het ding.”

De Telegraaf begeeft zich nu, met haar twee ‘deskundigen’, van flinterdun ijs naar ijle lucht. Werkgevers importeren immers arbeidscapaciteit om producten te produceren en exporteren die zij bij de huidige productiemethoden het meest efficiënt en concurrerend kúnnen maken – om zo winst te genereren en financiële ruimte te creëren om hun productie te kunnen innoveren. Dat is een beproefd principe dat nog dateert uit het pre-industriële tijdperk, en dat De Telegraaf normaliter namens de ‘BV Nederland’ luid toejuicht, zou je toch denken. Maar nee: we hadden volgens Van de Beek allang ‘back to the future’ moeten zijn, of werk – en dus binnenlandse bestedingen – moeten wegbrengen naar het buitenland.

Van de Beek zou overigens een punt hebben als hij doelde op de petrochemische industrie, staalindustrie, chemie, farmaceutische industrie of de agro- en bio-industrie. Die hebben ons land decennia lang vervuild, ten koste van bijvoorbeeld kleinschaliger opererende boeren die op duurzamere wijze aan menselijke en ecologisch verantwoorde maatstaven wilden vasthouden. Maar daar heeft Van de Beek het natuurlijk niet over. De nonsens die hij verkondigt, lijkt vooral een opzetje voor de uitsmijter van Latten: invloedrijke werkgevers en universiteiten die het nu helemaal verkeerd zien, zouden alleen nog buitenlanders moeten aantrekken die onze normen en waarden omarmen én veel aan de economie toevoegen. In het belang van onze bestaande samenleving. Latten heeft misschien nog nooit gehoord van het principe van high performance organisations: organisaties – en ook wereldmachten, overigens – die diversiteit in alle mogelijke opzichten omarmen, blijken uit onderzoek over het algemeen langduriger en succesvoller te zijn.

Daarentegen is het, op grond van zijn uitspraken, heel voorstelbaar dat ergens in Lattens achterhoofd het idee leeft dat mensen die geboren (dreigen te) worden zonder ‘aanleg’ voor de juiste normen en waarden, en die niet veel aan de economie bijdragen, misschien ook voortijdig buiten onze samenleving moeten worden gehouden. Het zou prima passen in de denktrant waarvan hij blijk geeft – en, niet onwaarschijnlijk, in die van degenen die er als de kippen bij waren om zich op X achter dit foute, misleidende artikel te scharen.

De oplettende lezer zal nu zeggen dat die laatste zinnen bestaan uit hetzelfde soort giswerk waarmee De Telegraaf een heel artikel vulde. Dat klopt. Zie het maar als een illustratie. De Telegraaf leverde Geert Wilders op basis van een leugen, en wat afgeleide verzinsels, de ammunitie om zijn kiezers te laten zien dat hij ‘sterk’ vasthoudt aan zijn immigratiedogma en bereid is om daarvoor het kabinet op te blazen – een beproefd een-tweetje in de massapropaganda.

Het enige doel van deze disclaimer daarop is echter een oproep: caveat emptor – wees op je hoede. De Telegraaf liegt je voor waar je bijstaat, en Geert Wilders maakt er dankbaar misbruik van.


  1. De laatste cijfers over deze zogenoemde migratiemotieven dateren van 2022 voor immigranten met de Nederlandse nationaliteit of een nationaliteit binnen overige EU- en Europese vrijhandelsassociatie-landen (EU/EFTA). Voor de Nederlandse nationaliteit wordt geen migratiedoel afgeleid – alhoewel zowel werk, gezin als studie de voornaamste voor de hand liggende motieven zijn. Voor EU/EFTA kunnen we de verdelingen uit 2022 als een representatief uitgangspunt beschouwen. Voor buiten EU/EFTA dateren de laatste gepubliceerde cijfers uit 2023. In 2022 gold daarvoor een hoge piek vanwege de oorlog in Oekraïne, wat maakt dat we deze verdeling ook als ten minste enigszins representatief kunnen beschouwen. In de meest recente, beschikbare meetperiode van 2005 tot en met 2016 (11 jaar) kwamen 225,3 duizend arbeidsmigranten uit de EU/EFTA en 76,4 duizend kennismigranten van buiten de EU/EFTA naar Nederland. Dat is 22 procent van de totale immigratie van mensen met een niet-Nederlandse nationaliteit. In de periode 2013 tot en met 2016 (4 jaren) kwamen daarvan 107,3 duizend arbeidsmigranten uit de EU/EFTA, dat waren er ruim twee keer zo veel als van 2005 tot en met 2008 (4 jaren). Het aantal kennismigranten van buiten de EU/EFTA steeg van 15,1 duizend in de jaren 2005 tot en met 2008 naar 36,3 duizend in de jaren 2013 tot en met 2016.
  2. Ruim 65 op de 100 EU/EFTA-arbeidsmigranten en 66 op de 100 kennismigranten verlaten Nederland overigens binnen vijf jaar weer. Bij de EU/EFTA-arbeidsmigranten steeg dat aandeel in de drie door het CBS gemeten perioden licht. Bij de kennismigranten daalde het naar 62 procent in het recente cohort (gearriveerd in de periode 2013-2016), tegen 70 procent bij oudere cohorten.
  3. Immigranten met een niet-EU/EFTA-nationaliteit komen hier voornamelijk voor aansluiting bij hun gezin. In 2023 gold dat voor bijna 42 duizend van de bijna 165 duizend van hen, ruim 25%. Overigens betrof dat voor EU/EFTA-nationaliteiten in 2022 ook nog altijd bijna 32 duizend van de ruim 173 duizend, ruim 18%. Volgens cijfers van de IND kwamen er in 2024 totaal 44.054 asielzoekers (die hun eerste asielaanvraag deden) en nareizigers naar Nederland; om precies te zijn vroegen 32.175 mensen voor het eerst asiel aan (2023: 38.388/ 2022: 35.540) en herenigden zich 11.879 gezinsleden met een vluchteling in Nederland (2023: 10.125/2022: 10.925); ongeveer 0,4 gezinslid per vluchteling – 0,7 promille van de bevolking. Samen vormden zij slechts 14,5% van het totaal aantal immigranten; dat waren er volgens het CBS ongeveer 314 duizend. In 2023 ging het ook om 14,5% en in 2022 om 11,5%.

 

Steun het anti-populistische geluid!

Wil je dit opiniërende platform maandelijks steunen met een bescheiden financiële bijdrage? Dat kan via deze link: Columns (stripe.com) 

Of steun het platform eenmalig met een bedrag naar keuze invullen: https://buy.stripe.com/00g176ce24rc3Cg3cc