Een tijdje terug kwam ik een vraag tegen naar aanleiding van veelbesproken en veel bekritiseerde toespraak van de Amerikaanse vice-president, J.D. Vance, tijdens de vredesconferentie op 14 februari in München: “The mismatch between official rhetoric and the lived experience of European integration raises questions that Vance, in his own way, hinted at. Why do voters reach out to the same parties denounced as populist challengers? Why don’t they trust incumbent elites?”
Wolfgang Streeck, een Duitse socioloog, gespecialiseerd in economische sociologie en directeur emeritus van het Max Planck Instituut voor Sociale Wetenschappen in Keulen, opperde als antwoord al: “The EU’s failure was that it underestimated that many Europeans were not willing to sacrifice their democracies and cultures at the altar of a free market as envisioned by the EU authoritarian liberal political elite and technocrats.”
Ik geloof niet in simplistische antwoorden, maar het kan soms geen kwaad complexe problemen, situaties en vraagstukken terug te brengen tot een paar hoofdzakelijke, contribuerende factoren. Natuurlijk is er een brede aversie gegroeid tegen de ongewenste effecten van het (neo-)liberale vrije-marktdenken, maar de exponenten daarvan zijn in heel Europa inmiddels toch vrij breed geaccepteerd. McDonalds, Burger King en KFC zijn overal, evenals de vele andere merken die door de globalisering op ieder continent in vaak gelijkvormige winkelstraten te vinden zijn. Uiteraard houdt men hoe zuidelijker je komt nog wel van slow cooking, en wllicht zelfs nog steeds meer dan van fast food, verzet men zich op allerlei plekken in Europa soms nog nadrukkelijker tegen de 24-uurseconomie, maar om nou te zeggen dat die sentimenten ten aanzien van onze eigen culturen hier sterker zijn dan in andere werelddelen? Bovendien heeft Europa weliswaar overstijgende democratische bevoegdheden gekregen, maar zijn die toch vooral gebruikt om, zoals je in een economische en monetaire unie zou verwachten, eerlijke concurrentie, de interne markt en vrijhandel te bevorderen, mede door letterlijk en figuurlijk barrières weg te nemen, en consumenten beter te beschermen tegen al te kapitalistische uitwassen. Natuurlijk, dat is ook gepaard gegaan met een boel onzinnige regelgeving, maar dat dat de elite in Brussel door de kiezer zo zwaar zou worden aangerekend, lijkt wat vergezocht. Het is dan ook niet dat pijnpunt waarop populisten vooral drukken, anders dan met de karikatuur van het ‘technocratische’ Brussel.
Waar Streeck vooral lijkt te doelen op Europeanen met een in meer of mindere mate antikapitalistische grondhouding, die zich bijvoorbeeld in voormalig Oost-Duitsland en in Frankrijk zeker roeren, gaat de steun voor de vrije markt bij de gevestigde orde in Brussel ten eerste lang niet zo ver als bij die in Washington – of in Silicon Valley. Ten tweede maken Europese burgers zich lang niet zo druk om de gevolgen en risico’s van geheel of gedeeltelijk mislukte privatiseringen, nu of straks haperende energie- of drinkwatervoorziening, onveilige of verstoorde voedselketens en paarse krokodillenformulieren, als om de continu stijgende prijzen van huisvesting, energie, levensonderhoud, zorg en, simpelweg, de boodschappen. Anders gezegd: veel kiezers, en vooral de chronisch ontevredenen onder hen, stemmen één keer per vier jaar vooral met hun portemonnee. Populisten spelen desnoods met symboolpolitiek en loze beloften, zoals het afschaffen van het eigen risico in de zorg, in op die sentimenten.
Overigens lijkt het ook nuttig om aan te tekenen dat liberal in Amerika iets anders betekent dan (neo-)liberaal hier: progressief, versus conservatief, en dat is één van de zaken waarvan JD Vance blijk gaf niets te hebben begrepen. Zoals veel Amerikanen, overigens, in wier oordeel over Europese democratieën en bestuur deze begripsverwarring geregeld doorklinkt. Zelfs de Democraten in de VS zijn overwegend conservatief, niet progressief, en wijdverbreide Europese waarden die raken aan rechtvaardigheid, gelijkheid en solidariteit, zoals de verzorgingsstaat en het begrip brede welvaart, klinken veel Amerikanen al snel liberal, socialistisch of communistisch in de oren.
Wat Amerikanen en Europeanen desondanks wel delen zijn hun levensbeschouwelijke wortels in het christendom, dat een deel van zijn oorsprong weer vindt in het jodendom. Zo je wilt is daar met de Verlichting het humanisme nog bijgekomen. Bij elkaar genomen, leidt dat tot in heel Europa meer of minder omarmde, gezamenlijke waarden, zoals zowel de vrijheid van het individu als de verantwoordelijkheid die iedereen heeft voor de medemens en de gemeenschap, gemeenschapszin, verantwoordelijkheid, eerlijkheid, gelijkheid, menswaardigheid, zorg voor de ander, kennisontwikkeling en cultuur, en het streven naar rechtvaardigheid. Voor de daadwerkelijk meer humanistisch ingestelden, die zich niet voorbestemd of gestuurd weten door een godheid, komt daar zelfbeschikking nog bij.
Dit zijn kernwaarden die binnen de gehele westerse samenleving vrijwel iedereen, van elke afkomst en levensovertuiging, deelt. Door sommige politieke partijen wordt een deel ervan omschreven als de ‘joods-christelijke traditie’ of beschaving, maar die term is pas ooit voor het eerst gebruikt in de jaren 30 en in zwang geraakt in Amerika rond 1943. Het was een constructie, een fictief verhaal, bedacht door de makers van wervingscampagnes van het Amerikaanse leger. Het doel ervan was om enerzijds Joden een gevoel van inclusie te geven in de oorlogsinspanning tegen het Nazisme en anderzijds anderen ertoe te bewegen zich actief bij die strijd aan te sluiten en het Joodse broedervolk te helpen redden. Na de oorlog raakte de term snel uit de mode, maar de laatste 10 tot 20 jaar is hij door rechtse en centrumrechtse partijen, die steeds een beetje verder opschoven naar rechts en bij de behoefte aan de inkleuring van een eigen ‘Europese identiteit’ een snaar wilden raken bij morrende kiezers, afgestoft en heeft hij zijn weg gaandeweg gevonden naar partijbeginselen en verkiezingsprogramma’s. Wat de bedoeling daarvan nog het meest lijkt te zijn, is om kiezers te bezweren dat de islam, met al zijn inmiddels bekende en verafschuwde uitwassen, toch zeker geen deel uitmaakt van die Europese en de Nederlandse identiteit. Van een inclusieve term is het daarmee een exclusieve term geworden. Terwijl in de EU en in Nederland gemiddeld toch pakweg 6% van de inwoners moslim is. En paradoxaal genoeg zijn de eerder beschreven kernwaarden bij uitstek ook waarden die jodendom en christendom gemeen hebben met de islam en andere wereldgodsdiensten. Er is welbeschouwd veel meer dat de westerse en andere culturen en levensovertuigingen verbindt dan verdeelt. Maar toch is er die neiging om te framen en denken in ‘wij’ en ‘zij’ en een boosaardige vijand van buiten, waarop populisten met succes inspelen.
Die manier van denken is niet nieuw. Elk tijdperk van (grote) veranderingen in de geschiedenis heeft tegenreacties teweeg gebracht en zo oud als de Europese geschiedenis is, is xenofobie altijd één van die tegenreacties geweest. Niet-westerse bevolkingsgroepen van elke aard moesten het daarbij vaak ontgelden, maar Joden waren het vaakst de ‘zondebok’. Plat gezegd heeft het christendom iets minder dan 2.000 jaar lang geprobeerd het Judaïsme uit te roeien. Dat de twee samen tot WOII overwegend in vrede zouden hebben bestaan, is een fictie, ook in Nederland waar de vervolging van Joden weliswaar veel minder hevig was dan elders, maar waar Joden tot zeker aan de Gouden Eeuw verre van de gelijken waren van christenen. Dat neemt niet weg dat ‘christelijke normen en waarden’, voor een belangrijk deel van de kern ervan geknipt en geplakt uit de Thora, wel van invloed zijn geweest op de Nederlandse cultuur, al was het maar door het in de loop van de eeuwen groeiende verzet tegen die invloed. Tegelijkertijd geldt ook dat bepaald tolerante ideeën in het Westen meer dan elders wortel hebben geschoten. Het gaat te ver om dat louter of zelfs primair op het conto van de christelijke waarden te schrijven, temeer daar ook het christendom zich daartegen lange tijd sterk heeft verzet, maar het verschil tussen culturen koste wat kost ontkennen, is net zo onzinnig als je je erop willen laten voorstaan. Verschillen erkennen is alleen heel wat anders dan de islamofobie of het antisemitisme waarvan bijvoorbeeld PVV en FvD zich bedienen.
Sinds WOII ontmaskert antisemitisme populisten vrijwel automatisch en leidde het steevast tot een brandmuur of cordon sanitaire, met als gunstig neveneffect dat dit ook het geval was voor veel andere racistische en discriminerende uitingen. De migratie in Nederland en ander voormalige kolonisatoren betrof na de oorlog vooral inwoners van voormalige overzeese gebiedsdelen (hier Indonesië, Suriname en de Antillen) en goedkope (gast)arbeiders uit Noord-Afrikaanse landen. Met de jaren verminderde de discriminatie en vorderde de integratie daarvan geleidelijk. Partijen als de Centrum Democraten en Centrumpartij ’86 waren dan ook midden jaren 90 zieltogend en hun geluid dermate niet sociaal geaccepteerd dat sympathisanten zich uit schaamte overwegend stil hielden. Vanaf 1992 kregen Europa en Nederland vanwege de burgeroorlog in voormalig Joegoslavië een eerste grote golf van andersoortige migranten en vluchtelingen te verwerken. Als gevolg van de samenloop van omstandigheden van de Somalische Burgeroorlog en een stijging van het aantal vluchtelingen uit Iran, Irak en Afghanistan, werd die in 1995 gevolgd door een tweede golf. Een derde vond plaats in 1999-2001, na 2010 gevolgd door vluchtelingen als gevolg van de Arabische Lente in dat jaar, uit onder andere Syrië. Deze toename van als ‘vreemdeling’ herkenbare mensen en het ongemak daarover bij een deel van de bevolking vormde een belangrijke, aloude voedingsbodem voor populisten.
Wat die vluchtelingenstromen sinds 1992 gemeen hadden, is dat ze mede veel moslims met zich meebrachten, die ditmaal niet in Europa waren uitgenodigd om het ‘vuile werk’ op te knappen. Bovendien brachten de vele vluchtelingen en asielaanvragen complexe politieke en beleidsvraagstukken met zich mee ten aanzien van de afhandeling van asielaanvragen, gelijke behandeling, opvang, huisvesting, enzovoorts. Het is dan ook geen toeval dat ook de piek van de eerste golf van nieuw populisme zich net na de eeuwwisseling voordeed, met bijvoorbeeld politici als Pim Fortuyn (LPF) in Nederland en Jean-Marie le Pen (Front National) in Frankrijk. Het is evenmin toevallig dat hun mix van xenofobie, racisme en islamofobie sindsdien vaak minder openlijk, maar juist in meer bedekte termen worden geuit en dat mettertijd, met bijvoorbeeld de PVV en Rassemblement National, een hervorming heeft plaatsgevonden naar meer niet-strafbare, salonfähige partijen en ideologieën. Maar een gemeenschappelijke factor is nog altijd xenofobie en de gemeenschappelijke ‘vijand’ is nu de islam en de niet-Westerse immigrant. Met het gruwelijke lot van het Joodse volk in WOII en het toegenomen aantal ‘ongenode gasten’ is de nieuwkomer en gedoodverfde zondebok niet langer ‘de Jood’, maar ‘de moslim’. En omdat op vooroordelen jegens die groep minder een taboe rustte, hoefden mensen zich voor het uiten daarvan ook minder te schamen.
Goed, de vraag was: “Why do voters reach out to the same parties denounced as populist challengers? Why don’t they trust incumbent elites?”
Vrije-marktdenken en meer precies het falen van een aantal privatiseringen van nutsvoorzieningen hebben zeker niet geholpen. Veel Nederlanders zijn, afhankelijk van waar ze wonen, ontevreden over bijvoorbeeld de beschikbaarheid van openbaar vervoer en het niveau van de voorzieningen en de capaciteit in de zorg, GGZ, Jeugd GGZ, Jeugdzorg en ouderenzorg. In recente jaren traden in enkele regio’s bij droogte problemen op in de drinkwatervoorziening en het Nederlandse stroomnetwerk kan de groei in wijken, woningen en bedrijvigheid niet bijbenen, waardoor de stroomvoorziening gevaar loopt en vaker onderbrekingen kent dan in het verleden. Bezuinigingen op de cultuursector en de stijging van de kosten voor bijvoorbeeld zwembaden en voetbalverenigingen leidden daarnaast tot een verschraling van het aanbod en een grote druk op de zelfredzaamheid van verenigingsleven, waardoor een groeiende groep Nederlanders hieraan niet kan deelnemen. Maar dat heeft allemaal ten minste evenveel te maken met de gevolgen van de veronderstelde noodzaak van bezuinigen tijdens laagconjunctuur, als met de natuurlijke beperkingen van de vrije marktwerking.
Daarbij heeft het ruim 15 jaar lang goeddeels ontbroken aan een adequaat volkshuisvestingsbeleid, gebaseerd op ‘regeren is vooruitzien’. Dit heeft vooral geresulteerde in een mismatch tussen de vraag naar en het aanbod van bepaalde typen en formaten woningen, die wordt gevoeld als een grote woningnood. Voeg daar nog aan toe dat de overheid het in de ogen van burgers op meer fronten liet afweten: naast het afbraakbeleid in GGZ, Jeugd GGZ en Jeugdzorg, dat vanuit die instanties al sinds ca. 2010 onophoudelijk alarmbellen laat afgaan, waren er de Bonnetjesaffaire, de afschaffing van de dividendbelasting, de burgerdoden in Hawija in Irak, schandalen rondom de gaswinning in Groningen, het Toeslagenschandaal en het “Omtzigt, functie elders”. Er waren de gewiste sms-jes van premier Mark Rutte, o.a. tijdens Corona, dat op zichzelf qua repressief overheidsbeleid ook bij grote groepen Nederlanders tot grote onvrede en onrust leidde. En meer recent is er dan nog het weifelende, besluiteloze en in elk geval weinig doortastende of duidelijkheid biedende beleid op het gebied van de beperking van CO2– en stikstofuitstoot en de klimaatadaptatie, en de gevolgen daarvan voor bijvoorbeeld de agrarische sector. Dit falen van onze instituties en politiek, door populisten gretig vertaald als het falen of zelfs (via allerlei bedenkelijke complottheorieën) het moedwillig benadelen van ‘het volk’ door de elite – vooral de ‘linkse’ – is een onmiskenbare voedingsbodem voor ontevredenheid en wantrouwen jegens overheid en bestuurders. Populisten zijn van oudsher heel bedreven in het aanwakkeren en uitnutten van de gefabriceerde tegenstelling tussen ‘wij’, ‘het volk’, en ‘zij’, de elite.
Ondertussen groeit ook de vermogensongelijkheid, ofwel de kloof tussen arm en rijk, nog elk jaar, zoals ook steeds meer van de rijkdom in de wereld is in handen van een steeds kleiner percentage puissant rijken. Wereldwijd is 95% van de rijkdom in handen van 1% van de mensheid. In Nederland was weliswaar het vermogensaandeel van de top 1 procent in 2023 23% – overigens komend van zelfs 32% in 2015 – maar de 10 procent meest vermogende huishoudens bezat nog altijd 56 procent van het totale vermogen – in 2022 nog 70%. Een belangrijk detail daarbij is overigens ook dat het vooral de minder vermogende huishoudens zijn die problematische en risicovolle schulden hebben; in Nederland is dit ruim 17%. Maar als verklaring voor de combinatie van steun voor populisten en het wantrouwen jegens de gevestigde orde voldoen ook deze eenvoudige constateringen niet, alleen al niet omdat de meeste van deze miljardairs en miljonairs niet openlijk en actief deel uitmaken van de gevestigde politieke elites – invloed hebben ze vrijwel zeker wel maar dat merkt ‘het volk’ nauwelijks. Bovendien, als in Europa het altaar van het vrije marktdenken staat, waarop democratieën en culturen worden geofferd, bevindt zich in de VS de tempel van de hogepriesters van dat denken en het kapitalisme. Ook daar tiert het populisme of liever Trumpisme welig, maar blijft het vertrouwen in bijvoorbeeld de vrije marktwerking onverminderd groot.
De uitdagers van de gevestigde orde en ‘elite’ zijn ook helemaal niet afhankelijk van dergelijke rationele motieven. Populisten hebben, door de geschiedenis heen, altijd feilloos weten in te spelen op sentimenten van onrust en ongemak over nieuwkomers in een tijd van grote maatschappelijke veranderingen en (economische) druk. Iedereen die zich verzette tegen nationalisme en nationaal-socialisme was een communist of landverrader, iedereen die zich verzette tegen fascisme een landverrader of communist en ‘jodenvriend’, en iedereen die zich nu verzet tegen rechts-nationalisme en islamofobie is woke. Of zoals de invloedrijke Democratische gouverneur van Illinois, J.B. Pritzker, zei in een toespraak waarin hij refereerde aan een mars die Nazi’s in 1978 wilden houden in Skokie, de thuisbasis van één van de omvangrijkste populaties van overlevenden van de holocaust ter wereld: “Zij wijzen naar een groep mensen die er niet uitzien zoals jij en ze vertellen je hen de schuld te geven van jouw problemen.”
Is het niet heel herkenbaar? Islamistische terroristen plegen aanslagen in de VS, jongeren in weinig VS-gezinde landen in het Midden-Oosten juichen en dansen op straat en hier ontstaat de roep om een verbod op de islam, omdat dat zogenaamd een ‘achterlijke’ godsdienst zou zijn, gevaarlijker dan andere – nee, in Nederland hebben we immers nog nooit te maken gehad een mazelenepidemie, veroorzaakt door extremistische gelovigen. In een wijk in Den Haag juichen jongeren om een vergelijkbaar incident en tijdens een verkiezingsbijeenkomst roept een partijleider om “Minder! Minder!” Marokkanen. Jongeren die opgehokt zitten in een opvangcentrum, zonder enig concreet uitzicht op een toekomst, trappen rotzooi in de trein of in een dorp en de roep is direct om uitzetten. Een verwarde jongeman met een geschiedenis van geweld en een strafblad verhuist van de ene stad naar de andere, raakt uit het zicht van politie en hulpverleners, vermoordt op gruwelijke wijze een jong meisje en afhankelijk van zijn land van herkomst wordt die bevolkingsgroep in generaliserende termen weggezet als ongewenst. Het afpakken van het paspoort – eerst algemeen en toen dat grondwettelijk niet houdbaar bleek bij een dubbele nationaliteit – wordt vrijwel direct gepromoveerd tot hét thema. Er blijken asielzoekers via ‘nareis-op-nareis’ procedures naar Nederland te komen, een kabinet valt om gesteggel over oplossingen voor de asielopvangcrisis en uit stemmenbejag liegt de fractievoorzitster van de dan machtigste partij van Nederland over “duizenden gevallen”, aangezien het er in werkelijkheid slechts enkele tientallen zijn. Hamas-terroristen vallen Israël aan en de fractievoorzitter van wat later de grootste partij in de Kamer wordt, trekt direct de parallel naar alle niet-Westerse vreemdelingen die moslim zijn. Stromen vluchtelingen uit Syrië en Libië en economische vluchtelingen uit – ook veilig landen in – (Noord‑)Afrika komen hier om asiel aan te vragen en hun beperkte aantallen worden door alle populistische en naar rechts opschuivende partijen misbruikt om hen (7% van de woningzoekenden) te bestempelen als een belangrijke oorzaak voor de zogenaamde ‘wooncrisis’, die draait om honderdduizenden woningen.
In dit alles zijn het generaliserende, ongenuanceerde, bevolkingsroepen uitsluitende en zelfs haatzaaiende discours en ‘wij/zij’-denken de constanten. En helaas laten nog altijd veel mensen zich, welke andere terechte grieven zij verder ook mogen hebben over het landsbestuur, gemakkelijk opjutten door het benoemen van zondebokken.
Hoe complexer de problemen en de daarop te vinden oplossingen en geformuleerde antwoorden zijn, hoe gemakkelijker het voor populisten wordt om de gevestigde orde aan te vallen met gemakkelijke dooddoeners, zonder werkbare oplossingen te bieden. De PVV heeft in het afgelopen jaar, waarin zij regeringsverantwoordelijkheid droeg, elke dag, nee, welhaast ieder uur bewezen dat oplossingen voor grote maatschappelijke uitdagingen niet gemakkelijk te realiseren zijn. Hetzelfde geldt voor de BBB, die bovendien al gauw alleen voor boeren – en dan nog vooral de agro-industrie – bleek te werken en ‘burgers’ blijkbaar slechts voor de vorm in haar naam heeft staan. Oplossingen boden beide overigens al nooit toen zij nog in de oppositie zaten, en werden ook in hun partijprogramma’s niet aangedragen, maar dat interesseert hun minderheid van niet al te empathisch, altruïstisch of genuanceerd denkende kiezers niet.
Die zijn teleurgesteld of boos, ze laten zich wijsmaken dat de problemen allemaal te herleiden zijn naar de nieuwkomers, dat we eerst moeten zorgen voor ‘ons eigen volk’ en dat alles schuld is van de gevestigde partijen, vooral de ‘linkse’, progressieve. Elk nieuw incident is koren op de molen dat die niet te vertrouwen zijn, aandacht in de media – onder het motto ‘alle aandacht is goede aandacht’ – jaagt die molen verder aan en voilà! Populisten zijn simpelweg veel beter dan gevestigde partijen in staat om onderbuikgevoelens aan te wakkeren en erop in te spelen, ook omdat ze dat lang kunnen doen in de luwte van de roeptoeteroppositie. Als ze eenmaal moeten of kunnen gaan regeren zakken ze, zoals ook nu, snel door het ijs, maar dat mag hun ‘pret’ niet drukken. En die van hun kiezers in eerste instantie ook niet, want zolang ze er in de ogen van die kiezers in slagen om de schuld van hun falen af te schuiven op anderen, blijven die hen steunen. Dat zal pas veranderen als die kiezers zich weer gaan schamen om geassocieerd te worden met het te extreme geluid of de niet te ontkennen mislukking.
Veel gevaarlijker is die zin zonder enige twijfel het populisme dat uitgaat van de, achter stemmentrekker PVV aan, steeds verder naar rechts opgeschoven VVD. Die partij bedient zich, bijvoorbeeld op het gebied van asiel en migratie, als het gaat om het grondrecht van vrije demonstratie of als het gaat om de bescherming van de onafhankelijke rechtspraak, steeds vaker hetzelfde soort polariserende en illiberale taal als de PVV. Die taal komt in het algemeen neer op goedkope, (te) gemakkelijke oplossingen die alleen te realiseren zijn door wetten en internationale verdragen te negeren en tegenspraak monddood te maken. De VVD is echter, in tegenstelling tot de PVV, een partij die met een netwerk tot in de fijnste haarvaten van de samenleving, met bestuurders op belangrijke plekken in zowel publieke als private organisaties, veel macht en invloed heeft. Als die macht en invloed worden aangewend om antidemocratische en ongrondwettelijke denkbeelden te bevorderen of niet ten minste worden aangewend om dergelijke tendensen tegen te gaan, wordt populisme genormaliseerd en in staat gesteld om onze rechtsstaat en democratie van binnenuit uit te hollen.
Veel mensen beschouwen dit soort analyses en long reads helaas als een ver van hun bed show. Als iemand de kenmerken van wat populisme aantrekkelijk maakt terugbrengt tot nationalisme, xenofobie, racisme en proto-fascisme, is die al gauw de gebeten hond. En als het niet kan in gemakkelijke, tendentieuze soundbites bij Sven Kockelmann of Eva Jinek, is het weer niet interessant genoeg. En toch zou dit iedere Nederlander moeten interesseren, omdat in Nederland de steun voor extreemrechtse en populistische ideologieën – die ten enenmale zonder oplossingen zijn, tenzij middels grondwetswijzigingen die grondrechten, de huidige rechtsorde en internationale verdragen ontkennen, inperken of herroepen – onmiskenbaar is toegenomen. Dat heeft ertoe geleid dat twee in beginsel democratische partijen, NSC en VVD, de PVV en BBB als populistische bewegingen legitimiteit hebben verschaft door met hen een regeringscoalitie aan te gaan. Als volleerde navolgers van Von Papen hebben zij de populisten macht in handen gegeven en ditmaal hebben die een jaar lang bewezen daarmee tot niets nuttigs voor Nederland in staat te zijn.
De meerderheid van de kiezers in Nederland staat daarbij wel degelijk het een en ander aan positiefs en opbouwends voor ogen om de echte uitdagingen aan te gaan voor de toekomst van ons land, bijvoorbeeld op het gebied van energietransitie, klimaatadaptatie, volkshuisvesting, veiligheid, zorg en onderwijs. Ondertussen wijst VVD-hoofdvrouw Yesilgöz een samenwerking met PvdA/GroenLinks echter direct al categorisch af, maar niet een hernieuwde met de PVV – die dit als een SpaceX-raket ontplofte kabinet Wilders/Schoof saboteerde. Als de doorgaans zwijgende meerderheid van het Nederlandse volk zich niet laat horen en de middenpartijen in Nederland zich niet snel realiseren dat luisteren naar die meerderheid van de kiezers en een brandmuur optrekken tegen deze populistentandem, de enige manier is om te voorkomen dat de macht die de VVD de PVV in een volgende Von Papen-actie zal verschaffen, ongewenste vormen aanneemt, laat zich raden waarin het zondebok-denken en de xenofobie onvermijdelijk opnieuw zullen uitmonden. Je hoeft Wilders’ tien puntenlijstje en het PVV-partijprogramma er maar op na te slaan, om te weten dat de VVD Wilders dan de sleutels van de NS en de KLM zal overhandigen om zo snel mogelijk zo veel mogelijk ‘ongewensten’ te deporteren, en samen met hem de rechten van burgers om zich daartegen te verzetten zo ver als nodig zal inperken.
