Nogal wat mensen leven in de veronderstelling dat empathie een uitvinding is waar we moeite voor moeten doen omdat onder een dun laagje vernis ons eigenlijke zelfzuchtige zelf verscholen zou gaan.

En dat met een onterecht beroep op Darwin waarbij ‘survival of the fittest’ wordt vervormd tot het recht van de sterkste, wat in de praktijk van onze menselijke samenleving al te vaak het recht van de wreedste wordt, of met een religieus beroep op de zonde en de verdorvenheid van de mens.

Het is het sociaal darwinisme dat deze redenering in de negentiende eeuw propageerde en helaas is die redenering binnen de wetenschap breed geaccepteerd geraakt. Belangrijk om te weten: Darwin zelf paste zijn theorieën niet op deze manier toe. Sociaal darwinisme is een verdraaiing van zijn ideeën. Maar ongelijkheid, racisme, kolonialisme en economische uitbuiting konden zo mooi gerechtvaardigd worden. De rijken, de machtigen, moesten ‘wij’ logischerwijs gaan zien als meer aangepast en dus ‘natuurlijker’ succesvol, terwijl armen of minderheden als inferieur werden en nog steeds worden beschouwd. Laten we het sociaal darwinisme dus een onderdrukkings-ideologie noemen die in al zijn vervormende modellering iets van de ideeën van Charles Darwin over evolutie en natuurlijke selectie uit rauw eigenbelang toepast op menselijke samenlevingen.

Dankzij de onlangs overleden toonaangevende primatoloog Frans de Waal weten wij dat wij daar heel anders over kunnen denken. Sociaal gedrag en empathie zijn al vroeg in onze evolutionaire geschiedenis ontstaan. Om te overleven hebben wij elkaar nodig. Het draait veel meer om samenwerking dan om strijd en concurrentie.

Uit observaties – zowel van hemzelf als van anderen – blijkt dat ook olifanten, dolfijnen en onze neefjes de apen, inlevingsvermogen bezitten.

Anders dan veel mensen denken, zijn compassie, het vermogen om mee te voelen met een ander en daar je gedrag door laten bepalen, niet voorbehouden aan onze eigen menselijke diersoort.

Empathie zoals De Waal die omschrijft, is overigens geen alles-of-niets-kenmerk, maar een kwestie van gradaties die bij nog veel meer soorten voorkomen. Empathie is aangeboren én noodzakelijk om goed samen te leven en met elkaar dingen tot stand te brengen. En dat is ook wat ons ‘human beings’ maakt.

De Waal verwerpt dus ook de visie van filosoof Thomas Hobbes, die stelde dat mensen in hun natuurlijke toestand elkaars vijanden zijn – “de mens is een wolf voor zijn medemens”. Los van het gegeven dat wij dit als een belediging van de wolf kunnen beschouwen, is het volgens De Waal een ernstige misvatting, gebaseerd op verkeerde aannames over mens én dier. Want ook dieren tonen empathie. En dat is logisch: als empathie al vroeg in de menselijke evolutie ontstond, is het niet aannemelijk dat andere diersoorten deze eigenschap volledig missen. Uit observaties – zowel van hemzelf als van anderen – blijkt dat ook primaten, olifanten en dolfijnen inlevingsvermogen bezitten.

Empathie kent drie evolutionaire lagen:

1. Het vermogen dezelfde emotionele toestand als de ander te voelen.

2. Het besef van bezorgdheid en de behoefte troost te bieden.

3. Het innemen van het gezichtspunt van de ander, wat ons stimuleert om doelgerichte hulp te bieden en actie te ondernemen: er, zoals dat genoemd wordt, te zijn voor de ander.

Wij hoeven dus geen moeite te doen om empathisch te wórden. ‘Deep down’ zijn wij het al.

Dan is het voor ons nu, in deze tijd, extra van belang om onze emotionele kennis en ervaringen, onze aanleg voor compassie en ons vermogen om veranderingen tot stand te brengen, ook daadwerkelijk benutten. Recht tegen de stroom, de huidige tijdgeest en de fascistoïde propaganda in, geholpen en gedreven door onze aangeboren ‘superpower’.

En laten we die, als het even kan, dan ook zo actief en doelgericht mogelijk inzetten: voor en met elkaar, overal waar wij samenwerken en leven, in iedere omstandigheid.