De afgelopen dagen is Coenradie zeer frequent uitgenodigd voor diverse talkshows. De belangstelling voor deze politica neemt ongezonde proporties aan. Haar belangrijkste wapenfeit is dat Coenradie de grote leider van de PVV, Geert Wilders, heeft tegengesproken inzake de gevangeniskwestie. Er is slechts beperkte gevangeniscapaciteit en zodoende heeft Coenradie gedetineerden een aantal weken eerder vrijgelaten. Geert Wilders vond dat onacceptabel; desnoods moesten gevangenen maar met meerdere personen in één cel slapen. Ingrid Coenradie luisterde naar de professionals en haar ambtenaren en kwam tot de conclusie dat dit leidt tot risico’s voor de veiligheid van het gevangenispersoneel en voor de gedetineerden zelf. Vanuit de medialogica bezien was het natuurlijk een smeuïg incident: de onaantastbare PVV-autocraat die niet zijn wil kon opleggen aan een van ‘zijn’ bewindslieden. Maar het stelde niks voor. Ingrid Coenradie deed gewoonweg datgene wat een verantwoordelijke bestuurder moet doen: ze handelde naar de beperkingen van de bestuurlijke realiteit.

Desondanks is Coenradie nu een populaire figuur voor de talkshows én een deel van het radicaal-rechtse volksdeel. Men was vooral geïnteresseerd in haar nieuwe stap in haar politieke carrière: naar welke partij zou ze verkassen? Het was een spektakel dat veel deed denken aan de transferwindow in de voetballerij; welke club – lees: partij – zou Coenradie weten binnen te hengelen? Dat werd, niet geheel verrassend, JA21 van Joost Eerdmans. Dat is niet geheel verrassend omdat Coenradie eerder voor Leefbaar Rotterdam actief was als raadslid en wethouder, dezelfde partij waar Joost Eerdmans ook actief voor was. Het Coenradie-effect, ondersteund door de talkshows, heeft er nu voor gezorgd dat JA21 maar liefst acht zetels in de peilingen heeft. Het andere voordeel van JA21 is dat het een aantrekkelijk alternatief is voor de PVV: een uiterst rechtse partij die in de omgangsvormen en qua politieke stijl fatsoenlijk overkomt. Vanwege het virtuele electorale succes is het daarom van belang te toetsen in hoeverre dat ‘fatsoen’ ook terug te zien is in de stellingnames van JA21. En is JA21 wel zo’n bestuursverantwoordelijke partij die geen onrealistische beloftes doet, zoals Ingrid Coenradie haar partijkeuze op gebaseerd zou hebben? Daarvoor heb ik een blik geworpen op het JA21-verkiezingsprogramma uit 2023 om het gedachtegoed op het detailniveau te kunnen inzien.


JA21 is een partij die geobsedeerd is door immigratie en integratie, dat blijkt ook uit het feit dat op zowat de eerste pagina het gaat over de vermeende rampzalige effecten van immigratie:  “Immigratie maakt Nederland per saldo armer en is dan ook geen oplossing maar een probleem.” Dat is dus het uitgangspunt van het verkiezingsprogramma op basis waarvan andere migratiestandpunten zijn bepaald in het program. Maar het klopt niet. wetenschappelijke studies tonen aan dat de totale immigratie een nihil positief of neutraal effect heeft op het welvaartsniveau van westerse landen. Daarnaast worden de culturele en sociaal-economische gevolgen van het feit dat Nederland een immigratieland is, door JA21 als een catastrofe beschouwd: ‘De multiculturele samenleving, voor zover die ooit bestaan heeft, is mislukt.’ Er wordt echter geen enkel criterium gegeven op grond waarvan die multiculturele samenleving als mislukt kan worden beschouwd; het wordt simpelweg als een voldongen feit gepresenteerd. Kijken we naar het integratieproces van recente migrantengroepen, dan wordt dit statement tegengesproken. De arbeidsparticipatie en het opleidingsniveau stijgen richting het nationale gemiddelde. Voor zover de multiculturele samenleving mislukt is, komt dat juist door de dominante (autochtone) bevolkingsgroep. Het SCP wijst immers op een ‘integratieparadox’: migranten die de sociale ladder beklimmen, ervaren bovenmatig veel discriminatie en racisme.

Dat geeft dus al te denken dat twee objectief aantoonbaar foutieve aannames inzake asiel, migratie en integratie het fundament vormen voor het JA21-gedachtegoed. Het logische gevolg is dat de concrete plannen van deze ‘conservatief-liberale’ partij ook de wenkbrauwen doen fronsen, zoals in het vervolg zal blijken. In het vervolg ga ik nader in op de stellingnames over asiel en integratie en dan met name de beleidsvoornemens hieromtrent.

Migratie en integratie

Asiel en migratie is het belangrijkste thema voor JA21: ‘het grootste probleem waarmee Nederland te kampen heeft.’ Dit maakt de partij al nauwelijks serieus te nemen. Nederland heeft te maken met een oorlog op het eigen continent, de netcongestie zorgt ervoor dat we niet door kunnen gaan met de energietransitie, starters kunnen geen woning vinden, en zo kunnen we nog wel even doorgaan. En dan kiest JA21 ervoor om met name asielmigratie uit te kiezen als hét thema.

Deze opmerkelijke prioritering wordt later in het stuk verhelderd: JA21 verbindt veel maatschappelijke problematiek met de ‘massa-immigratie’. Zo zou de verzorgingsstaat onder druk staan als gevolg van de kosten voor asiel en migratie. Deze zouden 24 miljard euro bedragen. Dit bedrag is afkomstig van Jan van de Beek. De meetmethodiek van Jan van de Beek, een zelfbenoemde wetenschapper die door geen enkele wetenschapper serieus wordt genomen, klopt echter niet. Die berekeningen zijn gebaseerd op dat wat iemand de schatkist oplevert versus wat iemand de schatkist kost. Mensen die werken maar vanwege hun relatief lage inkomen veel toeslagen ontvangen zijn daardoor een ‘kostenpost’. Maar dat is een zeer beperkte benadering, want de macro-economische effecten worden dus niet meegenomen. Praktisch opgeleiden die deze samenleving draaiende houden worden daardoor als een kostenpost gezien. Dat dit niet klopt wordt overigens ook, via een andere weg, ondersteund door het feit dat andere studies wijzen op een nihil economisch effect van migratie op het welvaartspeil. Ook wordt er in het JA21-programma gewezen op de zogenaamde druk op onze publieke voorzieningen door immigratie, zoals de woningnood die veroorzaakt wordt door (asiel)migratie: “En tegen de woningnood valt niet op te bouwen wanneer het aantal nieuwe migranten structureel groter is dan het aantal nieuwe woningen.” Dit wordt ook nog eens onderbouwd met een Amsterdamse casus: “In Amsterdam gingen in 2021 slechts 23 van de 7.000 vrijkomende sociale huurwoningen naar ‘reguliere’ woningzoekenden, terwijl de overige 99,6% naar woningzoekenden met een voorrangsregeling gingen, waaronder een forse groep statushouders.”

De eerste quote uit het verkiezingsprogramma klopt niet. De woningnood wordt niet primair veroorzaakt door (asiel)migratie. Slechts 7% van de sociale huurwoningen gaat naar statushouders, en de wachttijd van jaren (vaak 5 tot 10 jaar) voor een sociale huurwoning zou slechts enkele maanden korter zijn als de asielinstroom volledig opdroogt. En middels een extreme casus wordt dan geïllustreerd hoe de woningnood volledig toegeschreven zou zijn aan asielmigratie, terwijl de nationale situatie vakkundig wordt weggepoetst. Dit is dus selectief shoppen in de feiten.

Verder is JA21 van mening dat de asielinstroom ingedamd moet worden omdat één asielmigrant 800.000 euro zou kosten, terwijl een miljoen mensen onder de armoedegrens dreigen te geraken. Door de influx van asielzoekers zou dus de verzorgingsstaat ondermijnen: er is geen geld meer beschikbaar voor de autochtone bevolking. Deze berekeningen van de kosten per asielmigranten zijn opnieuw gebaseerd op het werk van Jan van de Beek. Die kloppen dus niet. Het is moreel gezien ook gewoonweg een verwerpelijke passage: twee kwetsbare groepen worden tegen elkaar opgezet en daarmee een wij/zij-denken promoten- de migrant versus de arme autochtone Nederlander. Alsof er geen draagkrachtigere groep is waar je naar kunnen kijken om de verzorgingsstaat instand te houden.

Deze boude anti-asiel statements -die niet anders als feitenvrij bestempeld kunnen worden- vormen de rechtvaardiging voor zeer stringente asielmaatregelen. Deze anti-migratie maatregelen zijn in de eerste plaats niet realistisch. Zo wil JA21 het befaamde (althans binnen radicaal-rechtse kringen) Deense asielmodel integraal overnemen. Vluchtelingen zouden hun asielaanvraag buiten de EU moeten doorlopen en er moeten opt-outs bedongen worden. In het verkiezingsprogramma wordt dat gepresenteerd alsof JA21 dat even gaat doen, maar de implementatie van het Deense asielmodel gaat nooit gebeuren. Daarvoor moet er allereerst overeenstemming zijn tussen de 27 lidstaten voor een verdragswijziging van het verdrag betreffende de werking van de Unie. Dat is al schier onmogelijk –  zoiets gebeurde voor het laatst in 2007 tijdens het verdrag van Lissabon. Vervolgens moet de wens van Nederland voor allerlei opt-outs ook nog eens op de agenda komen te staan en gehonoreerd worden door de 26 andere lidstaten. Alsof de Europese lidstaten tijdens de huidige geopolitieke perikelen staan te trappelen om de opt-out wensen van Nederland inzake migratie te bespreken, laat staan te honoreren. Ook dat lijkt mij zeer onwaarschijnlijk.

Naast onrealistische plannen heeft JA21 ook gewoon een aantal zeer inhumane standpunten. Zo is JA21 van mening dat uitgeprocedeerden op straat moeten gaan zwerven en slapen (afschaffing LVV; bed, bad, brood). De gemeenten moeten de bijkomstige sociale problematiek en de overlast als gevolg van deze inhumane maatregel dan maar voor hun rekening nemen. Daarnaast is de oplossing niet om deze mensen aan hun lot over te laten, maar om in te zetten op de versterking van diplomatieke banden met de landen van herkomst. Verder moet de ‘dwangwet’ (de spreidingswet) van tafel. Dat grootschalige opvang van statushouders in een selectief aantal gemeenten tot meer overlast leidt – clustering van veel mensen met oorlogstrauma’s is immers een recept voor problemen – lijkt bij JA21 niet op te komen. De ‘dwangwet’ is daarom juist een geschenk uit de hemel. Op kleinschalig niveau met een evenredige spreiding wordt immers het draagvlak juist behouden: het is namelijk solidaire wetgeving en de kans op ongeregeldheden wordt ermee verkleind. Mij bekruipt dan ook altijd het gevoel dat radicaal-rechts juist asielproblematiek wíl hebben, om zo het asielprobleem weer eens lekker op te kunnen poken.

Als het gaat om de integratie van nieuwe Nederlanders, dan schroeft JA21 de eisen flink op — denk aan het verscherpte inburgeringsexamen en het verplicht stellen van taalniveau C1 voor het toekennen van permanente verblijfsvergunningen. Ook tegen mensen in de bijstand wordt harder opgetreden: ‘Geen Nederlands? Geen bijstand.’ Wat opvallend is, is dat JA21 de integratie-eisen verscherpt, zónder dat er extra middelen beschikbaar worden gesteld in termen van menskracht en geld om mensen te laten voldoen aan deze strengere eisen. Dat zou nochtans een logische bijkomstigheid zijn als je wil dat mensen beter integreren: je koppelt strengere eisen aan extra begeleiding. Voorts is er ook geen enkel mededogen te bespeuren als het gaat om mensen die vanwege (externe) omstandigheden niet kunnen voldoen aan de strengere inburgeringseisen. Mensen die niet aan de taaleisen kunnen voldoen, worden aan hun lot overgelaten en zullen in de absolute armoede vervallen. Dat interesseert JA21 blijkbaar niets; het garanderen van een minimum aan menswaardige omstandigheden hoeft niet gegarandeerd te worden.

JA21:kernenergie en Italiaanse toestanden

Tot slot wil ik nog een onderdeel wijden aan andere beleidsthema’s die van secundair belang lijken te zijn, namelijk het openbaar bestuur (de rol van de overheid), de bijbehorende fiscale structuur en de energietransitie.

JA21 is van mening dat de overheid niet te groot moet zijn: “JA21 gaat uit van geëmancipeerde en zelfbewuste burgers, niet van een burger onderworpen aan een grote overheid.” En die grote overheid moet beteugeld worden door de regeldruk aanzienlijk terug te dringen — bijvoorbeeld voor professionals in de zorg. Er staan wel vette quotes in over het terugdringen van regels en administratieve lasten, maar werkelijke ideeën over hoe zo’n herstructurering van de gewenste kleine overheid gerealiseerd kan worden, worden nauwelijks vermeld of lijken te ontbreken.

Aan de uitgavenkant, bij de grootste kostenpost, lijken er bovendien geen impopulaire maatregelen genomen te worden. JA21 wil weliswaar de zorguitgaven efficiënter en effectiever aanwenden (en welke partij wil dat niet?) door ‘overbehandeling’ te voorkomen en door in te zetten op preventie en vroege diagnosestelling. Tegelijkertijd is JA21 voornemens fors te investeren in de zorg. Zo moeten bejaardenhuizen terugkeren, moeten de salarissen van mensen in de zorg ten minste meestijgen met de inflatie, moet de gebrekkige personeels- en financiële capaciteit in de GGZ worden aangepakt, en mag er onder geen beding worden bezuinigd op de Wmo.

Aan de uitgavenkant worden er dus niet echt bindende, vergaande maatregelen genomen om het overheidsapparaat bij te snoeien. Gelijktijdig komt het ‘conservatief-liberale’ gedachtegoed wél aanmerkelijk meer tot uitdrukking aan de inkomstenkant. In feite lijkt dit op het PVV-verkiezingsprogramma, waar ook een politiek-economische sprookjesideologie wordt gepropageerd (belastingen omlaag, behoud of uitbouw van de verzorgingsstaat) en dus geen echte politieke keuzes worden gemaakt.

Zo wordt de eerste 20.000 euro aan inkomen belastingvrij, wordt de belasting op energie verlaagd, wordt de erf- en schenkbelasting vrijgesteld tot 1 miljoen euro, en wordt gepleit voor een algehele verlaging van het btw-tarief. Overigens wordt dit allemaal voorgesteld onder het mom van ‘werk moet lonen’, maar als we de CPB-doorrekeningen van het JA21-verkiezingsprogramma nader bekijken, dan blijkt dat het vooral ‘vermogen moet lonen’ is. Terwijl er voor circa 6 miljard euro aan lagere lasten te constateren is voor ‘vermogen en winst’, worden de lasten voor ‘inkomen en arbeid’ met ongeveer 4 miljard euro verhoogd.

Als je die halfbakken maatregelen overziet om de overheid te verkleinen en dat vergelijkt met de belastingverlagingen op hoofdzakelijk vermogen, dan heeft dat vanzelfsprekend tot gevolg dat het begrotingsbeleid uitermate problematisch is. Het begrotingstekort komt dan namelijk uit op 3,8%, 0,8 procentpunt hoger dan het maximaal toegestane tekort van 3%. De toekomstige generatie wordt dus opgezadeld met de fiscale cadeaus die door JA21 worden gegeven. Daarmee is het verkiezingsprogramma op lange termijn niet houdbaar. En dan zijn de additionele defensie-uitgaven (van 1,8 naar 3,5% van het bbp) nog niet eens in ogenschouw genomen.

Tot slot plaatst JA21 zich volledig buiten de discussie over de energietransitie. Energie uit zon en wind wordt getaboeïseerd; er moet vol worden ingezet op de bouw van kerncentrales. JA21 profileert zich zowaar als ‘de kernenergiepartij’. Allereerst is een energiesysteem dat volledig leunt op kernenergie af te raden, omdat kernenergie een inflexibele energiebron is die lastig op te schalen is. Dat maakt het moeilijk om goed in te spelen op een flexibele vraag. Daarnaast bedragen de kosten van een grotendeels nucleair energiesysteem tientallen miljarden. Alleen al de plannen van het kabinet-Schoof voor de bouw van twee kerncentrales kosten 20 tot 30 miljard euro. Geen enkele private partij is bovendien bereid om in te stappen in dergelijke kernenergieprojecten vanwege verlieslatende risico’s en de wispelturigheid van de rijksoverheid. Tot slot zal de bouwtijd — inclusief de voorbereidingsfase — tientallen jaren bedragen, mede door onze complexe en dichtgeregelde maatschappij. Kortom, de belofte om van Nederland een kernenergieland te maken is een complete luchtspiegeling. Het kan niet. Toch ben ik ervan overtuigd dat JA21 in het komende verkiezingsprogramma deze ambitie ‘gewoon’ weer zal opnemen. Dat past wel bij het populistische karakter van JA21: veel beloven, weinig realiseren — iets waarvan Coenradie zich juist distantieert ten aanzien van de PVV.

Conclusie

JA21 is een partij die gewoonweg in de traditie staat van alle andere populistische partijen van de afgelopen kwart eeuw. Vanwege feitenvrije, alarmistische overtuigingen over asiel en migratie worden onhaalbare en apert inhumane maatregelen voorgesteld. Er worden cadeaus uitgedeeld aan ‘het volk’, terwijl er nauwelijks iets wordt gedaan aan het uitgavenpatroon van de overheid. Daarnaast zijn die cadeaus aan het volk in wezen cadeaus voor vermogenden, waarbij werkend Nederland het nakijken heeft. Met betrekking tot de klimaat- en energiediscussie plaatst JA21 zich volledig buiten het debat: het wil Nederland een peperdure, langdurige kernenergie-fata morgana door de strot duwen. De politici lijken misschien fatsoenlijk, maar de inhoud is dat niet. JA21 staat zodoende synoniem voor veel etiquette, maar weinig ethiek.

Steun het anti-populistische geluid!

Wil je dit opiniërende platform maandelijks steunen met een bescheiden financiële bijdrage? Dat kan via deze link: Columns (stripe.com) 

Of steun het platform eenmalig met een bedrag naar keuze invullen: https://buy.stripe.com/00g176ce24rc3Cg3cc