Tijdens de zogenoemde komkommertijd is het tv-medialandschap in handen van rechtse actualiteitenprogramma’s. De tv-kijker wordt getrakteerd op Nieuws van de Dag en Oranjezomer bij SBS6, om vervolgens over te schakelen naar de publieke omroep waar Goedenavond Nederland (WNL) wordt uitgezonden. Deze Telegraaf-achtige media mogen dus de agenda bepalen in aanloop naar de werkelijke verkiezingscampagne en bepalen welke meningen en opvattingen over deze geagendeerde onderwerpen de boventoon voeren. Daarmee zijn deze programma’s niet alleen een belangrijke factor voor de inrichting van het publieke debat (waar over wordt gedebatteerd), maar ook hoe daarover wordt gedebatteerd. Zo leggen ze de basis voor de aankomende verkiezingscampagne: welke ideeën en opvattingen worden mainstream gemaakt.

Vanwege de aankomende verkiezingscampagne is het daarom van belang om een aantal uitzendingen van Goedenavond Nederland en Nieuws van de Dag te belichten. Deze programma’s zetten immers de lijnen uit richting 29 oktober. De uitzendingen die voor deze analyse worden gebruikt, zijn van medio juli en moeten worden gezien als een dwarsdoorsnede van een uitzending van bovengenoemde nieuwsprogramma’s (een casusanalyse). Er is gekozen voor een programma van de publieke omroep (Goedenavond Nederland, WNL) en een van de commerciële (Nieuws van de Dag, SBS) om een totaalbeeld te krijgen van het tv-medialandschap, dat bovendien is opgedeeld tussen commerciële en publieke omroepen.

Politici

Nieuws van de Dag en Goedenavond Nederland nodigen iedere week een aantal politici uit. Wat opvallend is, is dat veelal rechtse politici zijn die hun zegje mogen doen. Qua politieke diversiteit valt daar nog winst te behalen. Tegelijkertijd is het zo dat de regering en het parlement gedomineerd worden door (radicaal)rechtse politici. Als deze programma’s een bewindspersonen wensen uit te nodigen, dan ontkom je dus niet aan een (radicaal)rechtse minister of staatssecretaris. Daarnaast identificeren deze programma’s als programma’s met een rechts profiel, zo noemt WNL van Goedenavond Nederland zich ‘vrolijk rechts’. Dan is het ook niet geheel verwonderlijk dat dergelijke politici vooral worden uitgenodigd. Dat de politieke diversiteit ontbeert is dan tot daaraan toe, maar een randvoorwaarde is dan dat er kritische vragen worden gesteld zodat de optredens van deze politici een zekere journalistieke waarde hebben: de kijker kan een oordeel vellen over de plannen en ideeën van de uitgenodigde politici. Ik zal nu daarom een aantal items met politici bespreken van Goedenavond Nederland en Nieuws van de Dag.

De WNL-journalisten en de uitgenodigde politici: Mona Keijzer en David van Weel

Op 15 juli was woonminister Mona Keijzer uitgenodigd bij Goedenavond Nederland. Ter sprake kwam het PVV-amendement voor de wet versterking regie op de volkshuisvesting. Dit amendement houdt in dat vreemdelingen onder geen beding voorrang mogen krijgen op de vreemdelingen die hier gedurende een aantal jaar gevestigd zijn, zullen altijd achteraan moeten sluiten. Mona Keijzer noemt dit ‘discriminatie’ en ze heeft dit amendement dan ook ontraden. Mona Keijzer positioneert zich vervolgens als een redelijke minister die slechts gematigde voorstellen apprecieert op dit punt: ‘En dat wetsvoorstel waar ik mee bezig ben, gaat over het afschaffen van voorrang voor statushouders, puur omdat ze statushouder zijn. Daar wil ik vanaf. (‘…’) Maar dat is de situatie: je bent achter in de twintig, je staat tien jaar op de wachtlijst en je wordt opeens ingehaald door een Syriër. Het wijzigingsvoorstel van de PVV, het amendement dat ze gemaakt hebben en dat is aangenomen, geeft aan dat iedereen die vreemdeling is — en dat zijn allerlei soorten mensen, ook als je hier al twintig of dertig jaar woont maar nooit Nederlander bent geworden — daar geen recht meer op mag hebben. Dan kom je in hele bijzondere discussies terecht.

Haar minder generieke voorstel om statushouders geen voorrang meer te verlenen ten opzichte van starters zou volgens de woonminister wel redelijk zijn. Dit voornemen steunt Keijzer volledig, in tegenstelling tot het rigoureuze PVV-amendement. In plaats van dat de WNL-presentatoren ingaan op dit initiële voorstel, wordt zij verantwoordelijk gehouden voor de werkwijze van de BBB-Kamerfractie; deze had het ontraden PVV-amendement namelijk wel gesteund, waardoor het een meerderheid kreeg. De verklaring van Keijzer voor dit stemgedrag was weliswaar bizar: het zou namelijk liggen aan ‘de snelheid van het debat’, aldus Keijzer. Wat met andere woorden betekent dat de fractie haar werk gewoonweg niet doet: er wordt niet afdoende nagedacht over de implicaties van conceptwetten en -amendementen. Maar in wezen is de vraag (staatsrechtelijk gezien) geheel niet op zijn plaats. Sam Hagens dwingt minister Mona Keijzer ertoe de werkwijze van de BBB-fractie te recenseren. Het is echter de taak van de Kamer om de regering te controleren, en niet andersom. Voor het amateuristische gepruts van de Kamer is Mona Keijzer niet verantwoordelijk; ze had het amendement ontraden en daarmee haar plicht vervuld. De kijker krijgt dus wat mij betreft een vertekend beeld van de verhoudingen tussen Kamer en kabinet.

Het was interessanter en bovenal relevanter geweest als Sam Hagens had gevraagd naar haar eigenlijke voorstel om statushouders geen voorrang meer te verlenen ten opzichte van starters. Ze zegt namelijk ook in de uitzending dat haar voornemen is om via de Eerste Kamer het PVV-amendement te laten vervallen, waarna Keijzers voorstel weer van kracht is. Dit voorstel van Keijzer is dan wellicht minder verstrekkend, maar roept eveneens veel bezwaren en vragen op. Keijzer schetst namelijk een vals beeld dat starters van de woningmarkt worden verdrongen door statushouders, terwijl slechts een fractie (7%) van het huurwoningaanbod naar statushouders gaat. Haar argument dat de voorrang van statushouders op de sociale huurmarkt niet te rechtvaardigen is vanuit het perspectief van starters, is dus een valse voorstelling van zaken — een frame dat de WNL-presentatoren eigenlijk hadden moeten weerleggen en/of bevragen. Dit gebeurde echter niet.

Bovendien zijn er nog andere redenen waarom het schrappen van deze voorrang nadelig kan uitpakken: zo zal de asielketen vastlopen, waardoor statushouders langer en vaker gehuisvest moeten worden in dure (nood)opvang, of zij zullen uiteindelijk dakloos worden, want de wettelijke taak om statushouders op te vangen blijft voor gemeenten gewoon bestaan. Of er moet een geheel aparte wooncategorie gebouwd worden voor deze mensen.

Precies dat laatste is wat Mona Keijzer ambieert. Aan het einde van de uitzending vertelde Keijzer immers over haar plan om in te zetten op ‘opstartwoningen’ (tijdelijke gedeelde woonvormen). Haar voornaamste argument voor deze opstartwoningen is dat er dan aan ‘woondelen’ gedaan kan worden: meer statushouders kunnen per onderkomen gehuisvest worden. Daarnaast is het geschikt om een aantal groepen die moeite hebben met het vinden van een woning, zoals spoedzoekers (mensen die in een echtscheiding terecht zijn gekomen), starters en studenten, snel te huisvesten. Mona Keijzer mag vrijelijk haar voornemens presenteren. De enige vraag van Welmoed Sijtsma is een informatieve vraag: ‘Wat is dan het verschil met voorrang krijgen voor een sociale huurwoning?’ De scherpe vragen over de wenselijkheid, het nut of de noodzaak van deze ambitie blijven achterwege. Ik denk namelijk — zonder het plan overigens direct af te branden — dat er een aantal kritische vragen te bedenken is om dit plan werkelijk op zijn merites te beoordelen.

Is het bijvoorbeeld niet verstandiger om de schaarse middelen aan te wenden voor de financiering van sociale huurwoningen? Nu wordt er geld en personeel vrijgemaakt om acute woningbouw te realiseren om de afschaffing van de voorrang voor statushouders op de sociale huurmarkt te compenseren, terwijl dit ook aangewend kan worden voor hoogwaardige, permanente sociale huurwoningen. Dat brengt mij ook bij het tijdelijke karakter van zulke opstartwoningen: als de doorstroming op de woningmarkt een probleem blijft, is het helemaal niet zeker dat deze noodwoningen slechts tijdelijk zijn. Voor een sociale huurwoning moeten burgers immers jarenlang wachten, soms wel tien jaar lang. Het gevolg is dat mensen te lang in laagwaardige woningen verblijven. Bovendien wijzen gemeenten erop dat de bouw van een aparte wooncategorie ervoor kan zorgen dat de doorstroming in de asielketen vastloopt. Ook dit bezwaar zou vervat kunnen worden in een vraag van de WNL-presentatoren.

Het voornaamste voordeel dat Keijzer aandraagt voor opstartwoning is het ‘woondelen’: in plaats van dat er één statushouder gehuisvest kan worden, kunnen er nu drie worden gehuisvest. Dat er meer mensen per vierkante meter opgevangen kan worden, vanwege de compactheid van deze woonvorm, is een feit. Maar Keijzer zou er ook voor kunnen kiezen om het ‘woondelen’ wettelijk mogelijk te maken voor sociale huurwoningen, zodat de woondichtheid (aantal mensen per woning) omhoog gaat, waarna er gewoon geïnvesteerd wordt in die hoogwaardigere en permanente sociale huurwoningbouw. De presentatoren zouden dus kunnen vragen of het woondelen niet voor sociale huurwoningen wettelijk mogelijk gemaakt kan worden, zodat de noodzaak voor een aparte wooncategorie (gedeeltelijk) wegvalt.

Echter, al deze mogelijke bezwaren komen niet ter sprake; Mona Keijzer mag vrijelijk haar plannen presenteren en echte journalistieke meerwaarde heeft het programma derhalve niet. De kijker komt niet te weten in welke mate het plan van opstartwoningen doordacht is en of er geen alternatieve (betere) mogelijkheden zouden zijn om dezelfde doelen te bereiken.

Tijdens de uitzending wordt nog andere thematiek besproken waar andere gasten voor uitgenodigd worden, zoals het ontbreken van Europese eenheid inzake de Israël-Palestina-kwestie. De EU-lidstaten komen niet tot een collectief antwoord op het genocidale geweld van Isaël, sancties op EU-niveau blijven uit. Ron Keller (oud-ambassadeur Turkije, Rusland, Oekraïne en China) benadrukt de noodzaak van een eigenstandige Europese geopolitieke etniciteit, om dit soort heikele internationale situaties beter aan te kunnen. Een kraakhelder betoog dus waar verdere EU-integratie wordt beppleit, dat lijkt een ideaal moment om Mona Keijzer eens stevig te bevragen over haar euroscepsisme, althans over het scepsisme van dit kabinet en haar partij. Hoe wil zij in de toekomst ervoor zorgen dat Europa en in het verlengde daarvan Nederland een vuist kan maken op het wereldtoneel? En hoe ziet Keijzer deze geschetste noodzaak om de EU sterker te maken, bijvoorbeeld het afschaffen van het vetorecht in de Raad? Maar zo’n moment om een interessante discussie te ontvouwen (over EU-integratie) wordt dan niet aangegrepen. Het programma kabbelt voort.

Dat de uitzendingen van WNL beperkt blijven tot oppervlakkigheid en weinig journalistieke meerwaarde, wordt temeer duidelijk tijdens de uitzending van 14 juli, waarin minister Van Weel werd uitgenodigd. Hij werd bevraagd over de spoedprocedure die hij bij de Raad van State had aangevraagd voor de door de PVV geamendeerde asielnoodmaatregelenwet, waardoor humanitaire hulp aan uitgeprocedeerde mensen strafbaar wordt gesteld. Middels deze procedure probeert hij twijfelende Eerste Kamerfracties, zoals die van de SGP, over te halen om toch voor de omstreden wet te stemmen.

Van Weel verklaart daarnaast waarom hij er zoveel urgentie achter zet: ‘Omdat ik het wel belangrijk vind om te laten zien: we zijn nu ruim een jaar bezig, en we doen wel degelijk iets aan een thema dat zoveel mensen bezighoudt. Dat zien we elke dag in de krant. En deze wet kan daar absoluut een verschil in maken.‘ Er worden een aantal interessante stellingnames gegeven ter verantwoording van deze (inhumane) wetgeving. Van Weel zegt allereerst dat zijn hoofdmotief voor de realisatie van de asielwetgeving is dat het ‘zoveel mensen bezighoudt.‘ Dat is dus slechts een beleving, een perceptie van burgers.

Als je er enig moment over nadenkt, zijn er tig andere thema’s die om veel meer urgentie vragen, omdat deze ingrijpender zijn voor de modale burger. Het betreft namelijk basale levensbehoeften (zoals de wooncrisis en het onderwijs) of thema’s die een fundament vormen voor onze vrije samenleving (zoals internationale veiligheid). Maar de mensen in het land zouden bezig zijn met enkele tienduizenden asielmigranten op jaarbasis. Aangenomen dat dit waar is, is het de taak van een politicus om aan kiezers uit te leggen dat dit een non-issue is. En zover het wél een probleem betreft, is het een managerial probleem: kortzichtig beleid aangaande de opvangcapaciteit.

De WNL-presentatoren hadden op dit standpunt kunnen ingaan, en de bewindspersoon kunnen bevragen of het terecht is dat de regering haar schaarse middelen en tijd inzet voor dit betrekkelijk irrelevante probleem. En of het niet eens tijd wordt dat politici ook het eerlijke verhaal vertellen over asielmigratie — denk aan de verantwoordelijkheid van de overheid voor integratie en opvang. Die verantwoordelijkheid heeft ook nog een andere dimensie: uitspraken en gedragingen van politici ten aanzien van asielmigratie werken angstgevoelens (en dus het belang dat burgers eraan hechten) in de hand.

Caroline de Gruyter schreef in december 2024 hierover: ‘Burgers klagen niet zozeer uit zichzelf, maar worden door politieke entrepreneurs van extreemrechts bang gemaakt en opgehitst, zodat ze gaan klagen over immigratie en op extreemrechts stemmen.‘ Het zou daarom interessant zijn geweest als de WNL-presentatoren Van Weel zouden aanspreken op zijn verantwoordelijkheid voor het oppompen van dit onbeduidende thema. Zijn partij (de VVD) en andere rechtse partijen maken het dat zoveel mensen bezig zijn met dit thema, en Fabers broddelwetgeving, inclusief de buitenproportionele media-aandacht ervoor, zorgen ervoor dat dit onbenullige onderwerp hoog op de agenda blijft staan.

Daar komt nog bij dat Van Weel stelt dat Fabers asielwetgeving effectief zou zijn om de asielinstroom te beperken: ‘En deze wet kan daar aan bijdragen absoluut.‘ Daar is helemaal geen bewijs voor. De Raad van State wijst er expliciet op dat er geen gegronde redenen zijn om te denken dat de wetgeving haar beoogde doelstelling zal verwerkelijken. Opnieuw een interessante bewering van minister Van Weel om op door te vragen. Immers, waarop baseert hij deze stelligheid?

Maar niets daarvan. Het zogenaamde belang van het asielmigratievraagstuk en de vermeende doeltreffendheid van de wetgeving worden niet kritisch bevraagd. Sam Hagens vervolgt namelijk met zijn (ingestudeerde) vraag over wat minister Van Weel gaat doen als de geamendeerde wetgeving een negatief advies krijgt van de Raad van State.

Daarmee kan ik niet anders dan constateren dat het simpelweg ontbreekt aan diepgang en scherpte. De WNL-journalisten gaan mondjesmaat in op stellige uitspraken en meningen, waarvan het maar zeer de vraag is of die daadwerkelijk kloppen. Een zeer pijnlijke constatering als je bedenkt dat scherpe journalistiek een absolute vereiste is voor een goed functionerende democratie

Nieuws van de Dag: Wiersma en Aant Jelle Soepboer

Bij Nieuws van de Dag schoof landbouwminister Femke Wiersma aan. Dit was over het algemeen een belabberd, nietszeggend item. Wiersma wordt nauwelijks door presentator Pim Sedee aan de tand gevoeld over haar wanpresteren als minister. Haar ministerschap wordt gedomineerd door nodeloze pogingen om de meetmethodiek en de wettelijke benadering van de stikstofuitstoot aan te passen. Maar het draait uiteindelijk om een fikse reductie van de stikstofuitstoot, en daarvoor heeft de BBB de benodigde financiële middelen geschrapt, terwijl dwangmiddelen uit den boze zijn. Dit leidt tot grote onzekerheid over de toekomst van boeren, het bedrijfsleven en de natuur.


Presentator Pim Sedee suggereert meermaals alsof deze wettelijke geitenpaadjes werkelijk voor vooruitgang zorgen op het stikstofdossier, terwijl het slechts symptoombestrijding is. De ontevredenheid van boerenorganisaties en lokale overheden over het gebrek aan toekomstperspectief wordt weliswaar aan de orde gebracht, maar Sedee vraagt vervolgens niet door op haar antwoord. Wiersma zegt namelijk dat haar plannen voor 90% overeenkomen met die van LTO, gemeenten en provincies, en dat ze deze plannen dus eigenlijk omarmt. Maar die resterende 10% is nu juist het punt: dat betreft het dwingende, bindende karakter dat zo belangrijk is om de doelstellingen te halen, maar dat door de BBB is getaboeïseerd. In plaats van dat Sedee inhaakt op de wezenlijke verschillen tussen de plannen van Wiersma en die van LTO, de provincies en de gemeenten, stelt hij een nietszeggende persoonlijke vraag: ‘Ik wilde nog even naar uw persoonlijkheid. Want als het uiteindelijk gaat om de boerensector: die gaat u natuurlijk wel aan het hart. Ligt u wel eens ’s nachts wakker en denkt u dan: straks ben ik geen minister meer, dan komt er misschien weer een heel nieuw kabinet en dan ligt de uitkoop van boeren weer nadrukkelijk boven de markt? Dan is de BBB er gekomen om dat boerenbelang te vertegenwoordigen, bent u een jaar, anderhalf, twee jaar minister, en uiteindelijk is er dan toch niet die zekerheid gekomen voor die boeren?
Pim Sedee impliceert met deze vraag dat deze minister opkomt voor het boerenbelang, waarmee Sedee volledig meegaat in het frame van de BBB dat de partij opkomt voor de boeren. Maar dat kun je serieus betwijfelen als je ziet dat er nauwelijks perspectief is voor de PAS-melders (boeren die illegaal opereren vanwege de streep die de bestuursrechter zette door het Programma Aanpak Stikstof) om weer legaal hun landbouwactiviteiten te ontplooien, en gezien het feit dat er überhaupt geen toekomstperspectief is voor welke boer dan ook, omdat Wiersma — zoals eerder benoemd — het zoekt in wettelijke aanpassingen in plaats van een ambitieus stikstofreducerend maatregelenpakket. Zodoende wordt een semi-propagandistisch item: Wiersma krijgt de kans zich te profileren als dé minister die het goede voorheeft met de boeren.

Op 15 juli was het de beurt aan de kersverse fractievoorzitter van de Fryske Nasjonale Partij (FNP), Aant Jelle Soepboer. Alvorens ik dit item bespreek, wil ik allereerst markeren dat het hoogst opmerkelijk is om de spaarzame zendtijd te gebruiken voor een partij die hoogstwaarschijnlijk niet één zetel gaat halen. Er zijn tal van politici en bestuurders die — zeker op dit moment — veel meer nieuwswaarde hebben dan deze partij en haar fractievoorzitter. Een vreemde keuze van de redactie dus. Het verhaal van Aant Jelle Soepboer is naar mijn mening weinig interessant. Het is dat welbekende verhaal dat achtergestelde regio’s vaker gezien moeten worden, en Soepboer beroept zich ook op tal van rapporten, zoals ‘Elke regio telt’, die de structurele regionale achterstelling van plattelandsregio’s bevestigen. De belofte van Soepboer is dat de FNP, met behulp van de nodige Friese nuchterheid, het ‘onversneden regiogeluid’ zal uitdragen. Allemaal clichématige beloftes dus, die we al eerder gehoord hebben bij de agropopulisten van de BBB.

De grote vraag is dan hoe Aant Jelle Soepboer ervoor gaat zorgen dat de regio vaker gezien wordt in Den Haag. Soepboer geeft daar wel enigszins antwoord op: hij wil een andere investeringslogica toepassen, zodat de belangen van de regio beter worden meegewogen. Het zou dan logisch zijn als Malou Petter (tijdens die uitzending de presentator) dan vraagt hoe die investeringslogica er precies uitziet, om vervolgens te vragen in welke mate deze nieuwe verdeelsleutel rechtvaardig is — worden (Rand)stedelingen bijvoorbeeld niet disproportioneel hard geraakt? U raadt het al: daar krijgen we niets meer over te horen.

Voor de rest krijgen we vooral de probleemanalyse van Soepboer te horen: hij vindt bijvoorbeeld de trage afhandeling van de gaswinning in Groningen onacceptabel, waarbij Groningen te weinig compensatie krijgt ten opzichte van de gasbaten uit het verleden. Hoe Soepboer deze afhandeling (inclusief de additionele financiële compensatie) wil verbeteren, blijft in het midden. Dat wordt niet bevraagd. Het recente politieke verleden — als Kamerlid van NSC — wordt bovendien niet aangegrepen om te vragen naar de bijdrage die Soepboer geleverd heeft aan de regio. Het gaat enkel over waarom hij NSC heeft verlaten, waardoor Soepboer zich kan distantiëren van de prestaties van NSC op dit punt; NSC zou te veel zijn meegegaan met het systeem. Wat de presentator had moeten doen, is wijzen op het feit dat hij, als onderdeel van de NSC-fractie, vrij weinig heeft klaargespeeld voor de regio. Er wordt vooral bezuinigd op de publieke voorzieningen in (plattelands)gemeenten, boeren blijven in onzekerheid achter, er wordt bezuinigd op het streekvervoer, de aversie tegen buitenlandse studenten zorgt ervoor dat het regionale beroepsonderwijs moeite heeft met voortbestaan en regio’s worden tegen elkaar uitgespeeld door de gelden voor de Lelylijn over te hevelen naar de Nedersaksenlijn. De logische vervolgvraag is dan welke garantie er is dat Soepboer als FNP-Kamerlid wél het verschil gaat maken voor die geliefde regio. Ook daar krijgt de kijker geen antwoord op.

Voorts is de hele lens van waaruit Soepboer de politiek beziet, regionale ongelijkheid, maar recentelijk is er een SCP-rapport verschenen waaruit blijkt dat de invloed van sociale klasse groter is dan het verschil in regio. Substantiële verschillen tussen de Randstad en grensregio’s bestaan volgens het SCP niet. Met inachtneming van deze bevindingen van het SCP is het dus logisch om Soepboer te bevragen over zijn politieke zienswijze, gefundeerd op regionale verschillen: is deze op zijn minst niet te eenzijdig, gezien het recente SCP-rapport? Ook daarover komt de kijker niets te weten. Wat resteert is vooral wat campagneretoriek van Soepboer over zijn enorme toewijding aan Friesland en andere regio’s, afgesloten met een item van verslaggeefster Suzette Nesselaar, die is afgereisd naar Friesland om de prachtige Friese identiteit te laten zien.

Rechtse meninkjes, hoog showbusiness-gehalte, weinig interessante gasten

en ander opvallend element van beide actualiteitenprogramma’s is de aanzienlijke tijd die vrijgemaakt wordt voor clichématige rechtse meninkjes van bekende mediapersoonlijkheden. Jort Kelder mocht, tijdens Goedenavond Nederland, uitgebreid zijn mening verkondigen over mensen met problematische schulden. Die moesten maar eens flink aangepakt worden door ze failliet te laten gaan: ‘Je geeft gewoon geld uit dat je niet hebt. Punt uit.‘ Via een omweg weten jongeren namelijk niet-gangbare leningen te verwerven, waardoor ze in schulden terechtkomen. In het geval van problematische schulden staan burgers al onder scherp toezicht van overheidsinstanties en wordt er gekort op hun inkomen, waardoor er weinig bestedingsruimte overblijft. Sowieso gaan problematische schulden gepaard met stress en andere psychische en/of sociale problematiek. Maar Jort Kelder wil ze nog verder de ellende induwen door ze failliet te verklaren. Ik stel me dan voor dat dit inhoudt dat deze burgers op straat belanden en dat elke inkomende euro direct wordt ingehouden, óf dat iemands bankrekening wordt afgesloten, waardoor iemand praktisch geen kant op kan. Het gevolg is een verhoogde kans op crimineel gedrag en op zelfmoordpogingen. Het wordt allemaal maar zo geroepen door Jort Kelder, zonder goed na te denken over de maatschappelijke implicaties. Dat is ook een opvallende gemene deler van veel ‘rechtse meninkjes’: stoere retoriek zonder de consequenties ervan goed te doordenken. Vaak zijn de gedupeerden niet alleen het slachtoffer ervan, maar ook de gehele samenleving. Immers, wie moet de financiële en maatschappelijke gevolgen opvangen nadat we een grote groep suïcidale, criminele schuldenaars hebben doen ontstaan? De gehele samenleving – en dan met name de wijken die al gebukt gaan onder sociale problematiek.

De (talrijke) optredens van Wierd Duk bij Nieuws van de Dag zijn van een nog treuriger niveau. Ik moet SBS overigens wel complimenteren: in plaats van dat SBS hem aanduidt als (senior) journalist, is hij gepromoveerd tot ‘opiniemaker’. Aan transparantie is op dit punt dus geen gebrek bij de redactie. Zelf zou ik het nog scherper willen stellen: Duk is een radicaalrechtse activist en propagandist. Op 14 juli mocht Wierd Duk zijn zegje doen over de azc-protesten die Wilders aangrijpt om zijn verkiezingscampagne af te trappen. Wilders was, voorafgaand aan het raadsbesluit over de plaatsing van een azc, ook weer aanwezig in Zwolle. Daar was hij de meute aan het opruien met quotes zoals: ‘De tijd dat we dat [de komst van een azc*] accepteren is wat mij betreft voorbij. Jullie moeten het niet accepteren.‘ En: ‘Geef nooit op. Als het gemeentebestuur een AZC toelaat, moeten jullie dat niet accepteren.‘ Wilders tracht dus middels het creëren van een heuse volkswoede de orde te verstoren in onze steden.

Het democratische proces op lokaal niveau wordt daarnaast verstoord door een landelijke politicus. Gemeentelijke politici en bestuurders proberen met man en macht draagvlak te creëren voor zoiets impopulairs als de plaatsing van een azc. En dan komt tetterende Wilders op bezoek om allerlei angstbeelden te verspreiden over deze vreemdelingen. In Sittard zei hij bijvoorbeeld dat vrouwen en dochters in gevaar zouden zijn indien de komst van het azc aldaar werkelijkheid werd. Het geschetste angstbeeld van Wilders klopt echter niet. In 2022 heeft NU.nl al aangetoond dat in de dertig gemeenten met de grootste azc’s weinig tot geen overlast is geconstateerd in de directe omgeving. Dat versterkt ook het idee dat Wilders – met zijn xenofobe tournee door het land – de lokale democratie aan het verstoren is: op basis van leugens probeert hij burgers tegen de lokale bestuurders op te zetten. Wierd Duk heeft er echter helemaal geen probleem mee. De opiniemaker bagatelliseert zijn autocratische tournee door het land: ‘Dat is Wilders’ goed recht natuurlijk (…) Hij zit in de campagnemodus, en al die partijen zijn op campagne nu.

Op grond van leugens mensen opjutten en de burger vijandigheid en rebelse gevoelens aanpraten jegens lokale bestuurders wordt door Duk gekwalificeerd als een reguliere vorm van campagnevoeren. Maar het wordt nog erger, want Duk heeft weer eens journalistiek veldwerk verricht, en dat betekent in zijn geval dat hij zich positioneert als een verlengstuk van ‘de bezorgde burger’ uit Zwolle: ‘En zo langzamerhand is het natuurlijk ook wel eens mooi geweest, hè. Het is wel mooi geweest om al die burgers die eens een keer hun stem laten horen en zeggen: ‘Nee, dit willen we gewoon niet, dit is geen goed idee,’ om dan altijd maar te zeggen: racist, extreemrechts, domrechts – weet ik hoe ze allemaal worden genoemd. Mensen hebben daar gewoon genoeg van. En wat die mensen zien, is dat heel Nederland een AZC wordt. Zo meteen staat er een AZC echt overal in Nederland.

Duk verkondigt dus slechts wat de burger te melden heeft die exact zijn mening deelt, en poneert het frame dat ‘heel Nederland een groot azc wordt‘. Duk zegt dat hij liever heeft dat in een gering aantal plaatsen azc’s komen en verwerpt dus evenredige, kleinschalige spreiding van asielzoekers. Hartstikke goed idee van Duk – althans voor zijn radicaalrechtse verdienmodel: je concentreert zoveel mogelijk getraumatiseerde mensen en dan is het wachten totdat er bovenmatig veel overlast ontstaat. Vervolgens kan Duk er schande van spreken. Goed idee dus voor Duks agenda, slecht voor Nederland.

Die volgens Duk begrijpelijke zorgen van burgers over de komst van een azc zijn, zoals reeds gemeld, onterecht (zie bovengenoemd onderzoek van NU.nl), maar dat benoemt Duk niet. In plaats daarvan papegaait hij de zorgen van de bezorgde burgers als volgt na: ‘Die bestuurders zeggen: ‘Ja, maar het gaat op heel veel plekken goed.’ En deze mensen zeggen: ‘Ja, maar het gaat ook op heel veel plekken fout. En stel dat het fout gaat in onze nieuwbouwwijk, met onze kinderen bij onze scholen, dan komt het op ons bordje terecht, hè. Dat willen we niet.’ Zo wekt Duk de suggestie dat het er maar om spant of er daadwerkelijk overlast en criminaliteit zal ontstaan als gevolg van de komst van een azc. En dit mag dus allemaal maar verkondigd worden, zonder een kritische vraag van de presentator. De presentator is enkel een facilitator van de radicaalrechtse meningenfabriek.

Dat werd temeer duidelijk toen Wierd Duk een tirade mocht houden over ‘spijbelende statushouders’. Pim Sedee somde op dat gemiddeld genomen een vijfde van de statushouders niet op komt dagen tijdens deze lessen. Alleen de manier waarop deze cijfers worden gepresenteerd, getuigt van een fijn staaltje framing. Als Pim Sedee namelijk zegt dat er sprake is van een 80% opkomstgraad (20% absentie), dan ziet het er al veel rooskleuriger uit – dat zijn zelfs niet noodzakelijkerwijs beroerde cijfers. Het voorwerk qua framing had Pim Sedee dus al gedaan voor Duk, waarna Duk zijn quatsch kon verspreiden over de integratie van nieuwkomers: hij vraagt zich af wat die nieuwkomers te zoeken hebben in Nederland en of ze het Nederlanderschap wel waard zijn. De spijbelende inburgeraars zouden keihard aangepakt moeten worden en het uitdelen van paspoorten ‘als snoepjes’ moet maar eens afgelopen zijn, aldus Duk.

Nadat Wierd Duk klaar is met zijn tirade, wordt hij gecorrigeerd door collega-journalist Marijn Schrijver, die ‘toevallig’ ook te gast is. Hij corrigeert het feitenvrije verhaal van Duk door te wijzen op de oorzaken voor de afwezigheid van inburgeraars: slechte bereikbaarheid met het openbaar vervoer, werkverplichtingen en gebrekkige kinderopvang. Het zijn dus geen anti-Nederlandse figuren die te beroerd zijn om op te komen dagen, ze worden door externe omstandigheden gehinderd. Hier wordt dus pijnlijk duidelijk hoeveel ruimte Duk krijgt voor zijn radicale, feitenvrije meninkjes. Als Marijn Schrijver niet te gast was geweest, dan had Duk ongelimiteerd, zonder kritische kanttekeningen, zijn verhaal mogen doen. Pim Sedee doet zijn werk niet en hij wordt in dit geval ‘gered’ door een gast.

Naast politici en (radicaal)rechtse opiniemakers die hun zegje kunnen doen, komen er ook nog andere mensen en onderwerpen aan bod. De onderwerpen hebben veelal een beschamend showbusiness-gehalte of zijn van een ongekend laag niveau waarvan je je serieus kunt afvragen wat de maatschappelijke relevantie ervan is en hoe dit bijdraagt aan het verder brengen van het maatschappelijk debat. Als je een stap terug doet, dan zie je dat de serieuze onderwerpen die door politici en rechtse opiniemakers besproken worden eigenlijk al marginale onderwerpen zijn – en dan doel ik uiteraard op het eeuwigdurende gezwets over asielmigratie. Maar de andere items zijn van een beduidend lager niveau. Bij Goedenavond Nederland gaat het bijvoorbeeld over TikTok-trends rondom vakantiebestemmingen, de Zwarte Cross, jongeren die ‘hoer’ zingen tijdens de Nijmeegse vierdaagse, de nieuwe sportauto van voetballer Neymar, de Tour de France en de verloren koffer van Beyoncé.

Goedenavond Nederland bevestigt bovendien dat de tv-wereld een naar binnen gekeerde wereld is die vooral met zichzelf bezig is. Zo wordt tv-columnist Angela de Jong uitgenodigd om haar column over Goedenavond Nederland nader te verklaren en om verantwoording af te leggen aan een andere gast, namelijk Marianne van den Anker, die in diezelfde column (toen Van den Anker eveneens te gast was bij Goedenavond Nederland) volledig was afgebrand vanwege haar uiterlijke voorkomen. Een hoogst opmerkelijke, incestueuze bedoening dus: Goedenavond Nederland heeft het over Goedenavond Nederland.

Bij Nieuws van de Dag is hetzelfde lage niveau te constateren; het gaat veel over sport, zoals de Tour de France en het EK voetbal voor vrouwen. Maar ook over maatschappelijke randverschijnselen zoals de opkomst van privédetectives die vreemdgaande partners in de gaten houden en de zorgen/problemen van vakantiegangers op weg naar hun vakantiebestemming. Ik vraag me werkelijk af wie dit nou interessant vindt als je naar een actualiteitenprogramma kijkt? Geen enkele betrokken burger krijgt met dit soort onzinnige onderwerpen informatie tot zich om zelfstandig een mening te vormen over de meest prangende maatschappelijke vraagstukken – het is echt zonde van de beperkte zendtijd (40-50 minuten). Bovendien zijn er tal van andere sportprogramma’s en showbusinessprogramma’s die deze zaken aan de orde kunnen brengen. Het is dus ook geheel overbodig om als actualiteitenprogramma daar ook nog tijd aan te verkwisten.

Als er dan wél serieuze onderwerpen worden besproken bij deze programma’s, dan is de keuze van de uitgenodigde gasten hoogst opmerkelijk. Zo wordt de directeur van NEPROM, Fahid Minhas, uitgenodigd om zijn oplossingen aan te dragen voor het bestrijden van de wooncrisis. NEPROM is een belangenorganisatie voor projectontwikkelaars – die behartigen dus de belangen van een heel specifieke beroepsgroep met een winstoogmerk. Als je echt een evenwichtig beeld wil krijgen van hoe de wooncrisis opgelost kan worden, dan is iemand van een onafhankelijk en/of wetenschappelijk instituut te verkiezen boven de directeur van NEPROM. En dat bleek ook wel uit de antwoorden van Minhas: ‘De markt vormde niet een onderdeel van het probleem’, volgens Minhas. Een heel eigenaardige constatering als je bedenkt dat grondspeculatie en de meer marktgerichte zienswijze op de woningmarkt – sinds minister Stef Blok – een van de grondoorzaken zijn van de wooncrisis. Het gaat zeker niet alleen om een wildgroei aan procedures en regels en een te traag opererende overheid met de verstrekking van vergunningen – dat is echt te eenzijdig.

Voor Goedenavond Nederland geldt hetzelfde: zo wordt er aandacht besteed aan verwarde personen. Een interessant onderwerp waarvoor je psychiaters, mensen van de politie of andere mensen uit de zorgsector zou kunnen uitnodigen om te spreken over de grondoorzaken en mogelijke oplossingen. Maar niets van dat alles: zelfverklaard ‘techexpert’ Ben van der Burg mocht zijn verhaal doen over VR-brillen die mogelijkerwijs een hulpmiddel kunnen zijn voor het helpen van deze mensen. Mijns inziens is dat een hele nauwe blik op dit uiterst complexe probleem – een thema dat een diepgaandere maatschappelijke benadering vraagt en ook serieuze oplossingen, dan een uitleg over de inzet van VR-brillen voor de begeleiding van verwarde personen.

Suggesties en eindoordeel

Kortom, Nieuws van de Dag en Goedenavond Nederland hebben nauwelijks journalistieke waarde: politici worden niet echt kritisch bevraagd waardoor kijkers een gegrond oordeel kunnen vormen over hun ideeën en plannen, er wordt te veel ruimbaan gegeven aan opiniemakers met rechtse meninkjes, showbusiness-achtige thema’s en gasten die niet echt specialistische en/of onafhankelijke kennis meebrengen. Om van deze programma’s wél journalistiek waardige producten te maken, is het raadzaam om vaker te rouleren met de gasten ten behoeve van de diversiteit. De gasten zouden dan vooral geselecteerd moeten worden om hun specialistische en academische kennis en niet op grond van of ze een uitgesproken mening hebben. Daarnaast is het raadzaam al die showbusiness-achtige items te schrappen zodat er meer tijd vrijkomt om werkelijk diep in te gaan op de materie; beperkt het tot twee onderwerpen per uitzending. Cultuur kan zeer zeker wel besproken worden in een actualiteitenprogramma, maar dan moet het wat meer diepgang bevatten, daarvoor zou je bijvoorbeeld cultuurhistorici of antropologen kunnen uitnodigen om bepaalde culturele uitingen te duiden. Tot slot zou de programma’s ten goede komen als ze gewoonweg kritisch doorvragen als er politici uitgenodigd worden en dus niet slechts de ingestudeerde vragen afvinken. Er moet in ieder geval grondig wat gebeuren binnen de nationale tv-media, deze journalistiek onwaardige programma’s zorgen er geenszins voor dat er een diepgaand debat op gang komt en dat burgers gevoed worden met relevante informatie over de actualiteit. Dat is toch een elementaire voorwaarde voor een functionerende democratie. Het is op dit moment vooral volksvermaak en we worden vooral getrakteerd op heel veel ondoordachte populistische meninkjes.


Steun het anti-populistische geluid!

Wil je dit opiniërende platform maandelijks steunen met een bescheiden financiële bijdrage? Dat kan via deze link: Columns (stripe.com) 

Of steun het platform eenmalig met een bedrag naar keuze invullen: https://buy.stripe.com/00g176ce24rc3Cg3cc