Slechts vier partijen blijven in hun verkiezingsprogramma’s binnen de grenzen van de rechtsstaat, waarschuwde de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA) op 20 oktober. CDA en D66 doorstaan de toets niet volledig en alleen de Partij voor de Dieren (PvdD), GroenLinks-PvdA, Volt en Denk kleuren binnen de rechtsstatelijke lijntjes. PVV, BBB, JA21, SGP, FvD en VVD ontvangen gele en rode kaarten. Vooral die laatste, een zogenaamd liberale partij die de democratie en rechtsstaat naar eigen zeggen hoog in het vaandel heeft staan, heeft iets uit te leggen.

Al dertien jaar toetst een commissie van wetenschappers en juristen vanuit de NOvA op dezelfde manier de verkiezingsprogramma’s van politieke partijen aan internationale verdragen, wetgeving en de beginselen van de rechtsstaat. Toen de Orde de verkiezingsprogramma’s voor de Tweede Kamerverkiezingen in 2012 voor het eerst liet doorlichten, stonden in ‘slechts’ twee partijprogramma’s voorstellen die een rode rechtsstatelijke kaart kregen. Nu is dat in elf van de vijftien verkiezingsprogramma’s het geval. In het onderzoek valt, naast de te verwachten lage achting van PVV en FvD voor de rechtsstaat, ook de slechte score van JA21 op. De partij van lijsttrekker en partijhopper Joost Eerdmans is nu met één zetel in de Tweede Kamer vertegenwoordigd, maar staat in peilingen op forse winst en werd afgelopen weekend door D66 en passant nog benoemd als mogelijke coalitiepartner. 

Achttien voorstellen in het JA21-verkiezingsprogramma doorstaan de rechtsstatelijke toets niet. Daarmee is JA21 de derde slechtst scorende partij. Bovendien versterkt geen enkel plan van JA21 de rechtsstaat – een twijfelachtige laatste plaats die het alleen deelt met de PVV.

De groeiende kloof tussen de partijprogramma’s en de rechtsstaat die de commissie van de NOvA constateert, is overigens een afspiegeling van hoe kiezers van de bewuste partijen denken over de rechtsstaat. Uit onderzoek van Ipsos I&O in opdracht van NRC bleek onlangs nog dat aanhangers van FVD, PVV, BBB, JA21 en SGP van alle kiezers het beschermen van de rechtsstaat het minst belangrijk vinden. Niet toevallig doen juist die partijen in hun verkiezingsprogramma’s de meeste voorstellen die een risico vormen voor de rechtsstaat. Maar dus ook de VVD.

De Orde oordeelde dat de VVD met bijna dertig plannen is gekomen die een risico vormen voor de rechtsstaat of helemaal anti-rechtsstatelijk zijn. Daarmee doet het nauwelijks onder voor de BBB en SGP. Bovendien scoren maar liefst negen van die dertig plannen ‘zeer slecht’. Het gaat dan onder andere om de plannen om subsidies af te knijpen voor organisaties die de staat aanklagen, het beperken van het aantal criminele ‘kopstukken’ die een advocaat mag verdedigen en het afschaffen van de mogelijkheid om statushouders voorrang te geven bij het verkrijgen van een sociale huurwoning. Naast dergelijke plannen met een ‘rode vlag’ zijn er nog negentien voorstellen van de partij die ‘geel’ scoren, wat wil zeggen dat ze een risico vormen voor de rechtsstatelijkheid. Slechts drie plannen van de VVD verbeteren de rechtsstaat.

Dilan Yesilgöz zou Dilan Yesilgöz niet zijn als zij niet opnieuw een uitglijder van formaat maakte in haar reactie op deze constateringen. In een uitzending van BNR Nieuwsradio’s Big Five, in de rubriek De Big Ten van de Lijsttrekkers, serveerde zij de kritiek van de Orde af als een “mening” en gaf zij aan het gebruik van de term anti-rechtsstatelijk “belachelijk” te vinden. De VVD-partijleider zegt juist trots te zijn op die standpunten die slecht scoren op de meetlat van rechtsstatelijkheid van de Orde. Ze stelt dat ze met de plannen die van de Orde een rode kaart krijgen juist opkomt voor die rechtsstaat. “Ik vind het nogal wat dat terwijl ik dat doe, niet alleen ik, maar meerdere mensen binnen mijn partij volledig hun vrijheid zijn kwijtgeraakt, omdat ze opkomen voor die rechtsstaat. En dan willen ze ons alsnog wegzetten als anti-rechtsstatelijk.”

De plannen van de VVD, die volgens de Orde een risico vormen voor onze rechtsstaat, zijn er volgens Yesilgöz juist om de democratie weerbaarder te maken. “Als ik naar het advies van de NOvA zou luisteren, zou ik op al deze zaken niet kunnen handelen, terwijl ik zie dat hun collega-advocaten met de dood worden bedreigd door diezelfde gedetineerden en ik zie dat ons asielsysteem onhoudbaar is.” Volgens haar is het in stand houden van het huidige beleid en wet- en regelgeving juist een “ondermijning van onze democratie”.

Dat de Orde op deze manier de plannen van de VVD afkeurt, vindt de partijleider een “diskwalificering van elk gesprek”. “Als je het daar niet mee eens bent en opeens zegt: ‘dat is anti-rechtsstatelijk’, dan denk ik dat je niet veel hebt begrepen van hoe onze democratie en onze rechtsstaat werkt”. Om bijna in dezelfde adem te bedenken: “Dat kan ik nooit tegen advocaten zeggen, want ik weet dat ze de hoeders zijn van die rechtsstaat.” Volgens haar is er sprake van een fundamentele kwestie. “Waar ik moeite mee heb, is dat mensen van een afstandje doen alsof we de luxepositie hebben om daar een filosofisch gesprek over te voeren en dan met rapporten met kleurtjes en dingetjes komen.” Dat gesprek ziet ze zo dan ook niet zitten, omdat er een “reële strijd op onze straten” zou plaatsvinden. “Er zijn mensen die terrorisme verheerlijken. Dat wil ik aanpakken. Er zijn mensen die onze vrije democratie dood willen maken, die wil ik aanpakken.

In haar uitspraken uit zich andermaal de grote tegenstrijdigheid en het gebrek aan logica in Yesilgöz’ denken en haar neiging tot antidemocratische sympathieën. Het eerste dat opvalt is wel hoe graag zij blijkbaar een vijand wil kunnen benoemen, terwijl je ervan mag uitgaan dat de Orde haar commissie naar beste eer en geweten de voorstellen van partijen laat toetsen. Dat sommige van hen met de dood worden bedreigd, betekent ook niet dat zijzelf of alle advocaten graag de rechtsstaat ingeperkt willen zien worden. Ten tweede heeft daarnaast iedere rechtsstaat waakhonden nodig, of dat nu de volksvertegenwoordiging in de Eerste en Tweede Kamer is, de pers, de wetenschap, beroepsverenigingen van deskundigen en professionals of belangenorganisaties. Goed functionerende democratieën organiseren die tegenspraak en tegenmacht zelfs doelbewust, om ook de belangen van minderen voldoende ruimte en gewicht te geven in het debat en in de afwegingen. Opvallend genoeg was dat ook ooit een uitgangspunt van de VVD; de plannen om subsidies af te knijpen voor organisaties die de staat aanklagen, waren vanuit dat oogpunt 10 tot 15 jaar geleden ondenkbaar geweest voor de liberalen, die toen nog de wereld over trokken om zelfs in landen als bijvoorbeeld Hongarije dat soort antidemocratische ideeën te bestrijden.

Ten derde – als Yesilgöz het dan toch zo graag wil hebben over “hoe onze democratie en onze rechtsstaat werkt” – ontkent ook de NOvA nergens dat politieke partijen het democratische recht hebben om wetgeving te initiëren, ter discussie te stellen en te willen wijzigen. Of dat nu ‘gewone’ wetten, internationale verdragen of de Grondwet betreft, in de eerste twee gevallen vereist dat respectievelijk doorgaans of mogelijk parlementaire goedkeuring van een gewone meerderheid van zowel de Tweede als de Eerste Kamer en in het geval van de Grondwet een twee derde meerderheid, in twee afzonderlijke ronden met tussentijdse Tweede Kamerverkiezingen. Dat is de formele kant, het punt is hier vooral dat de Orde hierin niet de rol hoeft te spelen van supporter van om het even welke wetswijziging of -voorstel, maar juist geacht mag worden vanuit deskundigheid de risico’s van voorstellen en plannen te signaleren. Het feit dat Yesilgöz dit framet als een “diskwalificering van elk gesprek” geeft er blijk van dat juist zij, autoritair, geen enkel gesprek wenst te voeren en deskundige en wetenschappelijke inzichten terzijde schuift, wegzet en diskwalificeert. Yesilgöz vindt dat we ‘niet de luxepositie hebben’ om een zorgvuldig gesprek te voeren, dat zij  beschouwt als filosofisch, en wil de ‘vijand’ kunnen ‘aanpakken’. Eigenlijk verraadt ook haar taalgebruik die autoritaire neiging al, in bewoordingen als “van een afstandje doen alsof (…) en dan met rapporten met kleurtjes en dingetjes komen”: het ontkennen van de relevantie en validiteit van deskundigheid en wetenschap is een typisch populistisch, autoritair en antidemocratisch trucje.

Als vierde aspect geldt daarbij dat Yesilgöz rechtvaardiging zoekt in het feit dat zij haar voorstellen zou doen in het belang van ‘alle Nederlanders’. “En vergeef me dat ik daarvoor onze wetten wil aanpassen en wil opkomen voor de veiligheid van alle Nederlanders. Dan word ik inderdaad heel pissig, als je dat dan anti-rechtsstatelijk noemt en niet stilstaat bij wat er echt aan de hand is en wat we proberen te bereiken”. Vervolgens wordt de VVD-lijsttrekker nog persoonlijker: “Ik ben mijn vrijheid al vier jaar kwijt, omdat ik opkom voor de rechtsstaat, omdat ik opsta tegen criminelen die die rechtsstaat kapot willen maken, omdat ik de rechten van die criminelen inderdaad moet gaan beperken en omdat ik zie dat ze er misbruik van maken en vervolgens uw collega’s bedreigen met de dood.” 

Het sterk benadrukken van law & order, gezag en openbare orde is van oudsher een typisch populistisch, autoritair en totalitair trekje, en ook zeker de VVD al sinds Opstelten en Teeven niet vreemd. Een organisatie als de NOvA, in zijn rol van waakhond, waarschuwt daarbij logischerwijs tegen het beperken van rechten van alle burgers om een klein aantal van hen aan te kunnen pakken, terwijl voor dat laatste bijvoorbeeld al bestaand instrumentarium voorhanden is en mogelijkerwijs alleen de handhavingscapaciteit of -middelen hoeven worden uitgebreid. De verantwoordelijkheid van de meerderheid in onze democratie is, onder andere via artikel 50 van de Grondwet, ook om oog te houden voor de belangen van de minderheid die door de belangen van die meerderheid kan worden geraakt en om altijd de universele mensenrechten en grondwettelijke burgerrechten te beschermen.

Maar er zit nog een denkfout in Yesilgöz uitspraken: uit het gedrag van criminelen, die vooral de rechtsórde bedreigen en volgens haar misbruik zouden maken hun rechten, trekt zij ten onrechte de conclusie dat zij die rechten, die voor het overgrote deel universele mensen- en burgerrechten zijn, moet beperken. Het schenden van de rechtsorde stelt zij daarbij in één adem gelijk aan het kapot maken van de rechtsstaat, terwijl die laatste veel meer gediend is met de goede werking, instandhouding en bescherming van het geheel aan wetten en instituties. Het is moeilijk te bevatten hoe iemand, die zo veel last heeft van rechtsstatelijke begripsverwarring, het ooit heeft kunnen schoppen tot minister van Justitie en Veiligheid.

Tot zover de inhoud van Yesilgöz reacties, waarvan je je al kunt afvragen hoe de VVD haar überhaupt als handhaafbaar kan beschouwen als partijleider. Afgezien van die inhoudelijke kant valt in Yesilgöz reactie op BNR echter nog iets op, dat minstens even interessant is en dat te maken heeft met het direct tot vijand maken van de NOvA.

Zoals gezegd mag je ervan uitgaan dat de Orde, die binnen haar ledenbestand een even grote diversiteit aan culturen en politieke voorkeuren kent als de Nederlandse samenleving, de verkiezingsprogramma’s met de beste bedoelingen laat beoordelen op het kleuren binnen de rechtsstatelijke lijntjes. Ook dan kan het natuurlijk gebeuren dat die toetsing voor jou als politicus onwelgevallige conclusies oplevert. Je intenties kunnen bijvoorbeeld verkeerd worden begrepen, maar in de wijze waarop jij je intenties uitvoert kan bij jou ook overzicht en inzicht ontbreken ten aanzien van de gevolgen. De conclusies zeggen dáár iets over, niet over jou persoonlijk. Hoe dan ook kun je dan natuurlijk toch de neiging hebben om defensief te reageren. Eén opvatting, waar Yesilgöz wel vaker blijk van geeft, is dat dan ‘aanval de beste verdediging’ is. Het ‘hoe’ van die aanval verraadt echter veel.

In de psychologie is er een benoemd en bestudeerd verdedigingsmechanisme dat slachtoffer-daderomkering heet (ook wel victim-perpetrator reversal of omkering van schuld en slachtofferschap). Daarbij zet iemand die in werkelijkheid schade toebrengt, verantwoordelijk is voor een negatieve handeling of daarvan wordt beschuldigd, zichzelf neer als het slachtoffer van de situatie – en presenteert het eigenlijke slachtoffer als de dader.

Deze omkering kan meerdere functies hebben:

  • Zelfbescherming tegen schuld of schaamte; de dader kan (de uitleg van) zijn eigen gedrag niet verdragen, dus draait de rollen om om het eigen zelfbeeld te beschermen (“ik ben geen slecht mens, jij valt mij aan”).
  • Beheersing van het narratief; door zichzelf als slachtoffer te presenteren, probeert iemand de macht over het verhaal te houden en sympathie te winnen.
  • Projectie; de eigen agressie of destructieve impuls wordt geprojecteerd op de ander (“jij bent degene die mij pijn doet”), wat tijdelijk verlichting geeft van interne spanning.
  • Morele rechtvaardiging; als iemand gelooft dat die slachtoffer is, lijkt het eigen agressieve of controlerende gedrag ‘gerechtvaardigd’.

Slachtoffer-daderomkering op zichzelf is geen diagnose, maar het komt vaak voor als kenmerkend mechanisme bij bepaalde persoonlijkheidsstoornissen of pathologische gedragsstijlen.

  1. Narcistische persoonlijkheidsstoornis (NPS). Kern: een kwetsbaar zelfbeeld dat koste wat kost verdedigd moet worden.
  2. Antisociale persoonlijkheidsstoornis (ASPS / psychopathie). Kern: gebrek aan empathie, manipulatief gedrag.
  3. Borderline persoonlijkheidsstoornis (BPS). Kern: intense emoties en zwart-wit denken.
  4. Paranoïde persoonlijkheidsstoornis. Kern: wantrouwen en achterdocht.
  5. Posttraumatische of reactieve patronen. Kern: (onbewuste) identificatie met de dader om controle te herwinnen (identificatie-met-de-agressor-mechanisme; Freud).

Al ben ik geen psycholoog, ik heb me in de loop van mijn leven verdiept in deze gedragsstijlen omdat ik privé en beroepshalve regelmatig te maken kreeg met mensen die ze vertoonden. Het was, om ze niet ongewild op te roepen of een bepalende rol te laten spelen, nuttig om te weten hoe je dat bewust kunt vermijden of ze ten minste te kunnen herkennen. Veel klassieker slachtoffer-daderomkering-achtig dan Yesilgöz’ reactie ga je ze niet vinden. In de voorbeelden en argumenten die zij mede vanuit een persoonlijke beleving aanvoert, meen ik bovendien een patroon te herkennen dat ten minste duidt op posttraumatische of reactieve patronen of een combinatie van meerdere pathologische gedragsstijlen. 

Ook als mijn vermoedens onterecht zijn, denk ik dat Yesilgöz er andermaal blijk van heeft gegeven vanwege meer dan alleen haar gebrek aan rechtsstatelijke besef ongeschikt te zijn om in dit transitietijdperk, op dit ingewikkelde moment in de Nederlandse (parlementaire) geschiedenis en in het huidige, licht ontvlambare politieke klimaat, lijsttrekker te zijn van een politieke partij. En hoe aantrekkelijk het ook kan lijken om ‘sterke figuren’ te volgen en hun dadendrang te verheerlijken, denk ik dat niet alleen de VVD maar alle politieke partijen er goed aan zouden doen om narcisten, pestkoppen, dwingelanden en andere types met meervoudige persoonlijkheidsstoornissen of pathologisch gedragsstijlen te weren van hun kieslijsten. Geert Wilders is misschien wel het beste voorbeeld van hoe dit kan ontaarden in door irrationele angsten gedreven bangmakerij en haatzaaien en redeloos racisme.

Politieke partijen zouden hun topkader en de politieke adviseurs en campagnestrategen die hen begeleiden standaard ook psychologisch moeten laten onderzoeken, begeleiden en ondersteunen, zeker als die worden geconfronteerd met bedreigingen tegen hun persoon. Het gaat tenslotte om het landsbelang en dat is een te groot belang om aan het toeval over te laten. Het is al bedreigend genoeg voor de democratische rechtsstaat dat die alle ruimte biedt aan haar vijanden om haar te bedreigen van binnen de poorten. Het ‘binnen de poorten’ van de hoofden van politieke leiders, het redeloze vijanddenken in hun psyche, moeten we daar niet nog eens aan toe willen voegen.

Weet wat je stemt op 29 oktober.

Stem ze weg!

#stemzeweg

Afbeeldingen naar een origineel van Maarten Wolterink 

© Maarten Wolterink, https://www.mwcartoons.nl/