Soms lees je een bericht waar je met je hoofd niet bij kunt. Waarvan je denkt, moet iemand werkelijk nog uitleggen hoe fout dit is, of snapt iedereen dat hopelijk wel? Die momenten zijn des te verontrustender wanneer het onbehoorlijk bestuur of onbetrouwbare handelen van de overheid betreft.
Onder andere de NOS berichtte op 24 oktober dat de Nederlandse overheid vreest voor nieuwe klimaatrechtszaken en eventuele dwangsommen die daaruit voortkomen mogelijk wil betalen uit het klimaatfonds. Dat blijkt uit onderzoek van radioprogramma Argos en tv-programma Wat houdt ons tegen?, in samenwerking met dagblad Trouw en onderzoeksplatform Investico.
Nederland heeft in december 2019 in de Klimaatwet vastgelegd dat het de uitstoot van broeikasgassen in 2030 met minimaal 55 procent moet verminderen ten opzichte van 1990. Die doelstelling is gebaseerd op uit het Klimaatakkoord van Parijs uit 2015 en de doelen en verplichtingen die daaraan gekoppeld zijn. Al in juni 2015 deed de rechtbank in Den Haag uitspraak in de Urgenda-zaak en besliste dat de Staat meer moet doen om de uitstoot van broeikasgassen in Nederland te verminderen. De Staat ging daartegen in beroep, maar het Gerechtshof Den Haag bekrachtigde op 9 oktober 2018 de uitspraak van de rechtbank en de Hoge Raad liet in haar finale uitspraak van 20 december 2019 het arrest van het Gerechtshof in stand. Vier jaar na het Akkoord van Parijs moest de Nederlandse overheid, na veel tegenstribbelen onder Rutte, dus ook daadwerkelijk gaan doen waarvoor zij in Parijs had getekend.
Sinds 2019 is de uitstoot van Nederland met 36 procent gedaald en is al het laaghangende fruit wel geplukt. Met nog maar krap vijf jaar te gaan tot 2030 waarschuwen deskundigen, wetenschapprs en belangenorganisaties daarom al jaren dat Nederland een tandje moet bijzetten. Op gezette tijden doen bovendien ook rechters en andere onafhankelijke instanties dat. In september rapporteerde het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) dat het met een kans van minder dan 5% “heel erg onwaarschijnlijk” is dat Nederland het klimaatdoel voor 2030 haalt. In haar rapportage in 2024 concludeerde zij overigens hetzelfde en in het tussenliggend jaar is de uitstoot volgens de modelberekeningen nauwelijks gedaald. Ook de Raad van State is zeer kritisch op het kabinetsbeleid.
Via de Wet open overheid (WOO) wisten de samenwerkende onderzoeksjournalisten de hand te leggen op interne stukken op van het ministerie van Financiën, waaruit blijkt dat binnen het ministerie de vrees leeft dat het niet halen van de klimaatdoelen voor 2030 kan leiden tot juridische uitdagingen en hoge kosten. Dat wekt verbazing, want onder meer het ministerie van Klimaat en Groene Groei liet eerder de indruk bestaan de discussie over het niet halen van het wettelijke klimaatdoel niet op rechtszaken te willen laten aankomen. Het streven zou blijven om in 2030 op 55 procent uitstootreductie te komen, al bleef volstrekt onduidelijk hoe demissionaire VVD-minister Sofie Hermans dat ‘streefdoel’ dacht te halen. Maar nu zouden ambtenaren dus wel degelijk, en zelfs herhaaldelijk, waarschuwen voor de juridische gevolgen; rechterlijke uitspraken kunnen de Staat dwingen tot noodmaatregelen om de CO2-uitstoot snel te verminderen, met als gevolg hoge kosten. Daarvoor, en voor mogelijke dwangsommen, zou nu al geld moeten worden gereserveerd. De door de onderzoekers onderzochte documenten tonen aan dat binnen de muren van het ministerie van Financiën, van – hé, dat is ook toevallig, VVD-minister Eelco Heinen – nu dus wordt geopperd dat de eventuele dwangsommen zouden kunnen worden betaald uit het Klimaatfonds.

In de Klimaatfondswet staat dat dat geld bedoeld is voor maatregelen die klimaatverandering tegengaan. De Nederlandse overheid doet in dat opzicht te weinig, mede door de remmende invloed van PVV, BBB en VVD in de nu demissionaire regering en ondanks de greenwashing fabeltjes van die laatste partij en haar minister van Klimaat en Groen Groei. Dus omdat regering en ambtenarij te weinig doen en daardoor problemen ontstaan, wil de overheid nu mogelijk de pot die er is voor maatregelen gebruiken om problemen af te kopen. Het is werkelijk de omgekeerde wereld op zijn kop. Doen alsof je druk bezig bent om je verplichtingen na te komen en je ambtsvoorgangers en internationale afspraken serieus te nemen, en ondertussen de boel tegenwerken en bedonderen? ‘Meestribbelen’ heet dat, in verandertaal.
Nu herinner ik me verhalen over een bijna niet na te maken paspoort en een bijzonder efficiënte bevolkingsregistratie, die door de bezetter als voorbeeld werd gesteld voor heel Europa, om het opsporen en de vervolging van Joden en andere slachtoffers van de Nazi’s te vergemakkelijken. Ik herinner me ook de Toeslagenaffaire en de nodige andere voorbeelden, onder andere van geïnstitutionaliseerd racisme in het leger en bij de politie. Hoe komt het toch dat de Nederlandse ambtenarij vaak zo ijverig werkt aan de zijde van immoreel en onbehoorlijk beleid en bestuur, en daarmee meewerkt aan het imago van de onbetrouwbare overheid?
Wat bezielt ambtenaren om zich niet te verenigen en het werk neer te leggen bij dit soort onethische en immorele opdrachten?
En wat bezielt VVD-ministers om opdracht te geven om dit soort verwerpelijke geitenpaadjes te laten onderzoeken? Hoeveel verantwoordelijkheidsgevoel moet er ontbreken en hoe slecht ontwikkeld moet je geweten zijn om het zelfs maar te overwegen?
Weet wat je stemt, morgen, op 29 oktober.
Stem ze weg!
#stemzeweg
