Formaties zijn de laatste jaren turbulente gebeurtenissen. Tijdens Corona sneuvelde Ollongren door de krabbel “functie elders” voor Omtzigt, nadat ze lichtelijk gepanikeerd het Binnenhof moest verlaten toen ze positief testte op COVID. Een korte tijd later zagen we Van Strien sneven op een verdenking van financiële malversaties, niet lang daarna gevolgd door Plasterk, die ook verdacht werd van dingen die goed waren voor zijn privé-bankrekening maar voor verder niemand. De laatste klap werd uitgedeeld aan Hans Wijers, beoogd informateur.
Je zou kunnen gaan denken dat er een luchtje zit aan mensen die als (in-)formateur worden aangezocht. In het geval van Van Strien en Plasterk was dat zeer zeker het geval. In het geval van Wijers ligt dat een paar streken anders. Immers: Van Strien werd verdacht van verduistering en oplichting, strafbare feiten waar gevangenisstraffen op staan. Plasterk werd van niet veel minder stouts verdacht, namelijk iets met intellectuele eigendommen van de hand doen terwijl die niet zijn eigendom leken te zijn. Ook dat is behoorlijk fout, want feitelijk diefstal. Mijn frivole gedachte is dan of Van Strien en Plasterk na veroordeling celgenoten geworden zouden zijn….
Dan Wijers. Wijers werd betrokken bij een initiatief van Willem Sijthoff, uitgeef-tycoon, die een paar mensen had verzameld rond het idee om in Nederland tot een middenkabinet te komen. Wijers deed daaraan mee, want vond het een sympathiek initiatief. Zoals dat soort dingen dan gaan komen mensen bij elkaar, en praten met elkaar over drijfveren en de redenen waarom ze een idee belangrijk vinden. Dan worden er appgroepen gemaakt om de onderlinge communicatie te regelen, zaken af te stemmen en beeldvormend met elkaar te kunnen spreken (neemt u van mij aan, Antipopulista.com en de organisatie erachter werken net zo). En in die groepen worden weleens dingen op een manier gezegd die buiten de kring van deelnemers wat verbazing kunnen wekken.
Zo ook in dit geval. Wijers zou op een bijeenkomst Yesilgöz een leugenaar hebben genoemd. Nu is dat laatste een inmiddels bewezen feit, dus de kwalificatie is niet onaardig en ook gewoon waar. Een NRC-journalist, die kennelijk nogal blij is met zichzelf, rook hier zijn derde scoop – hij had eerder immers Van Strien en Plasterk aan de paal genageld. Zijn onderzoek leerde hem dat er zo’n veertien mensen waren die meenden Wijers duidelijk te hebben horen zeggen dat hij Yesilgöz een leugenaar noemde. De journalist maakte een sprongetje en rende met zijn stukje naar de hoofdredacteur. Die vond het wel goed, en met veertien bronnen zag het er solide uit. Publiceren die handel. En zo geschiedde.
Echter, de hoofdredacteur verzuimde hier een aantal stappen te zetten. Allereerst had zij voor zichzelf de vragen moeten beantwoorden wie er belang hebben bij deze informatie, wat de mogelijke gevolgen voor de betrokkenen kunnen zijn en of dat in verhouding staat tot de publicatie van die informatie. Dat deed de hoofdredacteur onvoldoende. Immers, de journalist, de hoofdredacteur, Hans Wijers en u en ik kunnen zeggen wat we willen. En dan ook nog wanneer we willen, en tegen wie we willen. Als wat we zeggen dan ook nog eens feitelijk juist is, aangezien Yesilgöz zo vaak op liegen is betrapt dat de kwalificatie ‘leugenaar’ een terechte is, dan is er weinig aan de hand. Net zomin er iets aan de hand zou zijn als u in een privé-bericht aan wie dan ook iets zegt dat feitelijk onjuist is.
Onze journalist dacht daar echter anders over. Het maakt niet uit waarmee of waaraan je een informateur ophangt, als je hem of haar maar op kunt hangen. Ongeacht de gevolgen. De complicatie is echter dat het hier om de redactie van NRC gaat, die zich Telegraaf-esk gedraagt. NRC is een krant met pretenties, namelijk die van onder alle omstandigheden zorgvuldige journalistiek bedrijven, waarmee zij stelt en beoogt ‘de macht’ te controleren. Controleren is echter iets anders dan ‘manipuleren’, ‘sturen’, ‘ontregelen’ of ‘defameren’. Controleren impliceert dat er getoetst wordt aan een bekende, objectieve maatstaf. Daar is hier geen sprake van.
Immers, op genoemde bijeenkomst werd een forumdiscussie waarin Wijers participeerde, gemodereerd door een andere journalist, namelijk Eric Smit. Deze medeoprichter van Follow the Money berichtte kort na het terugtreden van Wijers als informateur, dat niet Wijers maar hijzelf Yesilgöz een leugenaar had genoemd. Het werd ras duidelijk dat wat de NRC-journalist claimde, hooguit kon zijn dat Yesilgöz op een bijeenkomst waar Wijers aanwezig was door iemand leugenaar werd genoemd. Op dat moment echter had Wijers al de volledige verantwoordelijkheid op zich genomen, excuses gemaakt aan Yesilgöz en zich voorgenomen door te gaan met zijn opdracht. Toen kwam dezelfde NRC-journalist vervolgens met het bericht dat hij een app had ingezien, waarin Wijers stelde Yesilgöz een feeks te vinden. Dat was een privé-bericht van Wijers, dat hier doelbewust gelekt werd.

De vraag is of de NRC-hoofdredactie nu wél de afwegingen maakte die ik een paar alinea’s hiervoor heb gememoreerd. Immers: wat was het belang van de bron die dat bericht heeft laten zien? Wie was dat? Heeft de redactie die afweging gemaakt? Wat was de uitkomst van die afweging, als die al gemaakt is? Dat weten we niet, en daar heeft de NRC-redactie in haar ‘verantwoording’ van 15 november ook niets over gezegd. Duidelijk is dat het handelen van de NRC-journalist tot politieke gevolgen heeft geleid, en dat die gevolgen van een signatuur zijn die de vraag opwerpt wat eigenlijk het belang van NRC is bij deze ontwikkeling. NRC kan onmogelijk volhouden dat ze hiermee de macht heeft willen controleren, neutraal bericht wilde doen van de handel en wandel van bij de kabinets-informatie betrokkenen et cetera. NRC heeft positie gekozen in het strijdperk, en gehandeld.
De hoofredactie van NRC voelde nattigheid en publiceerde in de krant van 15 november een uitleg van haar handelen. Dat is een merkwaardig stuk geworden. De post van Eric Smit wordt daar weggezet als ‘ook maar een mening’, terwijl Smit een van de meest vooraanstaande onderzoeksjournalisten van Nederland is, op het podium naast Wijers stond toen dit allemaal gebeurde en er nadrukkelijk een rol in speelde. Een ‘smoking gun’ zogezegd. Die ‘smoking gun’ rookte niet hard genoeg naar de mening van NRC, want zij houdt vast aan de andere 14 -niet nader genoemde- bronnen. Smit kan volgens NRC ‘dus’ onmogelijk gelijk hebben.
Smit heeft eveneens op LinkedIn gereageerd op de ‘verantwoording’ van NRC, en zijn reactie liegt er niet om. Daarom publiceren we die hier:

We kunnen vaststellen dat NRC, een krant met serieuze pretenties, hier met slechte journalistiek een positie heeft gekozen in haar controle-object: de in Nederland functionerende politieke macht. Daarmee heeft ze haar neutraliteit verspeeld, en niet voor het eerst – helaas. Vanaf vandaag is NRC dus de keurmeester van haar eigen vlees.
Wat zijn nu de opties voor NRC? Ze heeft om deze kwestie al de nodige abonnees zien vertrekken. Dan is er nog de NRC-journalist. Die zat bij Kockelman aan tafel om over deze zaak te spreken, maar deed daar iets wat niet zo netjes is. Marjolein Moorman, plaatsvervangend fractievoorzitter van GL-PvdA in de Tweede Kamer, werd daar onredelijk scherp bevraagd over de positie van de partij na het zetelverlies in de verkiezingen. En dat onder het toeziend oog van onder meer de NRC-journalist, op wiens gezicht de minachting te lezen was. Volgens mij vindt hij Moorman een feeks….
NRC moet de hand heel diep in eigen boezem gaan steken. Wil ze een Telegraaf zijn? Of gewoon de deugdelijke beschaafde krant die ze was voor ze de juice-kant uitging?
