De politieke cultuur in Nederland is, sinds Wilders een eclatante stembuswinst boekte, rapide in kwaliteit gedaald. Nu was het voor 2023 al niet geheel uitzonderlijk om lokale bestuurders te bedreigen, kogelbrieven te sturen of anderszins onder druk proberen te zetten, maar sinds 2023 loopt het gevoeglijk de spuigaten uit.
Het politieke discours beweegt zich in een zorgelijke richting. Politieke discussies op feestjes van gewone mensen lopen uit de hand. Vriendschappen lopen stuk op het feit dat Jan gewoon PvdA blijft stemmen, want sociaal wil zijn, en dat kan toch niet? VVD-ers verwarren liberalisme stelselmatig met hun populistische gebral dat niets meer onderdoet voor dat van de volgelingen van Wilders. Het lijkt dat er een soort van middelpuntvliedende kracht is die iedereen richting de randen van het politieke spectrum slingert.
Dat doet niets af aan de dagelijkse bestuurlijke realiteit in een land dat door wetten geregeerd wordt. In dat land moeten bestuurders, u weet wel, democratisch gekozen bestuurders, steeds maar weer de afweging maken tussen het belang van iedereen, hun partij-affiliatie en hun eigen geweten. Dat is bepaald geen sinecure.
Nu zijn er in toenemende mate lieden in ons land die van het gedrag van minkukels zoals Wilders, Keijzer, van der Plas, Vermeer, Yesilgöz, Faber en zo menen te mogen afleiden dat ook zij niet langer met mes en vork hoeven te eten, na een toiletbezoek hun bips niet meer met toiletpapier moeten afvegen of deodorant hoeven te gebruiken. Oh ja, sorry. Ik ga hier misschien wel een beetje ver in het omschrijven van het luidruchtige politieke proletariaat.
Wie ‘democratie!’ schreeuwt kan niet de minuut erna een gemeenteraadslid of wethouder bedreigen. Wie ‘weg met censuur!’ roept, kan niet een minuut erna de vrijheid van meningsuiting of nieuwsgaring hinderen door mensen te bedreigen die hun recht of beroep uitoefenen. Wie gehuld in zwart met een al dan niet kaalgeschoren kop ‘geen AZC’ wil roepen moet zich goed realiseren dat dat alleen kan, omdat we met zijn allen vinden en blijven vinden dat er voor die mening, hoe abject ook, ruimte moet zijn. Wij, de meerderheid, vinden dat. Dat moeten zij, de minderheid, zich goed bedenken. Want de meerderheid moet niks van dit soort demonstraties hebben.
De centrale vraag is hoe lang we blijven accepteren dat de bestuurderen van ons allemaal (want ze zijn van ons allemaal) bedreigd en geïntimideerd worden. Hoe lang we blijven accepteren dat onze democratie door dit soort lieden bedreigd, ontkend en ontregeld wordt. Want, laten we heel wel zijn, het gaat om een uiterst luidruchtig maar o zo klein groepje van overwegend mannen, die schijnbaar niet genoeg om handen hebben.
De kern van wat deze luidruchtige lieden op last van hun bazen aan het doen zijn is het uitvoeren van een politieke agenda die de democratische toets niet doorstaat. Immers, als die toets wel behaald was had de verkiezingsuitslag er anders uit gezien. En laat dat nu niet het geval zijn. Neemt u van mij aan, dat die idioten letterlijk de nuttige idioten zijn van lieden die het bepaald niet goed met dit land voor hebben. Ik somde hierboven een rijtje namen op – kijk wie daar achter zitten, maar beperk u vooral niet tot mijn rijtje.
Intussen blijft u doen wat u altijd deed. Kritiek leveren waar u dat nodig vindt, respect betonen aan de afspraken die we met elkaar hebben over hoe we dit land besturen, mensen aanspreken die uit de bocht vliegen en zich schuldig maken aan ‘scapegoating ‘ en ‘othering’.
Immers, als wij deodorant blijven gebruiken en niet al te zuinig zijn met toiletpapier komt het vast wel goed.
