Als je uitgaat van de rechtsstaat en daartoe behorende belangrijke waarden, zoals gelijkheid en rechtvaardigheid, kun je je afvragen waarom deze in binnen- en buitenland onder druk staat, of er zelfs helemaal niet is. Iedereen is hier toch voor? Het antwoord hierop is complex en heeft onder meer te maken met het feit dat mensen verschillende waarden onderschrijven en deze waarden ook anders interpreteren. Niet iedereen vindt rechtsstatelijke waarden (even) belangrijk; soms zijn waarden er zelfs mee in strijd. De vraag is wat we hiermee moeten.
De bekende sociaal psycholoog Schwartz heeft in wereldwijde onderzoeken vastgesteld dat er tien universele psychologische waarden zijn. Deze motiveren mensen tot gedrag en kunnen emoties oproepen. Niet iedereen heeft dezelfde waarden, en de mate waarin iemand deze heeft, verschilt ook van mens tot mens – en per samenleving. Bij volwassenen veranderen deze psychologische waarden vrijwel niet meer; bij kinderen en jongeren zijn deze grotendeels afhankelijk van opvoeding, omgeving en cultuur. Ook zijn zij deels samenhangend met aangeboren eigenschappen, de zogeheten persoonlijkheidskenmerken of karaktertrekken. Voor belangrijke vergelijkende waardenstudies gelden de waarden van Schwarz als de belangrijkste wetenschappelijke standaard.

De meeste mensen onderschrijven de tien waarden in abstracto. Echter, vooral de mate waarin iemand hierop ‘scoort’ – hoe krachtig de waarde voor iemand geldt – blijkt bepalend te zijn voor diens keuzes en gedrag. Je kunt dus best in theorie onderschrijven dat iedereen gelijk behandeld moet worden, maar je handelt er vooral naar als dit voor jou echt een belangrijke drijfveer is.
Schwarz maakt onderscheid tussen zelfgerichte en andergerichte waarden, en waarden gericht op conservatisme en openheid voor verandering. Sommige mensen zijn progressief en veranderingsgezind, anderen helemaal niet. Sommige mensen zijn vooral zelfgericht, variërend van het hebben van een prettig leven tot roem, geld en status. Omdat het een psychologische theorie betreft, gaat het hier niet over oordelen of veroordelen, maar over verklaren en begrijpen.
In de afbeelding zie je dat rechtsstatelijke waarden – andergerichte, op eerlijkheid en rechtvaardigheid gerichte psychologische waarden – ‘slechts’ twee van de tien betreft. Lang niet alle mensen zijn van nature gericht op onpartijdigheid en tolerantie, wat we de klassieke rechtsstatelijke waarden zouden kunnen noemen. Hen wordt soms verweten te ‘hoog over’ te gaan en te weinig oog te hebben voor mensen in de eigen buurt of familie. Anderen richten zich vooral op hun eigen omgeving en groep, en beperken hun morele waarden tot deze groep. Dit noemen we ook wel ingroup empathy: je leeft meer mee met mensen die op je lijken en je helpt ze eerder en beter. Voor een overheid is dat een lastige kwestie; het komt in strijd met de Grondwet en het discriminatieverbod. In de toeslagenaffaire speelde deze ‘vooringenomenheid’ een rol. Meer conservatieve of angstige groepen hechten aan de rechtsorde: een sterk gezag, inzet op veiligheid en strenge regels. Deze rechtsorde, die door sommigen ook als rechtsstaat wordt aangeduid, is aantrekkelijk voor leiders met een populistische agenda. Zij onderschrijven vooral de zelfgerichte waarde ‘macht’ – waaronder ook status, rijkdom en roem. Met beloftes van snelle oplossingen zoals ‘grenzen dicht’ of ‘strenger straffen’ bieden zij hoop aan deze groepen. Hoop die meestal op niets uitdraait, maar die ook kan leiden tot afkalving van de democratische rechtsstaat. Mensenrechten, feiten en gezond verstand doen er dan niet meer toe. Hierop moeten we waakzaam blijven. De democratische rechtsstaat is namelijk in ieders belang, ook in dat van mensen die er zelf weinig mee lijken te hebben.
