In iedere gezonde democratie wordt gediscussieerd. Dat gebeurt tussen mensen, groepen mensen, in media, aan praattafels (al dan niet op televisie) en internetkanalen. Dat proces van publieke meningsvorming is essentieel, want de brandstof van de binnenlandse politiek. Dat daar externe en vaak ook buitenlandse inbreng in meespeelt is niet meer dan logisch, maar soms ook ronduit ongewenst. Wat bepaalt nu eigenlijk wat wij vinden? En vooral: wie? En hoe gaan we daarmee om? En wat betekent dat voor ons?
Wie een beetje de weg weet op sociale media kent het wel: verhitte discussies tussen mensen met verschillende meningen die soms flink uit de hand lopen. Zo gaat dat al honderden jaren, want we hebben om meningen en opvattingen vele eeuwen oorlogen met elkaar uitgevochten. Het verschil vandaag de dag is dat het voor veel mensen erg moeilijk is zich aan de discussie te onttrekken. Waar we vroeger er gewoon uit konden en wilden stappen om het gras te maaien is het nu zo dat we tijdens de discussie proberen het gras te maaien.
Omdat alles politiek lijkt te zijn geworden is het ook nagenoeg onmogelijk om er niet mee geconfronteerd te worden. Het rondpompen van meningen is zowel online als in meer traditionele media, maar ook in de publieke ruimte, een niet te miskennen fenomeen geworden. Het feit dat men op een terrasje door het bedienend personeel in het Engels wordt aangesproken, omdat die mensen geen Nederlands spreken, kan al aanleiding zijn voor bepaald niet malse commentaren. Die dan ook weer in een soort Nederlands worden geuit dat de toets der kritiek van grammatica en fatsoen niet kunnen doorstaan, maar dat is slechts een ‘storend’ detail. Rondpompen van abjecte/fascistoïde/abnormale/mensonwaardige/illiberale/ongefundeerde/etc meningen is behoorlijk Goebbelsiaans, want die claimde al dat herhaling zorgt voor acceptatie en normalisatie. Als dan de verpakking van de boodschap zodanig is dat bepaalde mensen zich als behorend tot een maatgroep gaan beschouwen is de basis voor een conflict gelegd.
De kritische waarnemer ziet dat meningen niet langer worden gevormd vanuit interactie en traditionele media alleen, maar dat memes, blurs en andere korte en veelal ongenuanceerde uitingen de discussie domineren. Neem een begrip als ’woke’, dat door iedereen te pas en te onpas wordt gebruikt om iets aan te duiden dat men veelal niet begrijpt en zeker niet acceptabel vindt. Waar het begrip ‘woke’ een lange geschiedenis kent (van meer dan tweehonderd jaar) heeft de huidige invulling ervan niets te maken met die geschiedenis. Nee, ‘woke’ is voor vaak conservatieve mensen een term voor alles wat in hun ogen niet deugt, zoals gender, diversiteit, inclusiviteit en eigenlijk voor gewoon een beetje rekening houden met elkaar.
‘Woke’ als casus is het uitwerken waard. De herkomst van de discussie over ‘woke’ laat zich raden. Die is over komen waaien uit de Verenigde Staten van Amerika, en verhevigd sinds Trump op weg was naar het Witte Huis om aan zijn tweede termijn te beginnen. De cultuurstrijd die hij heeft ontketend (of beter: tijdens zijn bewind is ontketend, want hoeveel cultuur heeft die man nu eigenlijk?) richt zich tegen iedere vorm van sociale emancipatie van groepen die door hem en zijn entourage als afwijkend worden beschouwd: niet-witte mensen, sociale minderheden, de zwakkeren in de maatschappij, migranten of zij die verdacht worden dat te zijn, niet-christenen en niet-joden en eigenlijk ook alle mensen die geen republikein zijn of gewoon democraat. Dat sentiment is in andere vormen ook al heel lang in Europa en Nederland aanwezig. In Nederland is een kwart van de mensen bang voor hun buren, omdat ze er anders uitzien, een ander geboorteland hebben, een andere godsdienst belijden, een andere seksuele voorkeur hebben, een scheef gebit of misschien alleen maar rood haar hebben.
Angst voor de ander is een diep-menselijk fenomeen, maar daarom niet minder problematisch. Wie Aristoteles en Plato heeft gelezen weet dat de oude Grieken een bepaald niet vriendelijk mensbeeld hadden. Slaven waren geen mensen, en vrouwen een soort van mislukte mannen (mij bekruipt het gevoel dat in bepaalde religies dat beeld van vrouwen feitelijk nog steeds bestaat), en feitelijk dus groepen waren waarvoor een zekere mate van angst bestond: stel je voor dat ze machtig genoeg worden om…. Dat is nooit goed gekomen. In Europa hadden mensen angst voor muzelmannen en Saracenen, en niet te vergeten voor Joden. De laatste groep kreeg de schuld van de meest afgrijselijke misdaden, de pest en andere nare ziekten. Vrouwen waren ook niet vrij van blaam en vervolging, gezien de heksenvervolgingen, de epistemecide in de Middeleeuwen die op vrouwen gepleegd werd en de achterstelling die in feite tot op de dag van vandaag bestaat.
Waar komen die opvattingen vandaan? Maken we die zelf? Grotendeels wel. We houden ze in stand door onszelf en anderen toe te staan om onze angst te voeden. Tenslotte zijn we als mensen geprogrammeerd om bevestiging te zoeken voor die angsten. Xenofobie voeden we door mensen die er anders uitzien dan wij negatieve eigenschappen toe te dichten die ze niet hebben, of waarvan we niet zeker weten of ze die hebben. We zoeken daar vervolgens bevestiging voor in onze media-consumptie. Niets is zo onverdraaglijk als het gevoel om alleen te staan in een opvatting, toch?
Dat media-aanbod zorgt voor problemen, omdat we al lang niet meer in staat zijn om goed vast te stellen waar iets vandaan komt. Het is genoegzaam bekend dat sociale media vergeven zijn van accounts die toebehoren aan Russische trollenfabrieken, die daarmee geen ander doel nastreven dan onze gemeenschappen te fragmenteren en verdelen, hun onwelgevallige opvattingen te bestrijden en ons te doen geloven dat Rusland een prachtig vrij en welvarend land is waar iedereen zich uitstekend en gelukkig voelt. Maar hebben we het alleen te maken met Rusland, of doen ook andere actoren, zoals China en Amerika, een duit in het media-zakje?
In Nederland zijn we ‘gezegend’ met een aantal politieke groeperingen die nogal gecharmeerd zijn van Poetin en Trump – u vindt ze inmiddels tot in de Tweede Kamer. Daarbuiten vindt u dat soort sympathieën dus onvermijdelijk ook. Rusland en nu ook Amerika voeden actief anti-EU sentimenten, conservatieve opvattingen over sociale ordening en gender, en meer en minder openlijk ook racistische opvattingen door mensen van kleur en vrouwen uit het discours te verwijderen. En we vreten het grif. Met AI wordt het nog een graadje erger. De hoeveelheid desinformatie neemt schrikbarende vormen aan, en vergiftigt inmiddels ons politieke discours. Ons discours wordt bepaald door veelal vanuit het buitenland geëntameerde discussies over onze sociale orde, en dat leidt bepaald niet tot sociale en maatschappelijke rust.
Als leden van de Nederlandse politieke gemeenschap zijn we opgevoed met het idee dat niemand alles krijgt wat hij wil, en dat dat goed is. Op die manier beschermen we minderheden tegen meerderheden, ongeacht de assen waarlangs we de gemeenschap in meerderheden en minderheden verdelen. Het is precies dát dat ervoor zorgt dat we niet overmatig bang hoeven te zijn als we de straat op gaan, dat misdaad, moord en doodslag in Nederland binnen de perken blijven en dat we grosso modo ons leven zeker zijn. Nu dat door externe actoren beïnvloed en steeds meer gestuurd wordt dreigen we die grote verworvenheid te verliezen. Als we niet opletten zijn we het haasje.
De vraag is of onze opvattingen nog steeds écht onze opvattingen zijn. We moeten kritisch zijn in wat we accepteren als onderdelen van onze mening, en bruikbaar om ons beeld te bepalen en compleet te maken. We moeten zelfstandig blijven denken en kritisch zijn op onze media-consumptie, bronnen controleren en meningen die met aplomb worden gebracht in twijfel blijven trekken. Hoewel feiten niet sexy zijn, zijn ze wel het enige wat we hebben als maatstaf voor waar en onwaar. Omdat de herkomst van informatie steeds moeilijk vast te stellen is zullen we zelf onze minder alerte vrienden en onze kinderen moeten leren hoe ze informatie kunnen verifiëren en hoe ze hun meningen als een voorlopige, vooralsnog onbewezen opvatting moeten behandelen en uiten.
We zien, zoals eigenlijk al tientallen jaren, allerlei mensen deelnemen aan het discours, met hele verschillende informatieposities en totaal verschillende niveaus van begrip en inzicht. Dat vereist geduld van de mensen die meer weten, meer begrijpen, en lijkt ook een verantwoordelijk te scheppen voor hen om anderen op hetzelfde niveau te brengen. Het probleem is en blijft geduld, acceptatie en reflectie. Daar is tijd voor nodig, en niet iedereen heeft die. Maar dat geldt voor beide kanten. Ik zie in discussies vaak dat de beter geïnformeerde deelnemer weg wordt gezet als arrogant, elitair, denigrerend et cetera. Het lijkt erop dat non-acceptatie de norm aan het worden is, en dat meningen ernstig boven feitelijkheid gesteld worden.
Mijn voorlopige conclusie is dat onze zelfbeschikking en zelf-regering onder druk staan, omdat buitenlandse actoren hun belangen actief maar niet openlijk bevorderen door desinformatie, gebruik van algoritmes op platforms en andere minder zichtbare activiteiten. Als we baas in eigen huis willen blijven moeten we naar regulering toe, en accepteren dat dat met het nodige lawaai gepaard zal gaan. We moeten letterlijk naar onze eigen platforms toe, onze eigen big tech. En dat maakt dat ik met weemoed terugdenk aan de positieve insteek waarmee DARPA ooit de basis voor internet legde, namelijk het intellectueel overleven van een nucleaire oorlog, en hoe Tim Berners Lee ons vanuit een positieve intentie gaf wat we nu als een risico en een bedreiging moeten beschouwen.Laten we vooral van mening blijven verschillen, elkaar informeren zodat we geïnformeerde meningen kunnen vormen, en elkaar blijven wijzen op de punten waar we uit de bocht vliegen. Maar laten we zeker ook grenzen blijven trekken, en die met kracht blijven verdedigen tegen hen die ons die mogelijkheid willen ontnemen.
Illustratie: ChatGPT
