We weten inmiddels wel dat onze politieke instituties gedomineerd worden door de echt kapitaalkrachtigen en de mensen en regimes met macht. We zien ieder dag dat de economie (en meer nog dan ooit ook de digitale) gedomineerd wordt door dezelfde groepen. In de week dat dat ING bekend maakt een winst van zes miljard euro bij te kunnen schrijven en ASML een recordwinst van bijna tien miljard meldt, haalt het nieuwe kabinet zes en een half miljard weg bij sociale zekerheid en maar liefst tien miljard bij de zorg. Dat krijg je als dat vermaledijde ‘Links’ buitenspel wordt gezet. Goed, dan hebben we direct antwoord op de vraag waarmee deze tekst opent. Nee dus. We kunnen niet buiten ‘Links’.
Want we hebben als individu zo goed als geen mogelijkheden om op landelijk niveau beleid of instituties te beïnvloeden. Daar heb je dus collectieve macht voor nodig. Vroeger had ‘Links’ die macht. Nu beleven wij de nadagen van de neoliberale zinsbegoocheling. Van burger naar consument, van mens van vlees en bloed en wellicht nog een ziel, naar een vinkje in een spreadsheet. En van patiënt naar kostenpost, van vluchteling naar lastpost. Van solidariteit naar haat en nijd.
Dan heb je de verkiezingen, de campagnes, de anticiperende gehoorzaamheid van media die ook voortgedreven worden door het opportunisme om mee te gaan met de rechtse golf. En daar hebben we opeens een frisse Rob Jetten, die zich onderscheidt met een positieve vibe waar ook progressieve en verbinding zoekende linkse kiezers door worden verleid. En wat blijkt? De neoliberale agenda van de VVD wordt gewoon voortgezet. Het gaat wellicht ietsjes groener worden, en onderwijs ontspringt de dans, maar dat is het dan wel. De rijken worden ontzien en worden rijker. De armen worden armer. Niet zo gek, als ‘Links’ op de reservebank moet blijven zitten.
Nu gaat het er niet zozeer om te begrijpen hoe het ‘de boven ons gestelden’ telkens weer lukt om zo veel macht naar zich toe te trekken, maar vooral om te constateren dat zij hele volksstammen weten te overtuigen dat het zo hoort, dat dit de loop der dingen is en dat wij ons daar maar bij hebben neer te leggen. Dat er dus geen alternatieven zouden zijn. Want ‘Links’, dat alternatief is inmiddels totaal besmet geraakt. Die deugen te veel. Die willen rechtvaardigheid en zo. Die willen bijvoorbeeld een menswaardig vluchtelingenbeleid en dat bestaanszekerheid gegarandeerd wordt. En dat de zorg niet wordt uitgekleed, maar voor iedereen beschikbaar blijft. De zorg, waar de winst makende zorgverzekeringen inmiddels rond de negen miljard in reserve hebben. En twee miljard berekend overschot van 2025. Maar we moeten vooral bezuinigen. Is het dan crisis of zo? Nee, het geld stroomt binnen. Loopt het begrotingstekort uit de hand? Integendeel. Maar tegengeluiden worden nauwelijks gehoord en verstommen al voordat ze serieus genomen zouden kunnen worden. ‘Links’ zit niet alleen niet in de wedstrijd. Ze doen helemaal niet mee. Ze mogen warm lopen langs de kant. Misschien, een kwartier voor tijd, als we ze nodig hebben.
We kunnen het telkens weer naar de kleedkamer terugsturen van ‘Links’ niet alleen verklaren door de succesvolle framing van (extreem)rechts. Ondanks de flinke barsten in het neoliberale rauw-kapitalistisch bastion, lijkt ‘Links’ de verwarring nog niet te boven, ook omdat het nog steeds de gevolgen ondervindt van de onvergeeflijke misser om de neoliberale machtsgreep als een derde weg te hebben gezien, naast het vergeten van de eenvoudige recht-toe-recht-aan belangenstrijd. ‘Links’ weet zich dan ook maar met moeite te heroriënteren. Solidariteit vindt nu vaak zijn weg vanuit identiteitsdenken, waarbij de sociaaleconomische werkelijkheid en dito belangenstrijd nog wel eens vergeten wordt. Gevolg is dat extreemrechts de onvrede weet te kanaliseren en dat het grootkapitaal nergens meer bang voor hoeft te zijn. De belemmeringen om te doen wat hen goeddunkt zijn zo goed als verdwenen. In de VS van Trump kunnen we dagelijks zien wat de gevolgen zijn. Maar daar gaat het hier nu niet om.
Waar het wel om gaat is het besef dat wij vaak tot meer in staat zijn dan wij zelf denken. En dan springt ook de VS weer in het oog. Met name als het gaat om de moed en de onverschrokken solidariteit van de mensen in Minneapolis en andere grote steden in de ‘blue states’.
Deze mensen geloven in iets anders dan de sprookjes van de oligarchen en de dictators. Zij geloven in elkaar, in de wetenschap dat zij met meer zijn en in iets van menswaardigheid als basis van ons handelen. Als wij ons niet meer laten ringeloren door de voorgespiegelde onontkoombaarheid van de extreem individualiserende neoliberale zinsbegoocheling, maar meer op elkaar willen vertrouwen, als wij niet meer geloven in de het idee dat je er alleen voor staat en in de alledaagse win-or-lose- competitie moet zien te overleven, dat je niet altijd als een klein kapitalistje een merk hoeft te ‘marketen’ dat altijd weer de beste versie van zichzelf moet spelen om in de concurrentie op de ‘arbeidsmarkt’ overeind te blijven, dan zijn we samen tot veel meer in staat dan men ons wil laten denken.
Én we kunnen ook inspiratie vinden in wat al tot stand is gebracht. Het verleden is niet zomaar uit de hemel komen vallen. Er is telkens weer flink gestreden voor wat rechten zijn geworden in plaats van gunsten. Als we willen terugkijken, dan zien we de enorme impact van ‘Links’ als het gaat om een rechtvaardiger samenleving. In de periode dat het kapitalisme in zijn uitwerking een stuk eerlijker leek te zijn, was dat het gevolg van de diep gevoelde noodzaak tot samenwerking en solidariteit vanuit (maar zeker ook mét) de progressieve en links georiënteerde bewegingen. Vakbewegingen hadden grote invloed. De vrouwenbeweging, democratiserings- en vredesbewegingen wisten besluitvorming bij te sturen en veranderingen af te dwingen. In die bewegingen kregen de geluiden van ons als individuen een stem. Een belangrijke stem die het rauw kapitalisme door middel van wet en regelgeving, maar ook door een verbindende moraliteit kon beteugelen en bijsturen.
Maar eerst moest er nog strijd worden geleverd om überhaupt toegang krijgen tot ‘de macht’. Ingevoerd onder een liberaal kabinet, was het de decennialange druk van vooruitstrevende liberalen en de SDAP (o.a. de massademonstraties op de ‘Rode Dinsdagen’) die doorslaggevend voor het algemeen mannen- en vrouwenkiesrecht (1917 resp.1919) .
Wat heeft dat vermaledijde ‘Links’ allemaal nog meer voor elkaar weten te boksen?
In 1919 werd de Arbeidswet ingevoerd en ging de werkdag naar 8 uur en mocht de werkweek niet langer duren dan 45 uur. (Een belangrijke verworvenheid. Nederland is een land dat een hoge arbeidsparticipatie koppelt aan flexibele werktijden en een hoge arbeidsproductiviteit.)
Het Plan van de Arbeid (een initiatief van vakbond NVV en de SDAP uit 1935) was een op sociaaldemocratische leest geschoeide aanpak op basis van een échte toekomstvisie: met grote publieke werken moest de werkloosheid bestreden en het land vooruit worden geholpen. (Wij doen het inmiddels al decennia zonder ‘visie’ sinds Rutte – en eigenlijk ook Balkenende al – die heeft afgeschaft.)
Na 1945 legde de PvdA, onder leiding van Willem Drees, de fundamenten voor de sociale zekerheid die voor een naoorlogse bloei van welvaart en welzijn hebben gezorgd. Ook eenvoudige arbeiders konden een beter leven krijgen en zo zagen we de zgn. middengroepen ontstaan. Vakbewegingen wisten daaropvolgende decennia effectief macht te verwerven en met cao-eisen loon naar weken en prijscompensatie op de agenda te krijgen.
1947 was het jaar van de Noodwet Ouderdomsvoorziening, de voorloper van de AOW. Voor het eerst kregen ouderen recht op een inkomen en waren niet meer afhankelijk van liefdadigheid. Deze volksverzekering garandeert een basisinkomen voor iedere Nederlander. (Helaas ligt de AOW regelmatig onder vuur, niet alleen voor het financieel meegroeien maar ook steeds weer voor de leeftijdsgrens.)
Wat te denken van de sociale woningbouw. De naoorlogse woningnood werd vanuit de eenvoudige solidariteitsgedachte en het idee dat mensen een recht op wonen niet ontzegd kan worden, grootschalig aangepakt. Betaalbare huurwoningen voor ieder die dat nodig had was het kernpunt . (Ministerie van Volkshuisvesting is inmiddels opgeheven door de VVD.)
In de jaren ’70 kreeg het wenkend perspectief van de spreiding van kennis, macht en inkomen enigszins vorm. Het kabinet-Den Uyl wist de focus te richten op emancipatie en gelijkwaardigheid. En de Algemene Bijstandswet werd uitgebreid om ervoor te zorgen dat niemand onder het bestaansminimum terecht zou komen. (En dat is inmiddels toch een participatierommel geworden.)
In de democratiseringsgolf van die jaren ontstond ook de Wet op de Ondernemingsraden die nog steeds essentieel kan zijn bij het verdedigen van de belangen van medewerkers in bedrijven en organisaties.
Door de onderwijsvernieuwingen werd het voor kinderen het uit arbeidersgezinnen makkelijker om opleidingen te stapelen waardoor ook zij ( zal ik hier ‘wij’ van maken?) toegang kregen tot hoger onderwijs. (Inmiddels is stapelen zo moeilijk mogelijk gemaakt en voor velen onbetaalbaar geworden.)
Als we kijken naar der zorg, is het dankzij ‘Links’ nog gelukt om ondanks de VVD van Hoogervorst de verplichte basisverzekering in de wet opgenomen te krijgen.
Als we de progressieve maatschappelijke hervormingen niet willen vergeten kunnen we niet heen om de legalisering van abortus, de mogelijkheid tot euthanasie en de openstelling van het huwelijk voor paren van hetzelfde geslacht.
Ondanks de kille, harde en soms zelfs fascistoïde wind waar wij mee te maken hebben, groeien er in de luwte ook nieuwe bewegingen die het vertrouwen in de heilige markt inruilen voor vertrouwen in elkaar. Een prachtig voorbeeld is straatarts Michelle van Tongerloo met haar werk vanuit de Pauluskerk. Zij weet vanuit systeemkritiek en moraliteit zorg te organiseren voor daklozen waar die in de vastgelopen bureaucratische afschuifreflex onmogelijk leek. En we zien bijvoorbeeld bij Burgerberaden dat de dialoog het kan winnen van de polarisatie waardoor creatieve oplossingen een kans kunnen krijgen. We zien het bij energiecoöperaties waarvan er inmiddels meer dan 700 zijn in Nederland. In dorpen waar voorzieningen verdwijnen, lukt het mensen om eigen zorgcoöperaties op te zetten t.b.v. bijvoorbeeld maaltijden en vervoer. En we zien het in de landbouw. Er zijn inmiddels tientallen coöperatieve boerderijen waarbij burgers eigenaar zijn van de grond. Hier gaat het niet om een industriële benadering van landbouw, maar om duurzaamheid.
Laten we vooral niet vergeten dat binnen diverse gemeenten heel goed wordt ingezien dat het vertrouwen in de instituties alsmaar blijft dalen en dat aandacht voor de menselijke maat alleen maar dringender wordt. Taken van openbare bibliotheken worden meer en meer op ondersteuning en betrokkenheid van mensen ingericht. Er wordt in diverse gemeenten geëxperimenteerd met uitkeringsgelden en een schuldhulpverleningsaanpak om bestaanszekerheid te garanderen. Het beeld is divers, want er wordt ook strijd geleverd tegen de tech-monopolisten. In Nijmegen is inmiddels een open source initiatief onder de noemer ‘Nijmegen Digitaal Onafhankelijk’.
Dit zijn de ‘pockets of trust’, de ‘greenshoots’ die we moeten koesteren. En toch is dat niet genoeg. Al kunnen we niet meer terug en al zie ik de machtsvorming waarmee ‘Links’ onze levens heeft weten te verbeteren, niet zomaar meer terugkeren, we mogen ook best weer wat collectiever gaan denken. Niet als eenling zitten mokken in de kleedkamer of op de reservebank, maar als we ons een beetje burger voelen, kunnen we ons ook ergens bij aansluiten. Wij zijn niet alleen consument of speelbal van de tijdgeest, wij kunnen ook onze plek opeisen. Wij kunnen meer dan wij denken. Mensen blijken namelijk telkens weer in staat om het voor elkaar op te nemen, om te vernieuwen en zelfs verbeteringen voort te brengen. In het klein, in onze eigen omgeving en door in vormen van gezamenlijke actie, in een politieke partij, in (nog steeds ja) het werk van vakbonden, of door financiële steun, ook aan solidariteitsbewegingen, of door deel te nemen aan burgerinitiatieven. En door te weten wat je gaat stemmen in de gemeente waar je woont. Wij konden in het verleden kennelijk niet zonder ‘Links’. Wij kunnen nog steeds niet zonder ‘Links’.
Beeld: De Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht, circa 1917, Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis, Amsterdam
